Essay

Genetica wordt misbruikt om er polarisatie en xenofobie mee in de hand te werken

Beeld Neanderthal Museum/ Holger Neumann

Genetica, velen gaan ermee op de loop, meent Amada M’Charek. Welke lessen leren de Neanderthalers ons?

Mijn naam, M’charek, is Arabisch en betekent ‘deelnemer’. Wij hebben die naam te danken aan het feit dat wij de kunst van het vissen niet verstonden. Het verhaal gaat dat mijn voorouders uit Libanon migreerden en zo’n tweehonderd jaar geleden in het Tunesisch stadje Zarzis aankwamen. Een stadje waarvan de bevolking afhankelijk was van visserij. 

Tijdens het vissen bleek al gauw dat mijn voorouders daar niks van bakten. Om ze als het ware voor uitsterven te behoeden werd tegen ze gezegd, “kom met ons mee (charek maäna), neem deel aan wat wij doen.” En zo hebben wij dankzij de hulp van de lokale bevolking geleerd te vissen, werd het Zuiden van Tunesië ons thuis, en werden wij M’charek.

Biologiseren van gedrag

Afgelopen zomer zei minister Stef Blok dat we genetisch geneigd waren met een ‘overzichtelijke groep te jagen of een dorpje te onderhouden’. En dat we daardoor afstand hielden tot ‘ons onbekende mensen’.

Blok sloot aan bij een maatschappelijke trend: het biologiseren van gedrag. Het DNA is in de afgelopen decennia omarmd als een blauwdruk van wat ons tot mens maakt. En zo lijkt er voor alles wel een gen te zijn: van criminaliteit tot trouw, van politieke voorkeur tot religiositeit. Het ontrafelen van de genetische kaart van de mens heeft in wetenschap en samenleving een revolutie teweeggebracht.

Het doel van het onderzoek dat tot die kaart leidde, het Human Genome Project, was in eerste instantie gericht op het kennen en bestrijden van ziektes. Maar inmiddels dringt de genetica door tot in alle vezels van de samenleving en speelt een belangrijke rol bij kwesties van verwantschap en identiteit, vraagstukken over wie we zijn.

De hamvraag is: verandert de genetica onze visie op wie we zijn en hoe we ons tot elkaar verhouden, of eigenen wij ons genetische kennis toe en kapselen die in, om onze bestaande oordelen en vooroordelen te bevestigen?

Fruitvliegje

Ik vertel u niets nieuws als ik zeg dat de mens zichzelf bovenaan de evolutionaire ladder heeft geplaatst. Op die eenzame hoogte laat hij - ja: hij - alle andere soorten achter zich.

Passend bij deze ijdelheid, een zichzelf toegekende positie aan de top, hadden wij decennialang niets anders verwacht dan dat het Human Genome Project ons zou vertellen dat wij natuurlijk veel meer genen zouden hebben dan elk ander organisme, op zijn minst 100.000.

Het ongeloof en de teleurstelling waren groot toen bleek dat we slechts 19.000 genen hadden. Niet veel meer dan een fruitvliegje met zijn 14.000 genen.

Dat we zo weinig genen hebben is eigenlijk goed nieuws. Het betekent namelijk niets anders dan dat wij als mens meer zijn dan een zak met genen. Wie of wat we zijn is natuurlijk afhankelijk van genen, zo is het wel, maar alleen in een complex samenspel met een heel aantal andere factoren - waar we wonen, wat we eten, wat we meemaken en zo verder.

Gedrongen, primitief en dommig

Die toppositie ging niet alleen gepaard met de vooronderstelling dat wij, hoogst complexe organismen, grotere hersenen en meer genen zouden hebben, want meer is tenslotte beter. Nee, het kwam ook met het arrogante idee dat wij die positie te danken hebben aan het feit dat we het gevecht om de sterkste, de survival of the fittest, hadden gewonnen. Een gevecht uit de primordiale soep van de evolutie naar de toppositie: de witte man in 3-delig pak. Dit idee werd in 2010 aan het wankelen gebracht toen ook de volledige genetische kaart van de Neanderthaler bekend werd: wij bleken een behoorlijk aantal genen met deze menssoort te delen.

U kent het dominante beeld van de Neanderthaler: gedrongen, primitief en dommig. Omdat deze menssoort is uitgestorven zal dat het gevolg zijn van een gewelddadig conflict met ons, de moderne mens. Een conflict dat wij hebben gewonnen, want wij zijn hier nog. Maar het feit dat wij genetisch materiaal met de Neanderthaler delen, vertelt een ander verhaal. We zijn intiem geweest - er kwam nageslacht van.

De Neanderthaler is niet uitgestorven, maar leeft genetisch in ons voort. En we hebben waarschijnlijk in vrede met deze menssoort geleefd. Het beeld van geweld en uitroeiing, verbonden eis met een masculiene moderne Europese geschiedenis (koloniale overheersing, oorlog, genocide), biedt niet het juiste scenario voor de manier waarop de moderne mens en de Neanderthaler samen hebben geleefd. Juist de vermenging met de Neanderthaler heeft de moderne mens weerbaar gemaakt en in staat gesteld om in de barre omstandigheden in Europa te overleven.

Beeld Neanderthal Museum/ Holger Neumann

Kan het zijn dat de Neanderthaler niet alleen zijn genen met de moderne mens heeft gedeeld, maar ook zijn kennis van de omgeving, waarin de moderne mens die net uit Afrika gemigreerd was zich nu moest zien te redden?

Kan het zijn dat, net zoals de bewoners van het stadje Zarzis mijn voorouders op sleeptouw hebben genomen om ze te helpen een bestaan op te bouwen, de Neanderthaler de moderne mens heeft geholpen om in de nieuwe en onbekende omgeving te overleven?

En kan het zijn, dat de Neanderthaler op zijn beurt van de mens heeft geleerd om bijvoorbeeld nieuwe technieken te ontwikkelen? Dit scenario levert geen heldhaftig verhaal op, maar wel een verhaal waardoor we met verwondering en met een open en geïnteresseerde blik naar deze menssoort moeten kijken - met wie we minimaal 50.000 jaar lang samen hebben gewoond.

Toe-eigening

Verwondering en openheid zijn wat anders dan de toe-eigening van de Neanderthaler zoals die nu aan de gang is. Want sinds de ontdekking van onze genetische verwantschap heeft de Neanderthaler een metamorfose ondergaan.

Twee zomers geleden bezocht ik in de Dordogne het Prehistorisch Museum. En al in de foyer stond ik met open mond te kijken naar een nieuwe reconstructie van de Neanderthaler. Overdonderend. Wat leek hij op de moderne mens!

Ik kende het beeld van de domme Neanderthaler, onbeholpen, een aapachtig en ietwat negroïde type. Bekend is ook de variant die doet denken aan een Aboriginal. Maar door deze versie die levensgroot voor me stond, realiseerde ik me dat de genen hun werk hebben gedaan. De Neanderthaler begon van kleur te verschieten en werd steeds Europeser.

De volgende stap was een beeld dat in het Neanderthaler Museum in Duitsland te zien is: hij zou je buurman kunnen zijn, of je baas. Deze ontwikkeling oogt onschuldig, maar is het natuurlijk niet. Waar de Neanderthaler voorheen werd neergezet als een onderontwikkelde Afrikaan - hij representeerde de Ander - is hij nu gepromoveerd tot een Europeaan: één van ons.

Racistisch en xenofoob

En wat te doen met extreem-rechtse groeperingen die hun Europese witte en superieure identiteit steeds meer ontlenen aan het aantal genen dat ze met de Neanderthaler delen? Al enkele dagen na de publicatie van de genetische kaart van de Neanderthaler werd op Stormfront, het extreem-rechtse internetforum, beweerd dat Neanderthaler-DNA verantwoordelijk was voor de hogere intelligentie en fysieke overmacht van Europeanen. Zij feliciteerden zichzelf met hun genetische uniciteit ten opzichte van zwarte mensen, a lower form of human beings.

En zo wordt de Neanderthaler opnieuw meegezogen in een racistisch en xenofoob discours en helpen zijn genen de grens te trekken tussen Europa en, vooral, Afrika. Het ironische is dat deze extreem-rechtse mensen reageren op van de belangwekkendste feiten van de genetica: dat alle volkeren met elkaar verwant zijn en dat ons aller oorsprong in Afrika ligt.

De moderne mens is in sub-Sahara Afrika ontstaan zo’n 150.000 jaar geleden en heeft zich geleidelijk verplaatst, om beetje bij beetje de uithoeken van de aardbol te bereiken. Deze bevinding, gedaan in 1987, werd een belangrijk argument in het antiracisme debat. Het was het sluitende genetische bewijs voor het feit dat rassen niet bestaan. De moderne mens was dus niet op verschillende plekken in de wereld ontstaan. We hebben allemaal dezelfde oorsprong en stammen uiteindelijk af van dezelfde voorouders uit Afrika.

Geen grenzen

De fysische antropologie heeft over de hele wereld (meeliftend op het koloniale project) ongelooflijke inspanningen geleverd om mensen, hun schedels, huidskleur, haarkleur en postuur minutieus in kaart te brengen, in de hoop de mens in raciale types onder te brengen, om ze vervolgens op die bekende evolutionaire ladder te plaatsen (en dat u-weet-wel-wie er bovenaan zou pronken). Al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw heeft de genetica aangetoond dat die hele racistische exercitie hopeloos gefaald heeft.

Toen al was de conclusie dat de grenzen tussen bevolkingsgroepen niet hard te trekken waren. Wel kennen al die groepen diversiteit, alleen in een andere verdeling.

Voor de duidelijkheid, dat betekent niet dat er geen biologische verschillen bestaan of dat mensen niet op basis van een biologisch kenmerk ingedeeld kunnen worden. Maar doe je dat bijvoorbeeld op basis van haarkleur, dan krijg je één bepaalde verdeling; voeg je vervolgens, zeg, lichaamslengte toe, dan krijg je weer een andere verdeling. De indelingen zijn afhankelijk van de kenmerken die je kiest. Het lukt dus niet om mensen in vastomlijnde groepen of rassen in te delen.

Vandaag de dag laat de moderne genetica precies dat zien: rassen bestaan niet. En zelfs de grens tussen ons en een andere soort, de Neanderthaler, vervaagt in het licht van recent genetisch onderzoek.

Kwestie van genen

De genetische revolutie van de afgelopen decennia heeft onze visie op de natuur en op wie we zijn fundamenteel veranderd en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Maar wat de natuur, de mens, of de samenleving is, kunnen wij niet uit de genen aflezen. Het verschil tussen een fruitvlieg en onze maatschappij zit ’m niet in 5.000 genen. Desondanks is het intussen gemeenplaats geworden om complexe individuele en maatschappelijk fenomenen, zoals intelligentie, seksuele geaardheid, tolerantie, criminaliteit, integratie, toe te schrijven aan genetische oorzaken. Daardoor worden een hoop sociale kwesties voorgesteld als zouden die onveranderbaar zijn, want in de natuur besloten, en hoeft de politiek er geen verantwoordelijkheid meer voor te nemen.

In een multi-etnische samenleving slaan mensen elkaar de hersens in, zo suggereerde minister Blok, doordat we ‘niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen’ en dat kwam allemaal door onze genen.

Amade M’charek Beeld Patrick Post

De genetica is te misbruiken om er polarisatie en xenofobie mee in de hand te werken. Maar ze biedt eerder inzichten om op een andere manier naar onszelf en de wereld om ons heen te kijken.

De maatschappelijke problemen waar we vandaag voor staan zijn ingewikkeld. Daarom kunnen de oplossingen ook niet simpel of eenvoudig zijn. Oorzaken noch oplossingen zijn een kwestie van genen. Wat we wel met een dergelijke simplificatie riskeren, is het aanwakkeren van haat en racisme; om die vervolgens door een verwijzing naar de natuur - ‘ergens diep in de genen’ - goed te praten.

Amade M’Charek (51) is hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees ook:

Neanderthaler hanteerde naast de knots ook het schilderspalet

Datering van Spaanse grottekeningen bewijst dat de Neanderthaler geen wilde bruut was. Hij maakte al kunst voordat de moderne mens naar Europa kwam. 

Het ongemak helpt ons verder

Identiteitspolitiek en debat langs raciale lijnen helpen ons zelden vooruit, vindt Amade M’charek. Van haar mag iedereen meepraten, want we moeten samen verder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden