1897: leden van de Britse strafexpeditie poseren te midden van bronzen werken in het afgebrande paleis van de oba (koning) van het Beninrijk. De bronzen reliëfs, koningskoppen en andere objecten werden over de hele wereld verscheept

Roofkunst Nigeria

Geroofd brons mag naar huis

1897: leden van de Britse strafexpeditie poseren te midden van bronzen werken in het afgebrande paleis van de oba (koning) van het Beninrijk. De bronzen reliëfs, koningskoppen en andere objecten werden over de hele wereld verscheept

Op 5 juli praten musea uit Europa en Nigeria over een nieuw museum in Benin City. Dat zal Benin Bronzes uit Europees bezit tonen. Redacteur Eric Brassem en fotograaf Petterik Wiggers reisden de geroofde kunstwerken vooruit.

De reis naar Nigeria begon met een kaderstukje. In 2017 interviewde dit katern roofkunstexpert Jos van Beurden over diens promotieonderzoek. ‘Musea, geef die roofkunst terug’, stond erboven. Ik, eindredacteur, zocht enkele aansprekende voorbeelden: de friezen van het Parthenon in Londen. De buste van Nefertiti in Berlijn. De Benin Bronzes – hm, ze kwamen me bekend voor, maar verder?

Dit werd het kadertje, 86 woorden: “Geen kunstschat is zó verstrooid over de wereld als de ‘Benin Bronzes’. De bronzen plaquettes en hoofden van koningen, edelen en strijders, stonden in het paleis van het koninkrijk Benin (in huidig Nigeria). Dat werd in 1897 leeggeroofd door soldaten van een Britse strafexpeditie. Schat­tingen over de omvang van de collectie lopen uiteen van 2400 tot 4000 werken, die hun weg vonden naar musea in Londen, Oxford, Glasgow, Berlijn, Keulen, Hamburg, Dresden, Leipzig, Stuttgart, München, Mannheim, Wenen, Parijs, Sint-Petersburg, New York, Washington, Boston, Chicago en Leiden.”

Ongeldig

Ik had nooit gedacht dat ik nog eens aanvechting zou krijgen om terug te keren naar Nigeria. Ik was er in 1993 om de presidentsverkiezingen te verslaan. Op de verkiezingsdag, 12 juni, vatten twee heren mij ’s ochtends vroeg in de kraag bij het stembureau. De hele dag zat ik vast. “Ach meneer, de uitslag staat morgen in alle kranten”, suste een agent. Niet waar, want de oppositiekandidaat had gewonnen, dus verklaarde zittend president Babangida de stemming ongeldig.

Ook toevallig! Tijdens mijn verblijf vorige maand werd 12 juni uitgeroepen tot nationale Dag van de Democratie. Want hoewel de uitslag was geannuleerd, de stembusgang was nog nooit zo eerlijk verlopen als op die dag in 1993. Dat moet voortaan nationaal gevierd worden, vindt de huidige regering van president Buhari.

Diens regering is de zoveelste sinds 1993 die haar bevolking verder weinig te vieren geeft. Het olierijke Nigeria is dan wel geen dictatuur meer, maar 94 miljoen mensen – bijna de helft van de bevolking – leven onder de armoedegrens. Hun aantal groeit. De meeste Nigerianen zijn verstoken van gezondheidszorg. Rond 40 procent is analfabeet. Terreurbeweging Boko Haram houdt er huis. De overheid behoort tot ’s werelds meest corrupte; steeds blijken politici en ambtenaren miljoenen te vergaren.

Ik had er aardige mensen ontmoet, en helden als mensenrechtenactivist Beko Ransome Kuti, broer van muzikant Fela Kuti. Maar al dat geweld, die uitzichtloosheid: nooit meer naar Nigeria! 

Beeld Bronzen reliëfs in het Victoria & Albert Museum, Londen

Gêne

En toch ging ik weer. Ik had me bij het schrijven van dat kadertje gegêneerd dat ik, ex-Afrika­redacteur, niks wist van dat Beninrijk en zijn koningsdynastie, die wortelt in de dertiende eeuw. Ik was begonnen met lezen en niet meer opgehouden, en toen was ik verkocht. Wat een veelzijdig, intrigerend verhaal!

Een van de eerste beschrijvers van het rijk – uit tweede hand, zelf was hij er nooit geweest – was Olfert Dapper. “Het hof des Konings is vierkant, en is wel zo groot als de stad Haarlem”, schreef hij in 1668. “Het is verdeeld in veel prachtige paleizen, huizen en vertrekken der hovelingen, met schone, lange vierkante galerijen, omtrent zo groot als de beurs te Amsterdam.” De pilaren in het paleis zijn ‘van onder tot boven met gegoten koper beslagen, waarop afbeeldingen hunner oorlogsdaden en veldslagen’.

Doodgeschoten

Zo zag het paleis er dus uit in de glorietijd van het Beninrijk. Eind negentiende eeuw was dat rijk al kwijnend. Britse koloniale autoriteiten hadden een ‘vrijhandelsverdrag’ afgesloten met de toenmalige oba (koning) Ovonramwen. Maar ze waren ontevreden over de naleving ervan. James Phillips, consul-generaal van het Niger Coast Protectorate, kwam in januari 1897 verhaal halen. Aan de grens van Benin werd hem verteld dat de oba hem wegens majesteitelijke verplichtingen niet kon ontvangen.

Daar had Phillips lak aan. Vermoedelijk wilde hij een oorlog forceren. “Ik heb reden om te geloven dat we in het huis van de koning voldoende ivoor zullen aantreffen om de kosten te dekken, nodig om de koning van zijn zetel te verwijderen”, had hij geschreven. Die oorlogsbuit kreeg hij nooit te zien. Onderweg naar het paleis werd hij doodgeschoten.

Na een maand hadden de Britten een troepenmacht voor een wraakexpeditie ter plekke. Het paleis – eigenlijk een stadje, met verblijfplaatsen van hoffunctionarissen – brandden ze plat. Ze roofden duizenden bronzen, en ivoor- en houtsnijwerk van de altaren waarop de oba eeuwenlang had gecommuniceerd met voorouders en goden. De ‘curiosa’ werden over de hele wereld verscheept; 139 objecten belandden in het huidige Museum Volkenkunde in Leiden.

Een bronzen beeld van een luipaard, afkomstig uit Nigeria en gemaakt tussen 1550 en 1680. Beeld The Metropolitan Museum of Art.

‘Wilden’

De bronzen – de bulk van de oorlogsbuit – veroorzaakten in Europa al snel sensatie. Dat Afrikaanse ‘wilden’ zulke hoogstandjes konden produceren, stuitte op ongeloof: ze zouden van Egyptische, Indiase, Turkse of Mexicaanse makelij zijn. Dát de Bini, zoals het volk heet, wilden waren, was niet omstreden. Luttele weken na de strijd deed de London Review pagina’s lang verslag van de expeditie, en de ‘afschuwwekkende riten aan hun goden of fetisjen’ die de Bini praktiseerden. Tekeningen toonden rottende lichamen van geofferde slaven, op knekelvelden en gekruisigd aan bomen. “Menselijke offers waren overal verstrooid.”

De Bini’s hielden er wrede gebruiken op na. Ze offerden slaven. En ook priesters, die de ledematen van de oba belichaamden, moesten eraan geloven als de koning overleed.

Soms verwierven slaven hoge posities in het leger – en maakten ze weer nieuwe slaven. Vermoedelijk hadden de Bini minder slaven gemaakt en verhandeld zonder de vraag van Europese slavenhandelaren. En ze hadden vermoedelijk ook minder bronzen gegoten zonder het metaal dat de Europeanen meebrachten om die slaven te kopen (en ook peper en palmolie – smeermiddel van de Industriële Revolutie).

Gilden

Benins succes stoelde mede op zijn strakke staatkundige organisatie, met dienstplicht voor weerbare mannen. Aan het hoofd stond de goddelijke oba (koning), bemiddelaar tussen het aardse en geestenrijk, en hoeder van de kosmologische orde. Het bestuur kende ook checks and balances, tussen raden van hofdienaars, dorpsoudsten, gilden en priesters. Vrouwen (afgezien van moeders van oba’s) deden er weinig toe: zij werden de oba geschonken, of de oba deed ze cadeau aan chiefs.

Wat zou er nog over zijn van die cultuur waaraan die ‘bronzen’ ontrukt zijn, vroeg ik me af. Hoe kijken Bini anno 2019 naar die bronzen en hun cultuur? In Europa zitten musea steeds meer in hun maag met hun ‘koloniale’ en ‘roofkunst’. Het debat over teruggave woedt al jaren, en kreeg in 2016 een impuls toen de Franse president Macron zich uitsprak voor teruggave van Afrikaans cultureel erfgoed (al heeft hij die belofte nog niet in beleid omgezet). Het Nederlandse museum van Wereldculturen, moederorganisatie van het Museum Volkenkunde, riep dit jaar een restitutieprocedure in het leven. Ook in Duitsland wordt daaraan gewerkt.

Bronzen altaarbeeld uit Nigeria, vervaardigd in de late 18e eeuw. Beeld The Metropolitan Museum of Art

Iconisch

In de categorie roofkunst vormen de Benin Bronzes een categorie op zich: zo evident geroofd, zo veel (enkele duizenden), zo verspreid over de hele wereld, zo iconisch. De Bronzes zijn ook een geval apart omdat vorig jaar autoriteiten van Nigeria en tien Europese musea, waaronder het Museum Volkenkunde in Leiden, een akkoord sloten. Nigeria bouwt een nieuw museum in Benin City, en de Europese musea zullen Bronzes uit hun collecties aan dat museum uitlenen.

Jawel: uitlenen, niet teruggeven. Nigeria liet erbij optekenen dat het zijn aanspraak op de Bronzes niet laat varen. Maar daarvoor moet het bij een ander loket aankloppen; teruggave is nu eenmaal veelal een zaak van de staat, die eigenaar is van collecties die museumautoriteiten slechts beheren.

Nog een vraag die zich opdrong: een Nigeriaans museum, wat moeten we ons daar bij voorstellen?

Eerste stop: het National Museum in Lagos, zeg maar Nigeria’s ‘Rijksmuseum’. Daar had ik veel slechts over gehoord. Je bent er snel doorheen. Enige honderden objecten, ouderwets etnografisch gerangschikt: volk A, B of C gebruikte dit of dat voorwerp bij geboorte, huwelijk of begrafenis. Nul connectie met de buitenwereld.

Generaal

In dit museum staan ook enkele ‘Benin Bronzes’ – maar zeker eentje minder dan in 1973. Toenmalig president, generaal Yakubu Gowon, ging de Britse koningin Elizabeth bezoeken. Hij wilde haar een kopie van een bronzen koningshoofd schenken. Maar de kopie, eenmaal geproduceerd, viel tegen. Daarop toog de generaal persoonlijk naar het National Museum en plukte een zestiende-eeuws exemplaar uit de vitrine. Tot 2002, toen dit verhaal aan het licht kwam, ondersteund door materiaalonderzoek en getuigeverklaringen, veronderstelde het Britse hof dat het een kopie bezat.

Bezijden het National Museum verrijst een hoog gebouw. Dat werd met overheidsgeld gebouwd als opslagplaats voor de museumcollectie. Maar al voor oplevering wisselde het van eigenaar en werd het een winkelcentrum. De museale voorraad zou nog steeds moeten liggen in de haveloze barakken achter het museum. Die zijn niet toegankelijk, maar je passeert ze onderweg naar een soortgelijke barak die wel toegankelijk is: de bibliotheek. Enkele honderden schijnbaar willekeurige titels staan er op de plank, zoals ‘The Illustrated Encyclopedia of Mush­rooms’, die in de bedompte ruimte waar water in de gang staat wel van pas komt.

Bronzen in het British Museum Beeld British Museum

Verdwenen

“Bij oprichting telde het National Museum meer dan 500.000 objecten”, vertelt Kolawole Oseni, directeur van het archiefbureau van Lagos. Maar veel van die objecten werden gestolen, of ze verdwenen als ze werden uitgeleend aan musea elders in het land. “Waar ze zijn, weten we niet.”

In 2008 deed Oseni in opdracht van de minister van cultuur aanbevelingen om de organisatie van federale musea te verbeteren. Maar zijn rapport verdween in de laden van de minister en de bevoegde museumautoriteit, de National Commission for Museums and Monuments.

Deze NCMM, geleid door een directeur met ministeriële status, is ook voor de Bronzes een belangrijke instantie. Zij voerde namens de Nigeriaanse regering het jarenlange overleg met Europese musea, dat is uitgemond in het akkoord over het nieuwe museum in Benin City. De stad kent al een Benin National Museum met een paar Bronzes, die onder verantwoordelijkheid valt van de NCMM. Dit museum stond al in net zo’n kwade reuk als andere musea onder zijn beheer, maar is wat opgekalefaterd sinds een nieuwe directeur een samenwerking is aangegaan met het Smithsonian Museum in Washington. Toch trekt het weinig bezoekers, en iets essentieels als ontvochtigingsapparatuur ontbeert het.

Ufo’s

Nigeriaanse musea zijn een soort ufo’s. Ze doen weinig om bezoekers te trekken. Dat is extra lastig omdat grote delen van de bevolking geen geld hebben voor een kaartje, of anti­pathie koesteren voor ‘demonische’ kunst. Dat het vak geschiedenis jarenlang ontbrak op middelbare scholen werkt de disconnectie ook in de hand. Groepen scholieren komen wel, maar speciale voorzieningen voor hen ontbreken.

In Benin City, tweede stop van mijn reis, bestaat wel een sterk nationaal bewustzijn: tuinbeelden en graffiti verwijzen naar de Bronzes. Oba Ewuare II, de veertigste van zijn dynastie, staat er in hoog aanzien. Hij staat aan het hoofd van een traditioneel bestuurssysteem dat naar verluidt in goede harmonie functioneert met de gekozen regering en de populaire gouverneur van de deelstaat, Godwin Obaseki. In de stad produceert nog steeds een gilde van bronsgieters kunstobjecten en souvenirs, niet meer exclusief voor de oba, maar ook voor Nigeriaanse en buitenlandse liefhebbers.

Wat ik wilde weten: wat vinden direct betrokkenen – zoals gieters, historici, kunstenaars, traditionele leiders – ervan dat Europese musea die Bronzes gaan uitlenen, in plaats van teruggeven? Zoals te verwachten, vonden de meesten dat die objecten definitief terug moeten, omdat ze nu eenmaal gestolen zijn. Maar, zeiden velen, als het ooit van teruggeven komt, dan alsjeblieft niet aan de federale regering of de NCMM. Dikke kans dat ze dan verdwijnen. Geef ze alsjeblieft aan de deelstaat of aan de oba, daar zijn ze veilig.

Bronzen koningshoofden in het Quai Branly Museum in Parijs Beeld AFP

Netelig

Daar is veel voor te zeggen. Maar een netelig vraagstuk doemt op als Nigeria een beroep zou doen op de regels voor restitutie van het Museum van Wereldculturen. Zal de minister van cultuur, die uiteindelijk iedere teruggave moet goedkeuren, als het erop aankomt de Nigeriaanse federale regering passeren, ten gunste van lokale overheden? De restitutiebepalingen laten daar ruimte voor, maar zou de Nederlandse regering (of die van andere betrokken staten) die confrontatie aandurven?

Ik zou zeggen: doen. Al valt er wel trouwens wel wat af te dingen op de rotsvaste overtuiging dat de objecten veilig zijn bij de deelstaat en de oba, op grond van diens heilige status. Zelfs in diens paleis gebeuren gekke dingen. Zo stak in 1818 een oba zichzelf en het paleis in brand, toen een concurrerende troonpretendent met leger aan kwam zetten. Veel van het ivoor, waar de Britten in 1897 nog als buit op hoopten, ging verloren; bronzen zijn gelukkig vuurvaster. En in 1976 stal een inbreker veel stukken uit het paleis. Alles werd teruggevonden, maar toch.

Christenfundamentalisten

En wat als deelstaat en oba ruzie krijgen? Wat als de macht van traditionele oba en chiefs verder afkalft door christenfundamentalisten? Wat als het islamistische Boko Haram de ‘heidense’ kunst wil verwoesten? Wat als een nieuwe kleptocraat weer in de vitrines graait?

Nou, daar kunnen we dan heel weinig tegen doen. ‘Terug met die roofkunst’, stond boven het interview dat ik in 2017 voorzag van een kadertje. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt. Erken dat we objecten bezitten dankzij een rooftocht die neerkwam op culturele genocide. Erken dat ze daar belangrijker zijn dan hier. Draag het eigendom over. Vraag of wij er wat kunnen lenen, die bereidheid is er. Betaal royalty’s, help Nigerianen die van hun museum met ‘onze’ objecten een succes kunnen maken – onder de geïnterviewden bevinden zich een paar goede kandidaten. En geef de objecten uiteindelijk terug. Nee, niet alles tegelijk, en niet te snel.

Eric Brassem (1959) is redacteur van Letter&Geest. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur Afrika voor Trouw.

Petterik Wiggers (1962) is fotograaf, woonachtig in Addis Abeba (Ethiopië). Hij fotografeert al ruim dertig jaar in Afrika.

Interviews, artikelen, en filmpjes op  trouw.nl/beninbronzes

Deze artikelen zijn tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden