Gerwin van der Werf.

InterviewGerwin van der Werf

Gerwin van der Werf: ‘Een schrijver moet zich álles kunnen toe-eigenen’

Gerwin van der Werf.Beeld Maartje Geels

Gerwin van der Werf heeft voor het eerst een roman geschreven met een vrouwelijk hoofdpersonage: een 17-jarig meisje op weg naar Parijs. Het verwijt dat hij zich een gender toe-eigent, ligt op de loer. Maar soit: “Man, vrouw, jongen, meisje, we zijn allemaal mensen.”

In zijn woonkamer in Leiden valt meteen de imposante boekenkast op. Vele strekkende meters romans, keurig gesorteerd op kleur: rijtje blauw, rijtje oranje, rijtje groen... “Gênant hè?”, zegt Gerwin van der Werf. “Ik kan nooit iets terugvinden, maar mijn dochter vond het gewoon mooi zo.” Van der Werf recenseert literatuur in Trouw en werkt drie dagen per week als muziekdocent. Daarnaast vindt hij nog tijd om boeken te schrijven. Dit jaar viert hij zijn tienjarig jubileum als romancier. Het was een vruchtbaar decennium, al valt het hem steeds moeilijker ‘om het schrijven makkelijk te laten lijken’.

Donderdag verschijnt zijn vijfde roman: ‘Strovuur’. In dit nieuwste boek schrijft hij voor het eerst vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon. Het 17-jarige meisje Fay knijpt er spontaan tussenuit met haar 20-jarige neef Elvin. In zijn auto, een roestige Mitsubishi Sapporo, trekken ze naar Parijs. Een klassieke roadtrip, een genre dat Van der Werf goed ligt, gezien ook zijn eerdere roman ‘Een onbarmhartig pad’. Aanvankelijk draait alles om het avontuur, maar al snel beseft Fay dat ze een groot verdriet uit het verleden onder ogen zal moeten zien: het verlies van haar vader.

De schrijver heeft het boek opgedragen aan zijn dochter Emma (15), de allereerste lezer. Haar commentaar: ze vond het einde ‘heel chill’. Van der Werf heeft niet gevraagd wat ze daar precies mee bedoelde. Het klonk positief, dus hij was allang blij. “Emma had mijn vorige twee boeken gelezen, met plezier”, zegt hij. “Verder leest ze niet. Dat vind ik erg jammer. Dus toen ze vroeg: ‘Pap, wanneer ga je weer een boek schrijven?’, heb ik meteen toegehapt. In feite is deze roman mijn persoonlijke leesbevorderingsproject voor mijn dochter.”

Vanwaar de keuze voor een roadtrip?

“De roadtrip is een klassiek genre in de film en inmiddels ook in boeken. De lezer heeft daardoor een verwachtingspatroon, dat in Strovuur eerst nog lijkt te gaan kloppen: er ontstaat allerlei gedoe met absurde situaties, bizarre ontmoetingen en verdwaalpartijen. Maar ik zet de lezer op het verkeerde been. Op een gegeven moment draai ik de boel volledig om. Op het voortdurende crescendo volgt dan ineens een verstilling. Letterlijk: Fay en Elvin komen stil te staan in een bos. De sfeer slaat om en vanaf dan wordt het meer een innerlijke tocht.

“In een roadtrip komt een personage tot transformatie of inzicht. Dat geldt ook voor Fay. Het meisje zit vast in een rol waarin ze zich op de achtergrond plaatst en zich afzondert. Ze heeft ook helemaal genoeg van het keurslijf waar de school haar in dwingt. Ze voelt dat ze weg moet, en haar neef biedt haar die kans. Maar op de achtergrond is er nog een heel andere oorzaak die Fay ertoe aanzet om te ontsnappen. Daar moeten zij en de lezer samen achter zien te komen. Een roadtrip is daar bij uitstek geschikt voor, want alle situaties en personages die je onderweg tegenkomt, nopen je tot zelfreflectie.”

Was het moeilijk om vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon te schrijven?

“Nee, het ging vrij soepel. Man, vrouw, jongen, meisje, we zijn allemaal mensen. In eerste instantie was het een experiment. Schrijven vanuit een meisje, kan ik dat? Het voordeel was dat ik niet meteen weer zelf het personage was of als zodanig zou worden gezien. Het nadeel: de discussie over toe-eigening, nogal een hot item. Weinig mannelijke schrijvers kiezen nog een vrouw als hoofdpersoon. Persoonlijk vind ik dat een schrijver zich álles moet kunnen toe-eigenen. Etniciteit, gender, maakt niet uit. Als ik schrijf over iemand die in Duitsland woont, eigen ik me dan ook niet iets toe? Eigen ik me sowieso niet iets toe als ik over iets anders dan mezelf schrijf? Je moet je uiteraard wel goed inleven en inlezen, anders wordt het gewoon een slecht boek.

“Ik vond het leuk om met Fay mee te denken, maar zelf lijk ik meer op haar tegenpool Elvin. In hem kon ik het kleine stukje van mezelf kwijt dat roekeloos, naïef en impulsief is. Zo zou ik vaker willen zijn. Die oude Mitsubishi Sapporo van Elvin zou ik zelf ook willen hebben. Sterker nog, ik heb er ooit in gezeten bij een autohandelaar toen ik mijn eerste auto ging kopen. Wat een bak, geweldig! Vrienden zeiden: ‘Die moet je nemen.’ Maar mijn voorzichtige zelf ging toch voor een degelijke Toyota.”

Hebben uw leerlingen het portret van de 17-jarige Fay gevoed?

“Fay stelt zich vragen: ‘Wie was mijn vader precies, hoe kwam hij zo somber en in hoeverre lijk ik op hem?’ Eerder in haar leven kon ze dat nog niet onder ogen zien. In het onderwijs maak ik zulke ontwikkelingen van dichtbij mee. Ik zie kinderen dichtklappen tussen hun twaalfde en zestiende. Rond hun zeventiende of achttiende is het dan ineens alsof de mist optrekt. Kinderen zijn dan voor het eerst goed in staat om naar zichzelf te kijken, net als Fay. In die zin is Strovuur ook een coming-of-age-boek.

“Het is spannend of je een kind niet te wereldwijs neerzet. Eerlijk gezegd is dat enigszins het geval in vrijwel alle romans die vanuit het perspectief van een kind zijn geschreven. Dat geeft op zich niet, als je de toon maar goed treft. Op school heb ik een soort toetssteen. Ik ken stoere meiden als Fay. Ik ben mentor geweest van die leeftijdsgroep. Dan zie je hoe kinderen omgaan met tegenslag, zoals het verlies van een ouder. Het lukte me nooit om daar met hen over te praten. Achteraf heb ik gedacht: ‘Dat is helemaal niet erg.’ Zelf was ik als puber ook niet zo van het gepraat. Laat maar, gewoon. Een cultuur waarin je alles openlijk bespreekt, is niet voor iedereen even effectief. Fay lost het zelf op, ze omzeilt de moderne hulpstructuren die rond school zijn opgetuigd. In die zin is dit boek een beetje tegendraads.”

Deze roman gaat ook over de waarde van kunst, gesymboliseerd door een middeleeuws muziekboek vol Gregoriaanse gezangen waar Fay door gefascineerd raakt.

“Dat liedboek staat voor het sublieme: de schoonheid van de kunst die met veel zorg, ambacht, liefde en creativiteit is gemaakt. Drie jaar geleden was ik op schoolreis naar Venetië, met leerlingen die eindexamen deden in muziek. Ik had geregeld dat we met frater Rino van het convent van San Francesco della Vigna de kloosterbibliotheek mochten bezoeken. De frater had voor ons een prachtig muziekhandschrift uit het depot gehaald, in Gregoriaans neumenschrift. Ik gaf de leerlingen de opdracht om de eerste twee regels te noteren in modern notenschrift. Ze gingen fanatiek aan de slag. De frater was stomverbaasd: 17-jarigen die interesse hadden voor zo’n oud boek? Een surrealistisch moment. Toen dacht ik al: Daar ga ik iets mee doen.”

Al plannen voor een volgend boek? Een historische roman?

“Dat lijkt me geweldig! Schrijven is voor mij: je begeven in een andere wereld, een wereld die je zelf verzint. Ik ben altijd op zoek naar een sterk decor. En wat is nou sterker dan een historische setting waar je helemaal in kan verdwijnen? “Maar het kost ongelooflijk veel tijd om je in te lezen. Dat lukt niet met drie dagen lesgeven ernaast. Gelukkig heb ik nog meer ideeën. Ik blijf schrijven. Boeken die ik zelf graag zou lezen. Sowieso wil ik er plezier in houden. Het moet geen kwelling worden, anders houdt het op.”

‘Strovuur’, Gerwin van der Werf, Uitgeverij Atlas Contact, 240 blz., 21,99 euro.

Gerwin van der Werf (50) is schrijver en muziekdocent. Hij recenseert literatuur in Trouw, geeft muziekles op een middelbare school en heeft vijf romans op zijn naam. In 2010 debuteerde hij met ‘Gewapende man’. Daarna volgden ‘Wild’ (2011), ‘Luchtvissers’ (2013), ‘Een onbarmhartig pad’ (2018) en nu ‘Strovuur’. Van zijn hand verschenen ook twee bundels met columns over het onderwijs.

Lees ook:

De toekomst heeft weinig te bieden

We zijn te onverschillig tegenover onze kinderen, vindt de Franse schrijfster Virginie Despentes. In de roadnovel ‘Apocalyps Baby’ beschrijft ze een cynische, illusieloze generatie jongeren.

Dave Eggers heeft van ‘De Parade’ een kaal verhaal gemaakt, maar met goed gevoel voor absurditeit

In een absurde ‘road novel’ richt Dave Eggers opnieuw zijn pijlen op het westerse kapitalisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden