Review

Gergjev meer bevlogen in Mahler dan Haenchen

Hoe kun je als dirigent doordringen in de muzikale wereld van Mahler? Dat je op die vraag heel verschillende antwoorden kunt formuleren werd zaterdagavond in Rotterdam en maandagavond in Amsterdam duidelijk in uitvoeringen van de Tweede symfonie.

Valeri Gergjev celebreerde met het Rotterdams Philharmonisch Orkest een Mahler-mis met hemzelf als hogepriester. Hartmut Haenchen kroop eerst in Mahlers huid door in een boekje fictieve brieven van de componist te schrijven. In het Concertgebouw liet hij met het Nederlands Philharmonisch Orkest zoveel mogelijk de componist via zijn noten aan het woord.

Voor beide interpretaties is ruimte; Mahler zelf toonde zich soepel tegenover dirigenten die zijn werk aan de akoestiek van de omgeving wilden aanpassen. Het weglaten van een trombone om een zanger beter uit te laten komen juichte hij zelfs toe. Maar dirigenten moesten wel zijn tempi overnemen. Van overdrijving of ernstige vervorming van zijn partituuraanduidingen moest hij weinig hebben.

In het licht van de laatste opmerking zou Gergjev een zware onvoldoende verdienen. Met de Rotterdamse strijkers realiseerde hij bewonderenswaardig ragfijne pianissimi. Maar overdreven was het soms wel, ook in de fortissimi die met oorverdovende kracht door de Doelen schetterden. Het molto pesante (heel zwaar) werd al gauw troppo en de beruchte gigantische slagwerkroffel in het laatste deel werd wel erg uit effectbejag opgepookt. Maar er ging zo'n zuigende werking van Gergjev uit dat zowel musici als toehoorders volledig in zijn ban waren.

Het risico dat Gergjev nam vertaalde zich soms in ongelijkheden en gerommel, zoals in de slotmaten van de delen I en II. Mahlers aanwijzingen nam hij niet al te letterlijk. Dat betekende een summiere begeleiding bij de inzet van het mooi zingende Groot Omroepkoor (Mahler wilde het compleet a cappella - Haenchen voegde daar zelfs een fluit toe) en geen aparte van het orkest verwijderde blazersgroep tijdens het 'Urlicht', dat overigens wonderbaarlijk mooi werd gezongen door Zlata Bulycheva, een jonge alt uit Gergjevs Kirov-stal. Hoewel vooraf werd aangekondigd dat Gergjev de door Mahler voorgeschreven vijf minuten pauze na het eerste deel zou eerbiedigen, duurde die rust hooguit twee minuten.

Ook Haenchen pakte daar sneller de draad op dan Mahler zou wensen, maar de dirigent voegde wel een extra lange pauze toe na 'Urlicht' (wankel gezongen door Andrea Bönig). Volgens de partituur moet het vijfde deel dan zonder onderbreking volgen, maar Mahler heeft ooit toegestaan dat er een grote pauze werd ingevoegd. De componist kon over de kwestie geen duidelijke beslissing nemen en de pauze na deel IV noteerde hij nooit in een partituur. Maar Haenchen koos er wel voor.

Er waren meer bijzonderheden in Haenchens aanpak. Bij hem wel een afzonderlijke blazersgroep voorafgaand aan 'Urlicht' (mooi effect) en in het pizzicato-gedeelte in II hielden de violisten hun viool als een gitaar vast zoals Mahler het voorschrijft. Die naleving naar de letter van de partituur (echte komma's daar waar Mahler het wil) leverde prachtige momenten op, maar was soms té letterlijk en daardoor in laatste instantie minder bevlogen dan Gergjevs overrompelende lezing. Hoewel Haenchens kennis, liefde en overgave bewondering oproept, beroert Gergjev in zijn 'onschuld' (ik ben ervan overtuigd dat hij minder over Mahler II weet dan Haenchen) het hart heftiger.

Gergjev en het RPhO spelen Mahler II vanavond nog in het Paleis voor de Schone Kunsten te Brussel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden