Gerangschikt op datum van overlijden

Het Fotomuseum Den Haag wil het taboe rond foto's van dode mensen doorbreken. De tentoonstelling 'Mortalis', die aansluit op het boekenweekthema 'Leven en dood in de letteren', belicht op drie manieren het beeld van de dood in de fotografie.

Henny de Lange

Hij lijkt in diepe slaap, de ogen vredig gesloten. De ouderwets gesneden bakkebaarden steken scherp af tegen het witte gezicht. Het is de laatste foto van John Lennon, genomen in het mortuarium van het Roosevelt Hospital, waar hij op de operatietafel overleed op 40-jarige leeftijd. De popartiest was in de late middag van 8 december 1980 neergeschoten door de 25-jarige Mark David Chapman, die hem diezelfde dag als Beatle-fan nog om een handtekening had gevraagd. 'I'm shot', waren Lennons laatste woorden.

De foto is mooi en indrukwekkend. Haast sereen is de uitdrukking op het gezicht van Lennon, een schrille tegenstelling met de schok en hysterische reacties die de moord op de beroemde popmusicus teweegbracht. Deze post-mortemfoto van John Lennon, die zelden werd getoond, hangt naast die van de opgebaarde paus Johannes Paulus I in een portrettengalerij van dode beroemdheden in het Fotomuseum Den Haag. Het doodsportret van de revolutionair Trotski prijkt naast dat van de populaire Belgische koningin Astrid, dat van Evita Peron naast de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi en maffiabaas Lucky Luciano.

Dictators, musici, criminelen, kunstenaars en vorsten hangen kriskras door elkaar heen, gerangschikt op datum van overlijden. De bonte stoet geeft in een notendop inzicht in de hoogte- en dieptepunten van anderhalve eeuw wereldgeschiedenis. Tussen de autopsiefoto's van Marilyn Monroe en John Kennedy hangt de beeltenis van zangeres Edith Piaf. De stervende Robert Kennedy wordt geflankeerd door Martin Luther King en Jimi Hendrix. De zeventig doodsportretten van beroemdheden hebben gemeen dat ten tijde van publicatie voor veel beroering hebben gezorgd in de samenleving. Hoewel een groot deel van deze foto's op het netvlies is gebrand, blijft de zeggingskracht onverminderd groot.

In de volgende zaal hangen ook foto's van overledenen. Geen beroemdheden, maar 'gewone' mensen. Een onbekende baby die eind 19de eeuw overleed, de oogjes half open, een bloemenkransje op het hoofd. Een vrouw met een uitgemergeld gezicht en een grijs permanentje. Een man op zijn sterfbed, de eeltige handen gevouwen. Er is ook een foto van een bungelende hand met blauw gelakte nagels. Het is de hand van een vrouw die zelfmoord heeft gepleegd. Alvorens ze zichzelf met behulp van een föhn electrocuteerde in bad, lakte ze met zorg haar nagels en maakte ze haar gezicht op.

Hoewel van anonieme personen, raken deze foto's je meer dan de portrettengalerij van dode helden. Stond je je daar haast ongegeneerd te vergapen, bij de anonieme doden voel je je opgelaten dat je zomaar binnendringt in misschien wel het meest intieme moment in hun bestaan. Ze liggen er vredig bij, vertonen uiterlijk ook niets afschrikwekkends, maar toch voel je de steen in je maag groeien. Misschien heeft het ermee te maken dat je anders kijkt naar een dode die - zoals John Lennon - min of meer publiek bezit was, dan naar een onbekende dode. Gewoon iemand die is doodgegaan in bed door ziekte of ouderdom, gewoon iemand die je zelf had kunnen zijn. Misschien is dat wel wat zo beklemt: in de post-mortemfoto's van die gewone mensen zie je je eigen toekomst verbeeld.

Het fotograferen van mensen op hun sterfbed was in de 19de en begin 20ste eeuw heel gebruikelijk. Voor veel professionele fotografen behoorde het portretteren van dode mensen tot de vaste praktijk. Ze adverteerden er zelfs mee. Nabestaanden lieten een post-mortemfoto maken, omdat ze een realistische afbeelding van de overledene wilden hebben. De post-mortemfotografie vloeide voort uit de gewoonte om in vroegere eeuwen de dode te laten afbeelden door een schilder. Waren geschilderde doodsportretten slechts voorbehouden aan vorsten, edelen, hoge geestelijken en de gegoede burgerij. De camera maakte het ook voor de lagere klassen mogelijk de gelaatstrekken van een geliefde dode nauwkeurig vast te leggen.

Van de post-portemfoto's die bewaard zijn gebleven, bestaat tweederde deel uit foto's van jonge kinderen. Dat heeft niet alleen te maken met de hoge kindersterfte. Vaak waren de ouders er ook nog niet toegekomen om het kind te laten schilderen of fotograferen. Het doodsportret was dan het enige portret, het enige bewijs dat het kind er ooit was geweest. Tegenwoordig worden ouders van een te vroeg of doodgeboren baby vaak aangemoedigd om hun kind te fotograferen (of vast te leggen op film), omdat die tastbare herinnering het rouwproces ten goede kan komen.

Er zijn relatief weinig post-mortemfoto's bewaard gebleven. Waarschijnlijk omdat ze strikt voor privégebruik waren bedoeld. Na 1920 raakte het maken van doodsportretten in onbruik, al werden en worden ze nog steeds gemaakt. Bij de hedendaagse doodsportretten in het Fotomuseum valt op dat ze als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat het beeld in dienst staat van troost en gedenken. Naast intieme portretten van onder anderen Wim van Ophem en Chantal Spieard van familieleden, zijn er ook foto's van Anton Corbijn en Paul Blanca van hun opgebaarde kunstbroeders Herman Brood en Peter Giele.

Marrie Bot, bekend van de uitvaartrituelen die ze fotografeerde, is op de expositie aanwezig met een registratie van door de politie aangetroffen lijken. Op de ene foto zie je een vuilniszak in de bosjes liggen, op de volgende draagt een begrafenisondernemer het kistje met de inhoud van de zak naar het graf: een pasgeboren baby. De foto's van de baby zelf ontbreken, want samensteller Wim van Sinderen van het Fotomuseum wilde geen 'horrorkabinet' maken. ,,De meest gruwelijke foto's heb ik daarom buiten de expositie gehouden. Ik vond het al een tamelijk gewaagde onderneming om een tentoonstelling te organiseren van post-mortemfoto's. Maar ik heb toch doorgezet, omdat ik het taboe rond foto's van dode mensen wil doorbreken. Mensen worden daar liever niet mee geconfronteerd. Maar ik wil met deze expositie laten zien dat doden ook heel mooi kunnen worden gefotografeerd.''

Naast de intieme foto's waarbij je je soms een indringer voelt, zijn er ook afstandelijker en klinischer beelden die de schoonheid en universaliteit van de dood benadrukken. Een voorbeeld daarvan zijn de serene doodsportretten van Andres Serrano en het echtpaar Daniel & Geo Fuchs, waarvan onder meer een foto is te zien van een kinderhoofdje op sterk water.

Ook de meest eigentijdse variant op de post-mortemfotografie is vertegenwoordigd in de vorm van nieuwsfoto's met de dood als onderwerp. Op de expositie hangt een overzicht van winnende World-Pressfoto's. Op 24 van de 46 foto's die ooit deze prijs hebben gewonnen, gaat het om een rampzalige dood door oorlog, moord, honger of natuurgeweld. De doden op deze foto's zijn bijna allemaal onbekenden, maar door de omstandigheden waaronder ze overleden, werden ze alsnog wereldberoemd. Voor de volledigheid is het goed dat ook deze nieuwsfoto's worden getoond. Maar de drang van Van Sinderen om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de post-mortemfotografie, zou de bezoeker met ook nog deze confrontaties, wel eens net te veel kunnen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden