Gelatenheid vraagt om toelaten

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: filosoof en fenomenoloog Gerard Visser over gelatenheid: „Het is de deugd die maakt dat zelfzuchtige liefde kan transformeren in onbaatzuchtige liefde.”

In de tijd dat de filosoof en fenomenoloog Gerard Visser opgroeide, midden jaren vijftig, begin jaren zestig, stond de opvoeding in het teken van de aloude deugdzaamheid. „Die opvoeding had in bepaalde opzichten haar tijd gehad: ze was autoritair en dogmatisch en hield weinig rekening met de individuele en sensitieve aspecten van het bestaan. Vandaar dat de huidige oproep van een jongere generatie om terug te keren naar de oude deugden mij niet meteen enthousiasmeert. Als ik de huidige neoconservatieven hoor spreken over de deugden vrees ik dat zij de belangrijkste vraag over het hoofd zien: hoe wordt de deugd weer deugd? Wat is de bron van deugd?”

Aan het slot van zijn boek ’Gelatenheid. Gemoed en hart bij Meister Eckhart’ oppert Visser dat die bron vandaag wel eens de gelatenheid zou kunnen zijn. Volgens Van Dale betekent gelatenheid ’berusting, lijdzaamheid’. Visser: „Dat zijn negatieve begrippen, die suggereren dat je alles maar passief hebt te ondergaan wat je overkomt. Bij de Duitse mysticus Meister Eckhart, die het woord ’gelatenheid’ heeft gemunt, betekent eind dertiende eeuw ’gelâzenheit’ iets veel positievers. In in het Duits klinkt deze positieve betekenis nog steeds mee. Zo schrijft Friedrich Nietzsche in een van zijn allerlaatste, in waanzin geschreven brieven dat hij zijn medemens ’mit vollkommner Gelassenheit’ tegemoet treedt. Gelatenheid betekent hier zeker geen berusting, veeleer een houding van volmaakte innerlijke rust. In een kort daarvoor geschreven brief noemt Nietzsche zijn toestand een ’volkomen windstilte van de ziel’.’’

Spreekt ook Eckhart in zulke termen?

„Zeker, bij hem is gelatenheid een houding waarbij ons denken, spreken en handelen niet wordt bepaald door zelfzuchtige motieven, maar wordt gedragen door een innerlijke stilte. Hij spreekt ook van een wijdte die de ziel omvangt. Die wijdte is een staat van pure ontvankelijkheid, die zich in ons kan openbaren, op voorwaarde dat we gelaten zijn. En gelaten wil zeggen dat je alle fixaties waarin je gevangen zit loslaat, dat je alles loslaat wat niet echt van binnenuit komt.”

Weet je wat van binnenuit komt en wat van buiten?

„Een toetssteen is hier het gevoel. Er bestaat geen duurzamer vreugde volgens Eckhart dan een vreugde die is geworteld in wat echt bij jou van binnenuit komt. Je moet niet handelen, zegt hij, ’om wat dan ook dat buiten jezelf ligt, maar uitsluitend om wat in jou je eigen wezen en je eigen leven is’. Zo schrijft ook Nietzsche, opnieuw in een van zijn laatste brieven, dat hij het geluk bereikt heeft dat voor hem was weggelegd. Hij wist zich beloond voor zijn trouw aan een creatieve bestemming die hem als kind al riep.”

Eckhart spreekt van wezen en leven – is dat hetzelfde?

„Nee, bij Eckhart mag je onder het eigen wezen de Godheid verstaan. Het eigen leven is het individuele lijfelijke leven, waar de Godheid bij jou, en bij niemand anders, gestalte in krijgt. God is voor hem volstrekt innerlijk. Buiten of boven jezelf vind je hem niet. Vandaar ook zijn advies alle beelden en namen van God los te laten. Zoekt en gij zult niet vinden. Je kunt God alleen in jezelf leren toelaten. Met betrekking tot dit verborgen wezen in ’God’ spreekt hij van Godheid. De Godheid is de eerder genoemde ontvankelijkheid. Elk mens bezit daar zijns inziens in de grond van zijn ziel een ’druppeltje’ van.’’

Als je gelaten bent maak je het de Godheid mogelijk zich te openbaren. Maar is gelatenheid dan niet eerder een toestand dan een deugd?

„Bij de gangbare klassieke deugden die we kennen uit de Griekse Oudheid en bij de religieuze deugden uit de middeleeuwen – geloof, hoop en liefde – kom je gelatenheid niet tegen. Toch is gelâzen sîn, gelaten zijn, voor Eckhart de hoogste deugd.”

Waarom? Als gelatenheid het resultaat is van een leven lang oefenen in loslaten, dan kan het wel een deugd zijn, maar toch niet de hoogste?

„Dergelijke vragen moest ik mijzelf ook stellen bij het schrijven van deze studie. Waarom zou gelatenheid nog boven de liefde staan, zoals Eckhart beweert? Ik noemde al innerlijke stilte en ontvankelijkheid als wezenlijk voor gelatenheid. Gelatenheid is niet alleen een kwestie van loslaten. Dan zou zij zoiets zijn als onverschilligheid. Dat is ze principieel niet. Eckhart vergelijkt de ziel wel met een beker die als hij leeg raakt volstroomt met de Godheid. Het gaat niet alleen om loslaten, maar ook om toelaten. God zijn laten, zegt hij letterlijk. Dit laatste betekent, als het om de deugd van de liefde gaat, dat niet jij lief hebt, maar dat God door jou heen lief heeft. Gelatenheid is de deugd die maakt dat zelfzuchtige liefde, amor, kan transformeren in onbaatzuchtige liefde, caritas.’’

Aan het begin van dit gesprek zei u dat aanhangers van een nieuwe deugdethiek zich te weinig bewust zijn van de bron van de deugd.

„Er moet iets zijn dat de deugd tot deugd maakt. Weet u wat de bron van de deugden bij Aristoteles was?”

Rationaliteit?

„Ja, phronèsis, verstandelijk overleg, was voor Aristoteles de hoogste deugd, die de andere mogelijk maakte. Phronèsis zorgt ervoor dat je bij alles wat je doet het juiste midden betracht, en daardoor is die deugd de bron van alle andere deugden. Zo is de moedige verstandig, omdat hij het midden weet te houden tussen lafhartigheid en roekeloosheid.”

Maar is rationeel overleg wel voldoende, wil er echt sprake zijn van deugd?

„Er is een prachtige uitspraak van de Chinese filosoof Lao Zi uit de zesde eeuw voor Christus: ’Het grote Tau raakte in vergetelheid – menslievendheid en rechtschapenheid deden hun intrede. Schranderheid kwam in aanzien – het grote gehuichel nam een aanvang.’ Lao Zi verstond onder het grote Tau niet de rationaliteit, niet de kunde om verstandelijk te kunnen overleggen, maar eerder een innerlijke ruimte die nodig is, wil er werkelijk sprake zijn van deugd. Meister Eckhart noemde deze ruimte ’een louter niets’ dat ’de ziel ontvankelijk maakt voor de goddelijke instroom’. Die instroom stelde hij zich heel concreet voor. Wanneer is werkelijk sprake van rechtvaardigheid of van vriendschap? Als er in het handelen rechtvaardigheid heerst of als uit de geste vriendschap spreekt.”

Is gelatenheid daarmee iets van heel het leven?

„Ja, Eckhart vond gelatenheid terug in de kleinste handelingen van het leven. Zo zegt hij dat als iemand de kunst van het schrijven wil leren beheersen, hij zich eerst moet concentreren op elke letter afzonderlijk om zich het beeld daarvan heel goed eigen te maken. ’Daarna, wanneer hij de kunst nu beheerst, raakt hij dat beeld kwijt en hoeft hij er niet meer aan te denken, dan schrijft hij ongehinderd vrijuit.’ Hij gebruikt dit voorbeeld weliswaar ter vergelijking. Zoals je bij het schrijven de beelden van de letters moet doorbreken, zo dien je dat in de verhouding tot God ook te doen met elk beeld van God, met elke gerichtheid op God. Maar feitelijk vragen zijns inziens al de meest elementaire handelingen om gelatenheid.”

En essentieel voor alle gelatenheid is leegte?

„Neem een goed gesprek. Vaak zijn gesprekspartners zo gefixeerd op hun eigen gezichtspunten dat het gesprek niet van de grond komt. Een echt gesprek ontstaat als de partners hun fixaties loslaten en zich houden aan de zaak die aan de orde is. Die zaak moet in het midden mogen blijven. Het midden in Aristoteles’ ethiek is een midden tussen uitersten. Bij Eckhart gaat het om een heel ander midden. Een leeg of open midden.”

Waar vind ik dit midden? Waar is die leegte? In mijn hart?

„Zintuiglijke indrukken recipiëren we met onze oren, ogen, neus. Begrippen vernemen we met ons verstand. Herinneringen danken we aan ons herinneringsvermogen. Fantasieën aan onze verbeeldingskracht. Maar waar ontvangen we die leegte in? Voor Meister Eckhart in een leeg gemoed. Hij noemt dit het grootste geschenk van Gods barmhartigheid aan de mens. De ontvankelijkheid van een leeg gemoed of een zuiver hart gaat aan denken en willen vooraf en maakt het mogelijk dat het goede wordt geboren in onze handelingen.”

Hoe word je gelaten?

„Door het leren loslaten van jezelf. Dat leert als het goed is elke activiteit. Maar de snelste weg erheen is volgens Eckhart het lijden. Voor wie dit vergund is, kan elk langdurig lijden op een punt brengen waar het duister transformeert in licht, waar de afgrond blijkt te dragen. Tot je verbazing keert de levenslust terug. Eckhart noemt dit de Godsgeboorte in de ziel. En met recht, denk ik. Want de teruggekeerde levenslust blijkt een andere grond te kennen. Die grond is niet meer het eigenbelang, het eigen succes, maar een wonderlijke, alles omvattende ontvankelijkheid. Nietzsche ervoer een toestand van volkomen gelatenheid, maar dat was vlak voordat bij hem het licht uitging. Volgens Eckhart heeft een volkomen gelaten mens nog nooit bestaan en die zal ook nooit bestaan. Zelfs Jezus van Nazareth voelde zich op Getsemane verlaten en huilde.”

Gerard Visser: Gelatenheid, Gemoed en hart bij Meister Eckhart. SUN, Nijmegen. ISBN 9789085064923. 251 blz. euro24,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden