Review

Geluk is meetbaar en zelfs maakbaar

Kan en moet de overheid zich bezig houden met het geluk van de burgers? De Britse econoom Richard Layard vindt van wel. Waar moeten we dat geluk dan zoeken? In een warm gezinsleven, in een prettige en zekere baan, en in een goede opleiding, om maar eens iets te noemen.

Maja Vervoort

In 1998 gaf de psycholoog Daniel Kahneman aan de London School of Economics een lezing over de irrationele keuzes die mensen in risicosituaties plegen te maken. In het afwegen van de voor- en nadelen van een keuze zijn mensen er vooral op gericht verlies te vermijden, veel meer dan dat zij winst nastreven.

Een voorbeeld. Iemand gooit een munt op; bij kop verlies je honderd euro, bij munt win je een bepaald bedrag. Hoe groot moet dat bedrag zijn om aan dit spelletje mee te doen? Het blijkt dat het standaardantwoord rond de tweehonderd euro ligt. Deze verhouding geldt ook voor hogere bedragen, zoals bij het speculeren op de beurs. Krom gezegd: tienduizend euro verliezen is erger dan tienduizend euro winnen aan voldoening oplevert.

Kahneman en zijn collega Amos Tversky deden sinds de jaren '70 onderzoek naar beslissingsprocessen en een van hun bevindingen was dat in allerlei keuzesituaties de beleving van winst of verlies de doorslag gaf, ongeacht de werkelijke risico's. Hun - op psychologisch onderzoek gebaseerde - Prospect Theory werd ook in economische kringen welbekend. Kahneman ontving hiervoor in 2002 zelfs de Nobelprijs voor economie (Tversky was in 1996 overleden).

De Engelse econoom Richard Layard, hoogleraar aan de LSE, lid van het Engelse Hogerhuis en oud-adviseur van de regering Blair, noemt de lezing van Kahneman een eye-opener en het startpunt van zijn pogingen om het menselijk welbevinden als centrale doelstelling van economisch beleid te propageren. Kahnemans onderzoek gaf hem de overtuiging dat de beleving van geluk en welzijn heel goed te onderzoeken en te meten is. Het is de taak van de politiek om van deze gegevens gebruik te maken. Niet de koopkracht an sich moet omhoog, maar het geluk dat mensen eraan ontlenen. Layard bepleit daarom een ommekeer in het politieke denken: in plaats van het bruto nationaal product zou het bruto nationaal geluk centraal moeten staan.

In het boek Happiness - Lessons from a new science (vertaald als: Waarom zijn we niet gelukkig?) schetst Layard een beeld van de mens als gelukszoeker en van een maatschappij die aan een ieders streven naar geluk recht wil doen. Hij put daarbij uit de psychologie, sociologie, filosofie en economie. Het resultaat is een nuchter en helder geschreven pleidooi voor een rechtvaardiger verdeling van de kansen op geluk. En hoewel duidelijk in de Labour-traditie geworteld, krijgt het boek nergens een partijpropagandistisch tintje.

De Nederlandse titel slaat op de vraag waar Layard al langer mee bezig was: waarom zijn wij er in de laatste vijftig jaar, ondanks een veel hogere levensstandaard, relatief niet gelukkiger op geworden? Het antwoord vindt Layard in twee belangrijke psychologische reacties: ten eerste wennen we gemakkelijk aan een nieuw welvaartsniveau, ten tweede zijn we geneigd ons voortdurend met anderen te vergelijken. We vergelijken ons het meest met degenen die net iets meer of iets minder verdienen dan wij (niet met een filmster of een zwerver) en blijven in een wedijver verwikkeld die niet erg bijdraagt aan ons geluk. Wij zijn meer bevreesd erop achteruit te gaan dan dat we het aangenaam vinden erop vooruit te gaan. Natuurlijk is geld een belangrijke bron van geluk, maar uit een vergelijking van landen op nationaal inkomen en geluk blijkt dat boven een inkomen van 20.000 dollar per hoofd van de bevolking de rijkere landen niet hoger scoren dan de armere op diverse maten voor geluk (zoals verzameld in de World Database of Happiness).

Als extra inkomen ons dan niet echt veel gelukkiger maakt, wat dan wel? Layard wijst op het grootschalige onderzoek dat al jaren naar geluk wordt verricht en waarin steeds dezelfde ingrediënten naar voren komen: naast een goed basisinkomen zijn dat een gelukkig gezinsleven, het hebben van werk, een sociaal netwerk, een goede gezondheid, het ervaren van persoonlijke vrijheid en het geloven in een levensfilosofie of religie.

De groeiende welvaart van de laatste decennia ging echter gepaard met meer echtscheidingen, criminaliteit en depressies. Meer individualisme, minder religie en gemeenschapszin.

De cruciale vraag is natuurlijk of de overheid zich voor al deze deelaspecten van het geluk van haar burgers verantwoordelijk moet voelen. In de meeste westerse landen is er immers al voldoende oog voor de behoefte aan een basisinkomen, werkgelegenheid en gezondheidszorg. Deze doelen zijn echter afgeleide doelen, zo betoogt Layard. Want waarom vinden wij gezondheid en inkomen zo belangrijk? Omdat zij bijdragen aan ons geluk. Dus waarom dan niet het speerpunt gelegd waar het hoort te liggen: bij dat geluk. Dat is nergens anders toe te herleiden. In de Amerikaanse Declaration of Independence van 1776 noemde Jefferson 'the pursuit of happiness' niet voor niets een onvervreemdbaar recht; het is niet meer dan logisch dit recht te waarborgen, zeker nu de sociale wetenschappen ons de middelen verschaffen dat geluk ook betrouwbaar te meten.

De beleidsmaatregelen die Layard vervolgens voorstelt - boven die voor basisinkomen, werkgelegenheid en gezondheidszorg - zijn erop gericht de burger een gevoel van veiligheid en zekerheid te geven, een samenleving te scheppen waarin mensen elkaar vertrouwen. Mensen zijn gelukkiger als de werkstress vermindert, dus zorg voor werkgelegenheid, maar ontmoedig de rat-race, het prestatieloon, de mobiliteit en de doorstroming. Een dynamische, flexibele arbeidsmarkt eist soms erg veel van de veranderingsgezindheid van werknemers, zo betekent elke verhuizing voor een nieuwe baan een extra druk op het gezin. Stimuleer het gezinsleven (een belangrijke bron van geluk) door ouders ouderschapsverlof, flexibele werktijden en een professionele kinderopvang aan te bieden. Investeer in ouderdomsvoorzieningen, onderwijs en milieu, en in de bestrijding van depressies, een van de grootste volksziekten van dit moment. Stimuleer de gemeenschapszin en de bereidheid zich voor het algemeen welzijn in te zetten. Het zijn maatregelen die niet direct behoren tot het terrein van de economie, maar dat is juist precies wat Layard wil veranderen. Trek het geluk uit het privé-domein en maak het tot een publieke zaak. Bereken vervolgens de kosten en de baten.

Over de mogelijke bij-effecten en de haken en ogen (hogere belastingen, internationale politiek, globalisering) laat Layard zich verder niet uit. Zijn plannen in de laatste hoofdstukken komen daardoor het niveau van de tekentafel nog niet te boven, maar ze zijn wel met argumenten en data onderbouwd. Dat maakt zijn gelukkige samenleving tot een intrigerende utopie, en door de nuchtere stijl en de vele onderzoekgegevens bijna tot een haalbare realiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden