BoekrecensieHistorische roman

Geroofd uit Sulawesi, verkocht in Batavia, ‘vrij’ in Amsterdam

null Beeld
Beeld

Het aangrijpende relaas van de 18de eeuwse tot slaaf gemaakte Flora tilt deze al te uitleggerige historische roman op.

Als Joachim van der Elst, wijnhandelaar en regent van het Spinhuis (een Amsterdams tuchthuis) op een dag oog in oog staat met een zwarte vrouw, een slavin, vraagt hij zich verwonderd af: “Wat denkt en voelt zo iemand? Kan zo iemand wel denken en voelen zoals wij? Zijn het niet gewoon duivelskinderen?” Hij spreekt er een predikant op aan die hem zegt Genesis 9 te lezen, met de zegen- en vloekspreuken van Noach. “Zoals de Heer ons heeft gezegend tot het uitverkoren volk, zo heeft hij de zwarten, immers de nakomelingen van Cham, vervloekt tot hen die dienstbaar moeten zijn aan ons, de uitverkorenen! En wee degene die daar ooit tegen in verzet komt; die verzet zich tegen de wil van God!”

Met de Bijbel ter rechtvaardiging vond er in de zeventiende en achttiende eeuw veel weerzinwekkends plaats. Hoewel er in Noordwest-Europa sinds de Middeleeuwen geen noemenswaardige slavenhandel en slavernij meer werden aangetroffen, hielden veel Europese mannen Oost-Aziatische vrouwen als slaven. Velen van hen werden, ook al was dit illegaal, tegen hun wil meegenomen naar de Republiek, meestal werd er vrijheid in het vooruitzicht gesteld, een belofte die zelden werd nagekomen. Reggie Baay, die eerder over het Nederlandse koloniale verleden schreef in Daar werd wat gruwelijks verricht en Het kind met de Japanse ogen, zocht tevergeefs naar getuigenissen van slachtoffers, zo schrijft hij in het nawoord van zijn nieuwe roman Het lied van de goden. De stemmen van deze vrouwen, die niet alleen de zeggenschap over hun leven kwijtraakten, maar ook over hun lichaam, zijn nooit gehoord, ze zijn opgelost in de geschiedenis. Uit de fragmenten die Baay vond over de levens van drie van hen stelde hij zijn hoofdpersonage Flora van Makassar samen.

Afranseling op de geselbok

Het is 1756 en na een afranseling op de geselbok bevindt Flora zich in eenzame opsluiting in het Spinhuis. Driemaal daags wordt ze overgoten met ijskoud water en de winter nadert. In een laatste poging betekenis te geven aan een vergeten leven zet ze haar verhaal op papier voor haar dochter, het kind dat is verwekt door een poeté (witte) en waar ze nooit een moeder voor mocht zijn.

Het is een aangrijpend verslag waarin ze vertelt hoe ze tweeëntwintig jaar eerder uit Wadjo (Zuid-Celebes, nu Zuid-Sulawesi) werd geroofd door slavenjagers. Na een helletocht in het ruim van een schip wordt ze in Batavia naakt op een markt tentoongesteld, door vreemde kerels betast alsof ze een avocado is en verkocht. De jaren richting volwassenheid kennen vervolgens enkel verlies, verkrachtingen en martelingen en de hoop op een weerzien met haar familie die haar in het begin overeind houdt, vervaagt met het verstrijken van de tijd.

Reggie Baay Beeld
Reggie Baay

Baay wisselt Flora’s verhaal af met de brieven die Joachim van der Elst schrijft aan zijn zoon Godfried die in Indië carrière maakt bij de Compagnie. Van der Elst is een pompeuze dwaas met bestuurlijke ambities en een historie vol ongelukkige investeringen in de Oostzeehandel. De angst een voetveeg voor de hoge heren te blijven verleidt hem tot de handel in amfioen (opium) waarvan hij nerveus verslag doet aan zijn zoon.

Corpulente druiloor

Veel meer dan het geneuzel en geklaag van een corpulente druiloor met grootheidswaanzin zijn die epistels niet, ze lijken vooral te dienen om Flora’s geschiedenis van historische context te voorzien. Zo schrijft Van der Elst als Godfried zijn verloving met de dochter van een slavin bekendmaakt: “U schrijft dat zelfs de hoogste en meest eerbare mannen in de Oost gehuwd zijn met dochters van slavinnen en u noemt, ten bewijze, de namen van enkele raden van Indië en zelfs die van de vroegere gouverneur-generaal van Hoorn, maar verandert dat iets aan de aard der zaak? Maakt dat een dergelijke echtverbintenis tot een zonder de kwalijkheid waarvan eenieder overtuigd is?”

Baay laat bar weinig aan de verbeelding over, de historicus in hem wint het geregeld van de romanschrijver als hij schrijft over het machtsmisbruik, de corruptie en de mensenhandel. Het is het verhaal van Flora dat het boek omhoogtilt, met haar slaagt Baay erin de tot slaaf gemaakte vrouwen die tegen hun zin werden meegenomen naar de Republiek een stem te geven. Flora belandt uiteindelijk in Amsterdam, eenzamer dan ooit. Vechtend herwint ze haar vrijheid, maar het veroordeelt haar tot een leven op straat waar ze wordt beschimpt en geschopt en waar ze tot de tragische conclusie komt dat vrijheid niets voorstelt zonder menselijke waardigheid. Haar pad kruist dat van Van der Elst, beiden op weg naar de ondergang maar slechts een van hen met opgeheven hoofd.

null Beeld
Beeld

Reggie Baay
Het lied van de goden
Atlas Contact; 352 blz. € 22,99

Lees ook:

Vijf experts over de zin en onzin van excuses voor de slavernij.

Wat is de zin van excuses als het draagvlak zo gering is?

Reggie Baay levert een belangrijke bijdrage aan het verhaal van de dekolonisatie.

Reggie Baay vertelt over het verleden van zijn vader als Knil-militair, en de tijd daarna, aan de hand van hervonden foto’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden