Review

Geschiedenis van de Nederlanden te braaf voor een groot publiek

J. C. H. Blom en E. Lamberts (red.): Geschiedenis van de Nederlanden. Agon, Amsterdam; geb., 549 blz., geïll., ¿ 89.

Tegen die achtergrond is het toe te juichen dat er een 'Geschiedenis van de Nederlanden' op de markt is gekomen, 'onmisbaar voor iedereen die een warme belangstelling koestert voor het rijke en bewogen verleden van onze streken', zoals het persbericht laat weten. Deze uitgave is een populaire bewerking van een in 1993 verschenen wetenschappelijke editie. Acht Belgische en Nederlandse historici beschreven de geschiedenis van de Nederlanden. De Amsterdamse hoogleraar Blom en zijn Leuvense collega Lamberts voeren de redactie.

Twee van de acht hoofdstukken zijn aan de Belgische geschiedenis gewijd, vier hoofdstukken hebben alle Nederlanden als onderwerp, terwijl hoofstuk 4 aandacht besteedt aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1780). Een epiloog gaat nader in op de eenheid en de verscheidenheid in de Nederlanden.

Het is te billijken dat deze geschiedenis bij de inval van de Romeinse veldheer Julius Caesar in 57 vóór Christus begint, immers pas vanaf dat moment is er inderdaad sprake van geschiedenis, omdat de Romeinen over die modderige delta in het noordwesten van Europa gingen schrijven. Toch is het jammer dat in dit boek de prehistorie ontbreekt, juist ook omdat door intensief archeologisch onderzoek de laatste decennia de kennis over de 'voorgeschiedenis' van de Nederlanden sterk vergroot is. Ongewild wordt nu bij 'het grote publiek' het beeld bevestigd dat de prehistorie weinig voorstelt, terwijl in de media toch regelmatig over nieuwe, soms zelfs spectaculaire, vondsten wordt bericht.

Evenzeer is het te betreuren dat de Romeinse periode, die toch meer dan drie eeuwen beslaat, met een paar bladzijden wordt afgedaan, waardoor opmerkelijk genoeg de Bataven en dus ook de Bataafse opstand (69-70), schitteren door afwezigheid. Het hoge begintempo leidt ertoe dat de lezer al op pagina 27 met de elfde eeuw wordt geconfronteerd.

Naarmate de geschiedenis vordert, worden de gebeurtenissen gedetailleerder, waardoor Bourgondiërs, Habsburgers, de opstand tegen Spanje en zoveel andere bekende en minder bekende gebeurtenissen ruime aandacht krijgen. De laatste twee hoofstukken behandelen respectievelijk de geschiedenis van België en die van Nederland van 1830 tot omstreeks 1990.

Zoals onontkoombaar is bij een dergelijk werk vormt de politieke geschiedenis het raamwerk van het verhaal. Binnen dat kader wordt systematisch aandacht besteed aan sociale, economische, godsdienstige en culturele ontwikkelingen.

De aankondiging dat de tekst voor een algemeen publiek is geschikt gemaakt, leidt vanzelf tot de vraag in hoeverre de auteurs hierin zijn geslaagd. Vooropgesteld kan worden dat het boek wetenschappelijk gezien een goede indruk maakt. De auteurs zijn deskundig op hun terrein en verkondigen daarom zeker geen ketterse of dubieuze stellingen. Daarmee is echter tegelijk de zwakke stee blootgelegd: het boek wekt geen nieuwsgierigheid, er ligt geen uitdagend concept aan ten grondslag dat de belangstellende leek tot lezen prikkelt.

De gekozen invalshoek is klassiek: een chronologisch geordend verhaal, geschreven volgens de regels van de kunst. Om een breed publiek te boeien is echter meer nodig dan ruim 500 bladzijden met een vakkundig verteld geschiedenisverhaal te vullen. Er moet gelegenheid zijn zich in te leven, zich met gebeurtenissen en personen te identificeren. Daartoe biedt dit boek nauwelijks kansen. Het verhaal kabbelt voort, waardoor de lezer(es) haast ongemerkt van de ene naar de andere gebeurtenis wandelt, zonder echt door de tekst gegrepen te worden.

Daardoor kan het gebeuren dat de Tachtigjarige Oorlog al lang is uitgebroken zonder dat het echt opvalt, omdat (overigens wetenschappelijk terecht) voortdurend over de Nederlandse Opstand wort gesproken. Juist voor een breed publiek is echter de term Tachtigjarige Oorlog een herkenningspunt.

Evenzeer is opmerkelijk dat aan de Tweede Wereldoorlog nauwelijks aandacht wordt besteed. Zowel bij de beschrijving van de Belgische als van de Nederlandse geschiedenis worden er amper twee bladzijden aan gewijd. Een oorlog die juist in deze tijd van herdenken zo in de belangstelling staat, heeft daarmee een wel zeer onopvallende plaats in de (Nederlandse) paragraaf 'Een burgerlijk-verzuilde samenleving (1918-1960)'.

Een geïnteresseerde lezer zal met het taalgebruik niet al te veel moeite hebben, al leest een zin als 'Dit systeem berustte essentieel op trouw en herinnerde zo aan zijn wortels in de oude clièntela' niet lekker weg, terwijl ook de betekenis (van het leenstelsel) niet iedereen direct zal zijn geopenbaard.

De uitgever verdient een compliment voor de zorg die aan de correctie is besteed. Slechts enkele spelfouten (zoals vazaliteit in plaats van vazalliteit) vallen op. Onhelder is de indeling van de hoofdstukken. Een ondoorzichtig, niet consequent toegepast, systeem van onderstreepte en niet onderstreepte tussenkoppen maakt de structuur van het boek er niet duidelijker op.

De illustraties zijn niet opvallend, maar wel met zorg gekozen, al was de toegevoegde waarde groter geweest als er ook in de tekst aandacht aan was besteed. Nu blijven ze teveel plaatjes bij een verhaal.

'Geschiedenis van de Nederlanden' is een vakkundig geschreven boek, dat echter te braaf en te onopvallend is om een breed publiek te kunnen boeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden