Review

Geluk is je eigen schuld

Geluk is altijd een doel geweest in het leven. Vroeger 'was geluk heel gewoon' en was je tevreden met een beetje. De laatste tijd lijkt geluk iets waar we min of meer op moeten kunnen rekenen. Een goed leven, hier en onmiddellijk, en wel voor honderd procent, is dat niet waar de mondige burger recht op heeft? En anders moet je er maar aan werken, boeken genoeg waarin staat hoe dat moet.

Maja Vervoort

Het helpt dat Nederland zo'n prettig land is om in te wonen: relatief welvarend, democratisch en al decennialang niet in enige oorlog verwikkeld. Wij zijn niet anders gewend, Nederlandse burgers behoren volgens vergelijkend onderzoek tot de meest tevredenen op aarde. Welstand is echter niet een voldoende voorwaarde voor geluk: binnen de westerse landen varieert de geluksindex nogal. Geluksonderzoeker Ruut Veenhoven zoekt de verklaring voor de hoge Nederlandse score onder andere in het individualisme dat als waarde bij ons hoog in het vaandel staat, en in de keuzevrijheid die de meeste mensen hebben in het nastreven van hun persoonlijke doelen. Een mens is gelukkig als hij in staat is zijn leven richting te geven en zijn geluk te maximaliseren.

De hausse aan hulp- en adviesboeken die de laatste jaren de boekwinkel overspoelt, komt aan die behoefte tegemoet. Over elke psychische kwaal is wel een boekje te vinden, en ook wanneer je slechts een knagende onvrede voelt waarvoor je niet naar een therapeut wilt gaan, een tegenzin in de dagelijkse sleur, teleurstelling misschien in wat je bereikt hebt, kun je in de boekwinkel terecht. Voor wie lijdt aan deze onbehaaglijkheden van het bestaan maar toch niet bij de pakken neer wil zitten, is 'De

geluksfactor' ('The Luck Factor') van de Engelse psycholoog

Richard Wiseman misschien een aanrader.

Wiseman was ooit goochelaar van beroep, switchte naar de psychologie en werd bekend met het 'laughlab', een wereldwijd onderzoek naar de beste grappen, waarvoor 350000 mensen via internet vragenlijsten invulden over wat zij wel en niet een goede grap vonden. Zijn laatste project mondde uit in 'De geluksfactor' met als ondertitel 'Hoe word je een geluksvogel', een optimistische handleiding voor mensen die hun geluk in het leven willen vergroten.

De basis is een systematische vergelijking van de twee extreme groepen op het geluksspectrum: de ware geluksvogels en de eeuwige pechvogels. Hoe komt het dat bij de een alles wat hij of zij onderneemt, een succes wordt, terwijl bij de ander, hoe die ook zijn best doet, alles mislukt? Inzicht in de verschillen tussen beide groepen kan ook voor de middengroep, waartoe de meeste mensen behoren, van nut zijn.

Wiseman onderwierp zijn twee proefgroepen aan een groot aantal tests, experimenten en vragenlijsten, en destilleerde daaruit vier basisprincipes: geluk vinden is een kwestie van persoonlijkheid, gebruikmaken van je intuïtie, een optimistisch beeld van de toekomst hebben (dat als een self-fulfilling prophecy kan werken) en volharding tonen (waardoor je immuun wordt voor tegenslag). De persoonlijkheid van de gelukszoeker omschrijft Wiseman als extravert (zo iemand heeft dus veel contacten), emotioneel stabiel en openstaand voor nieuwe ervaringen.

De persoonlijkheidsfactor is helaas het zwakke punt in zijn theorie: uit diverse onderzoeken is al langer bekend dat de score op persoonlijkheidsdimensies als deze in het algemeen heel stabiel is en dus weinig beïnvloedbaar. Een ongelukkige introverte angsthaas verandert nooit in een extraverte, ondernemende figuur. Wiseman stapt daar tamelijk luchtig overheen; zijn boek staat vol voorbeelden, oefeningen en tips om de kansen op geluk niet alleen te benutten, maar ook zelf te creëren.

Aan de hand van een 'geluksdagboek' kan de lezer zijn geluksprofiel vaststellen en verbeteren. Ook de echte pechvogels steekt hij een hart onder de riem:

,,Geluk hebben is geen magisch vermogen of een godsgeschenk. Het is een gemoedsgesteldheid: een manier van denken en handelen.'' Het kan in ieder geval geen kwaad de range van je mogelijkheden te vergroten, is de boodschap.

Meer oog voor de bandbreedte van eenieders geluk heeft de Amerikaan Martin Seligman. Ook hij heeft een gelukshandleiding geschreven ('Gelukkig zijn kun je leren'), maar hij introduceert daarbij het begrip 'geluksthermostaat': wij worden op een genetisch bepaald niveau van geluk of somberheid gehouden. Extreme schommelingen zijn tijdelijk: na het winnen van de lotto komen we weer terug op aarde, en na een tegenslag trekt de thermostaat ons weer uit het dal.

Ook gewenning heeft een dempend effect: steeds meer succes betekent niet een evenredige toename in geluk, en mensen in relatief slechte levensomstandigheden zijn niet per se ongelukkig. Desondanks blijven er nog heel wat mogelijkheden over om onze kansen op geluk te optimaliseren. Geluk is voor Seligman, net als voor Wiseman, een 'state of mind', maar anders dan bij Wiseman gaat het nu niet om 'luck', maar om 'happiness'.

Deze mentale ervaring van geluk bevat drie onmisbare elementen: voldoening over het verleden, optimisme over de toekomst en tevredenheid met het heden. Op alle drie de gebieden is de mens in staat zijn gevoelens en gedachten te sturen. Het belangrijkste is echter de eigenschappen en talenten te ontwikkelen die ons intense voldoening in het heden kunnen schenken, een gelukservaring die dieper gaat en blijvender is dan elke andere vorm van tevredenheid. Dit is de voldoening die je krijgt door je met hart en ziel aan bepaalde activiteiten over te geven, waarin je het besef van tijd en plaats vergeet, waarin er een toestand van 'flow' optreedt.

Seligman denkt daarbij niet aan voorbijgaande genoegens als tv kijken of lekker eten (hij memoreert hier nog even dat volgens allerlei onderzoek de gemiddelde stemming tijdens het kijken naar comedy-series een milde depressie is), maar aan activiteiten waar je moeite voor moet doen en die te maken hebben met deugdzaamheid en persoonlijke ontwikkeling.

Hij wijst erop dat in alle culturen zes deugden hoog in het vaandel staan: wijsheid en kennis, moed, menselijkheid en liefde, rechtvaardigheid, gematigdheid en transcendentie. Waar een mens de hoogste voldoening uit kan putten is het ontwikkelen en inzetten van de talenten die hij heeft om deze ideale deugden dichter te naderen.

Seligman onderscheidt totaal 24 van zulke 'competenties'. Een groot deel van zijn boek bestaat uit een toelichting op de competenties en de inzet ervan op drie belangrijke gebieden in het leven: werk, liefde en opvoeding. Tot die 24 horen bijvoorbeeld vindingrijkheid, integriteit, vriendelijkheid, leiderschap, zelfbeheersing en humor.

Geluk heeft bij Seligman te maken met moraliteit, met het leiden van een zinvol leven. Alleen daar is de authentieke gelukservaring te vinden. Het boek bevat een test waarmee de lezer zijn belangrijkste competenties kan vaststellen (ook op de website www.authentichappiness.org, waar de bezoeker meteen zijn score kan vergelijken met die van alle andere website-bezoekers).

Ook geeft hij concrete voorbeelden hoe men zijn competenties op het werk, in de liefde en bij de opvoeding kan gebruiken. Seligman, bekend geworden door zijn theorie over depressies, die hij zag als een vorm van aangeleerde hulpeloosheid, gelooft zeer in het leervermogen van de mens. Zijn 'positieve psychologie' is niet alleen het werk van een man met een missie, maar heeft ook een stroom van onderzoek op gang gebracht en heeft zich de laatste tien jaar binnen de wetenschappelijke psychologie een vaste plaats verworven. De geïnteresseerde lezer kan voor meer informatie bij het uitgebreide notenapparaat terecht.

Een derde schrijver die de essentie van het geluk probeert te vangen is de Duitse natuurkundige, filosoof en wetenschapsjournalist Stefan Klein. In zijn boek 'De

geluksformule. Over het ontstaan van goede gevoelens' neemt Klein de lezer mee naar alle disciplines die iets over de gelukservaring (in de zin van 'happiness') te zeggen hebben: de psychologie, het hersenonderzoek, de evolutieleer, de sociologie en de politiek.

Hier geen testjes, schrijfopdrachten of tips, maar een populair-wetenschappelijke beschrijving van alle aspecten van het geluk. De kern is voor Klein de fysiologische basis van de gelukservaring: de hersenprocessen. Doordat de hersenen 'kneedbaar' zijn, kunnen we de schakelingen voor ons geluksgevoel doelbewust trainen. We kunnen onze gevoelsreacties in een bepaalde richting sturen, en we kunnen situaties scheppen waar we met plezier en lust op reageren.

Verder zijn voor Klein vriendschap en liefde onontbeerlijk, evenals de vrijheid van de mens om het lot in eigen hand te nemen. Aan het eind kan Klein de aandrang niet weerstaan de lezer toch enkele adviezen mee te geven. Die komen het niveau van alledaagse leefregels niet te boven ('Zorg voor beweging' en 'Zoek variatie in het leven'), maar de lezer heeft dan al een aardig overzicht gekregen van wat er aan onderzoekgegevens over geluk bekend is.

De controle over het eigen leven schept vreugde en geluk, daarover zijn Wiseman, Seligman en Klein het roerend eens. Geluk is maakbaar, het ligt binnen handbereik, al moet je daar wel het nodige voor doen. Hun optimisme is aanstekelijk, maar legt de verantwoordelijkheid ook bij de gelukszoeker zelf. Als het niet lukt, ligt het echt aan jezelf. Daar zit een angeltje dat overigens geheel van deze tijd is. We zijn er immers gewend aan geraakt recht te hebben op geluk. De laatste jaren zijn we misschien wat bescheidener geworden, maar geluk als doel laat de autonome westerse mens zich niet ontnemen. Het antwoord van de gelukspsychologen is duidelijk: geluk is een keuze, doe er wat aan. Autonomer kan het niet.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden