Geraffineerd spel met poppen

Waarom is nog nooit iemand eerder op het idee gekomen? Die gedachte komt op bij het zien van de tentoonstelling 'Puppen, Körper, Automaten, Phantasmen der moderne' in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf. Surrealisten, dadaïsten, constructivisten, de Italianen van de pittura metaphisica, allen maakten in hun kunst op velerlei manieren gebruik van poppen in alle mogelijke vormen en maten. Door dit als thema te nemen, maakten de samenstellers een van de meest interessante tentoonstellingen die in de laatste jaren over modernistische stromingen werden gehouden.

Kinderpoppen, paspoppen, anatomische poppen, modepoppen, medische poppen, marionetten - voor de modernisten waren ze in de eerste helft van deze eeuw de ideale alternatieven voor echte figuren, toen 'gewone' figuratie even niet meer in de mode was. De poppen figureren precies in de schemerwereld tussen realiteit, droom en abstractie, waarin kunstenaars als André Masson, Hans Bellmer, Giorgio de Chirico en Oskar Schlemmer zo geïnteresseerd waren. De metaforische waarde van de poppen is hoog, zodat ze in alle mogelijke fantasieën - van grotesk tot erotisch en van bespiegelend tot ironisch becommentariërend - kunnen optreden. Ze fungeren als toneelspelers in eenakters over het menselijk bestaan.

Met de poppen als decorstuk speelden vooral de surrealisten en dadaïsten een geraffineerd spel tussen realisme en droom, tussen authentieke 'waarheid' en subjectieve verbeelding. Een pop gaf toegang tot het ongerijmde, een parallelle werkelijkheid waarin vaste waarden en dogma's op losse schroeven staan. Het is een tijdperk waarin de grenzen van het realisme werden verkend en de machine als pas opkomend fenomeen enorm fascineerde. Bij sommige modernisten (vooral de surrealisten en dadaïsten) werden de poppen daardoor zelfs letterlijk machines en automaten: de ultieme ontmenselijking van de mens.

In de honderden schilderijen, foto's, tekeningen en objecten op de tentoonstelling is de pop beurtelings een fetisj, projectiescherm, stand-in en alter ego. Ze is genoeg gereduceerde werkelijkheid om aan de avantgardistische zucht naar stilering en abstrahering te voldoen, maar ook mens genoeg om als evenbeeld van dat zeer complexe sociale en seksuele wezen te dienen. Zo verenigt ze formele stilering én emotie.

Oscar Schlemmer is zo'n formalist. Hij breekt de menselijke gestalte op in losse vormen, waardoor ze een stapeling van vlakken wordt in plaats van een wezen van vlees en bloed. In zijn ontwerpen voor de kostuums voor het 'Tradischen Balletts' worden de dansers ingepakt in bollen, draden en schijven, zodat ze alleen nog maar als koddige marionet-achtige figuren over het toneel kunnen bewegen.

Bij iemand als Francis Picabia is het een heel ander verhaal. Wanneer je zijn tekeningen bekijkt, dan had hij weinig op met de mens. In zijn verbeelding is de mens een verzameling aandrijfstangen, raderen, pompen en assen. En dit mechaniek bedrijft in een schier eindeloze beweging de liefde. Een 'parade amoureuse'. Het was een fascinatie van de Dadaïsten.

Op de tentoonstelling word je aandacht continu verdeeld tussen suggestieve thema's, bijna psychologiserende portretten van poppen en verstilde, beschouwende taferelen. De grootste verrassing van de tentoonstelling is het foto-werk: een leger fotografen blijkt zich met de pop als model te hebben beziggehouden. De Duitser Herbert List bouwde een compleet oeuvre op met poppen in tableaux vivants. Erwin Blumenfeld maakte een zelfportret waarin hij de kop van een mannequin liefdevol beroert. Eugene Atget fotografeerde door etalageruiten etalagepoppen. Werner Rohde zette poppen en delen ervan (al dan niet verminkt) in een suggestief, schaduwrijk licht.

Een van de meest fraaie series is van Raoul Ubac. Hij fotografeerde een serie mannequins, die door de surrealisten waren aangekleed en opgetuigd voor de 'Exposition Internationale du Surréalisme' in 1938. Torren lopen over het gezicht (de pop van Sonia Mossé), een vrouwelijke pop gaat gekleed in een mannenpak (inclusief hoed), maar mist pantalon en slip (Duchamp) en Man Ray drapeerde een slinger van gloeilampen rond het hoofd van de pop.

Voor 'Puppen, Körper, Automaten' zijn een aantal van de mannequins gereconstrueerd, zodat je iets ziet van de suggestieve (erotische) symboliek van de surrealisten. Al is de reconstructie van Duchamps pop minder suggestief dan het origineel op de foto's van Ubac lijkt. In Düsseldorf bedekt de kleding zedig het kruis van de pop. En dat is nu juist niet waar het Duchamp om ging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden