Review

GeschiedenisDe verbeelding kan verworden tot nachtmerrie

A. F. van Oudvorst, De verbeelding van de intellectuelen; Literatuur en maatschappij van Dostojewski tot Ter Braak. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 483 blz. f 69,50. ISBN 90 284 1573 4.

Die verbeelding liep in deze eeuw uit op een nachtmerrie: Auschwitz en Goelag-archipel. Het ontwerp waar de Brusselse neerlandicus Van Oudvorst zich aan waagt in De verbeelding van de intellectuelen heeft veel ogen en haken. In ruim vierhonderd met kleine letter volgepropte pagina's komen de Russische intelligentsia, maatschappij en literatuur aan bod; bespreekt hij de relaties tussen intellectuelen en het nihilisme, populisme en terrorisme; gaat hij in op de intellectuelen als maatschappelijke groep (de intellectuelen als onderwerp van zichzelf, van sociologische theorievorming); geeft hij een "kleine betekenisleer van de term intellectuelen" (waarin hij onder andere de semantiek van het politieke taalgebruik aan de orde stelt); en zo zijn er nog wel een paar invalshoeken te noemen.

Hoe problematisch dit onderwerp is blijkt al uit de aanduiding intellectueel, die evenzeer status aangeeft als een scheldwoord is. In naziDuitsland kon men de intellectueel herkennen aan zijn hoornen bril ('einem dekadenten Hornbrillenwesen'). Dit attribuut kon de dood tot gevolg hebben.

Iemand herinnert zich hoe leden van de Poolse intelligentsia in 1940 werden geselecteerd voor deportatie naar Auschwitz: "Ein Polizist hat mit dem Finger gewinkt: 'Du Brillentrager, komm'."

Wezenlijk voor Van Oudvorst is het engagement van de intellectueel. Een intellectueel is nu eenmaal iemand die zich bemoeit met zaken die hem niet aangaan, zei Jean-Paul Sartre.

Natuurlijk gaat Van Oudvorst in op de Dreyfus-affaire, waarop de term intellectueel teruggaat. Dreyfus, een joodse officier in het Franse leger, werd in 1894 ten onrechte wegens spionage veroordeeld. Een groep van journalisten, schrijvers en academici ondertekende een verzoek tot herziening van het proces om te komen tot eerherstel van Dreyfus. En dat staat bekend als het manifest der intellectuelen (Van Oudvorst vermeldt volledigheidshalve dat het ook door 'n kok werd ondertekend). Maar de term was vanaf het begin een twistpunt tussen de republikeinse aanhangers van Dreyfus en hun monarchistische tegenstanders die schermden met Eer, Vaderland, Gezag en Traditie. En in dat kamp bevonden zich ook schrijvers, zoals Barres en Charles Maurras.

Er is dan ook wel beweerd (door de Nederlandse historicus H. L. Wesseling) dat het ontstaan van de intellectuelen onverbrekelijk met het anti-intellectualisme verbonden is. Zoveel is zeker dat door de pers deze affaire tot een nationale tweespalt werd. Zonder de pers hadden de intellectuelen (van weerszijden) hun engagement niet zo kunnen uitspelen, en zonder hun engagement had de pers deze affaire niet kunnen opblazen tot wat l'Affaire ging heten.

Relatief veel ruimte heeft Van Oudvorst ingeruimd voor de Russische intelligentsia. Hij beschrijft hoe deze zich in de vorige eeuw ontwikkelde van een aristocratische elite met een romantisch-idealistische instelling (die de werkelijkheid ontvluchtte in kunst, literatuur en filosofie) tot een revolutionaire elite die de massa van horige boeren wilde bevrijden en op zoek was naar een nieuwe menselijke waardigheid, zelfs naar een nieuwe mens. Die bevrijding kon twee richtingen uitgaan. De westerlingen wilden het verschil verminderen tussen Rusland en Europa door de orientatie op het Westen, begonnen onder tsaar Peter de Grote, weer op te nemen en voort te zetten. Een deel van hen sprak zich uit voor een socialistische revolutie waarmee het kapitalistische stadium kon worden overgeslagen. De slavofielen zagen de kwalen van hun land juist als gevolg van de modernisering door Peter de Grote en bepleitten 'n terugkeer naar oude tradities, verzetten zich tegen bureaucratisering en waren meer religieus gericht.

De latere Dostojewski keert zich tegen westers rationalisme en natuurwetenschappelijk determinisme: het reduceert de mens tot pianotoets of orgeltuimelaar en veronderstelt dat alle menselijke daden wetmatig bepaalbaar zijn, zelfs berekend kunnen worden met behulp van logaritmentafels en in een almanak kunnen worden opgenomen, zodat er voortaan nooit meer daden of avonturen op aarde zullen voorkomen. En dan, dan zal een Kristallen Paleis gebouwd worden. Dostojewski bespot hier het positivisme dat verstand en wetenschap op de troon had geplaatst, en hij stelt daartegenover de kracht van de wil en van het leven: "het 'levende leven' is een irrationele kracht die zich onttrekt aan het kennende vermogen van de rede." Van Oudvorst heeft zo'n tachtig bladzijden besteed aan Dostojewski's plaatsbepaling, en het zijn de minste niet.

Ook Ter Braak krijgt eenzelfde zware nadruk in dit boek. Diens engagement staat buiten kijf, schrijft Van Oudvorst. Zo was Ter Braak betrokken bij de oprichting van het Comite van Waakzaamheid van anti-nazistische intellectuelen. Maar evenals het gros van de intellectuelen hield Ter Braak zich aanvankelijk afzijdig van de politieke actualiteit. Pas onder druk van het opkomend nazisme koos Ter Braak partij. En dat ging niet van harte: "De politiek doet mij kotsen, en heftig, vooral nu ik er zoo zijdelings bij betrokken ben. Maar hoe eruit te blijven, als de N.S.B. dreigt een macht te worden?" Ter Braak schreef Politicus zonder partij, maar hij koos geen partij voor de politiek; het was eerder een stelling nemen tegen het opkomend nazisme. Ter Braak verafschuwde de burgerlijke geest, het liberale positivisme, het opkomend amerikanisme en pragmatisme evenzeer als de intellectuelen die lippendienst bewezen aan het nationaal-socialisme. Maar hij verafschuwde dat nazisme nog meer. Van Oudvorst maakt duidelijk hoe moeilijk het was voor Ter Braak om positie te kiezen.

De verbeelding van de intellectuelen is wel erg ruim van opzet. Vaak overlappen stukken elkaar. Van Oudvorst vat graag kort samen, komt nog eens met een synthese, herhaalt nog eens. Ook is veel van wat hij vertelt al vaker beschreven. Maar het is toch prettig een grondig overzichtswerk te bezitten waarin Dostojewski en Ter Braak als uitvoerige casestudies worden getoetst aan het algemene raamwerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden