Review

GEERTEN MEIJSING, 'DE GRACHTENGORDEL'Rancuneuze cliche's van een mafieus netwerk

Geerten Meijsing, 'De grachtengordel - Een roman', uitg. De Arbeiderspers 1992, 347 blz. - f 36,90 (geb. f 59,90).

Dit olympisch dedain kan lang niet iedereen opbrengen. Integendeel, er valt een toenemende interesse te bespeuren in alles wat aan de literatuur vastzit, maar de literatuur zelf niet is, zoals het leven van de schrijver, de literaire kritiek, de uitgeverij, de rol van de media. Het is een literatuurvijandige trend. De wereld rondom het boek wordt dan meestal beschreven in termen van een machtsspel, waarin rancune, concurrentie, succes en afslachting de dienst uitmaken. Deze tamelijk paranoide kijk op het literatuurbedrijf richt zich gewoonlijk vooral op wat dan 'de grachtengordel' wordt genoemd, een mafieus netwerk van instanties en personen dat opereert in de Amsterdamse binnenstad.

Netwerken, kongsi's, kringen, groepjes, - ze vormen een belangrijk element in de roman die Mulisch niet gelezen heeft: 'De grachtengordel' van Geerten Meijsing. Daar in gaat een in Italie woonachtige schrijver, Erik Provenier, naar de Nederlandse stad A . terug "om zijn boeken meer bekendheid te geven" . Wat hij tot dan toe heeft geschreven, is onsuccesvol gebleken, gelet althans op de geringe verkoopcijfers. En zie, zodra hij zich gaat vertonen in het wereldje van de literatuur, voltrekt zich het wonder en wordt zijn laatste boek niet alleen genomineerd voor de Grote Prijs, maar zowaar ook nog bekroond. Dat is natuurlijk heel plezierig:

"Maar vooral doorstroomde hem bitter cynisme: zo gemakkelijk was het dus, je hoefde maar even je gezicht te laten zien of de mensen gingen rekening met je houden en je werd opgemerkt. Konden die boeken, de afgezanten van zijn ziel, het niet alleen af? Moest een schrijver zijn waren werkelijk aan de man brengen alsof hij op de markt stond?"

Van dit soort cliches, die horen bij het grachtengordeldenken, wemelt het in de roman. Ik kan dan ook onmogelijk geloven wat van Provenier gezegd wordt: "Altijd had hij ernaar gestreefd zo min mogelijk te zeggen en zich te onthouden van al te gemakkelijke of niet volledig doordachte meningen."

Critici lezen, volgens hem, de boeken niet of maar half. Ze prijzen elke debutant de hemel in en laten hem bij het tweede boek van grote hoogte weer vallen. Het is voor een schrijver een schande om in de uitverkoop te liggen. Een personal computer is slecht voor de literatuur.

Het cliche viert hoogtij, niet alleen wanneer het over het literatuurwereldje gaat, ook bij voorbeeld wanneer de aard van de Nederlander of de situatie in de stad A . beschreven wordt. Driehonderdvijftig bladzijden is dan wel erg veel. Overal blijft Meijsing aan de oppervlakte, net zo als Provenier die gelooft dat kleren de man maken. Het gebrek aan scherpte en inzicht wordt verdoezeld door in te spelen op wijdverbreide, maar daarom nog niet juiste, meningen, en die in gewichtige, humorloze zinnen te formuleren. Ook de wat sterker geprofileerde figuren van Albert Zeggers, Kaspar Christiaans en Storm blijven karikaturen.

'De grachtengordel' is een rancuneus boek, dat geschreven lijkt niet omwille van de literatuur, maar omwille van de commotie die eromheen zou kunnen ontstaan en in de hoop op een kassucces. Er komen onder valse namen verschillende schrijvers en uitgevers in voor, ook treden er onder de eigen naam allerlei figuren uit de literaire wereld in op, zodat de voyeuristen onder de lezers aan hun trekken komen. Op zichzelf is er natuurlijk niets tegen een sleutelroman, maar dan moet die ook echt ergens over gaan.

De vergelijking die ik ergens las met Willem Paaps schitterende sleutelroman 'Vincent Haman' maakt heel duidelijk wat er aan Meijsings boek ontbreekt. De kern van Paaps roman is een aanval op het estheticisme en de woordkunst van Tachtig; daarmee wou hij afrekenen, want hij was een andere kunstopvatting toegedaan. Zijn portretten van Kloos en Van Deyssel zijn onvergetelijk, maar ze zijn dat vooral omdat ze in functie staan van het kunstdebat dat de roman beheerst.

In 'De grachtengordel' komen de literatuur zelf en de opvattingen over literatuur nauwelijks aan de orde. Alles richt zich op het gedoe, op wie met wie bevriend is, welke geruchten er de ronde doen, hoe veel deze of gene drinkt, of een meisje al dan niet te verkrijgen is. Het is de wereld van een jongensboek, waarin we hier verzeild raken. Veertigjarige mannen, met elkaar bevriend, heten er nota bene 'jongens' en ze hebben het dan over 'meisjes'.

Om welk kringetje in de gordel der grachten handelt het hier bovendien? Het stellen van de vraag, roept meteen een wedervraag op: bestaat die grachtengordel eigenlijk wel en wordt die niet uitsluitend verondersteld en ervaren door gefrustreerde schrijvers van de derde garnituur en lezers die van indianenverhalen, roddel en achterklap houden? De Nederlandse literatuur, in de persoon van Mulisch, heeft groot gelijk door te reageren met de woorden 'Dat volg ik toch niet!'.

'De grachtengordel' is een boek voor wie niet om literatuur geeft. Nog voor het verschijnen maakte HP/ De Tijd openbaar wie wie is. Lang niet al deze personages zijn bij een groter publiek bekend en het valt dus te bezien of de roman nog wel te lezen is wanneer het spel met de werkelijkheid niet meegespeeld kan worden. Al beschik ik over heel wat sleutels, lang niet alle deuren gaan ermee open. Wat er dan overblijft kan geillustreerd worden met het volgende citaat:

"Er waren kort binnenlopende gasten zoals Tessa de Loo, een jong schrijversduo dat bevriend was met weer een andere onduidelijke vriendin van Provenier (ze excuseerden zich dat het meisje zelf niet kon komen), een ander amateurschrijversduo dat een zelfgemaakt tijdschrift ronddeelde, een schrijversechtpaar uit Oud-Zuid en twee bloedmooie studentes klassieke talen, die dan ook niet hoefden te schrijven. Al deze lieden brachten gelukkig iets te drinken mee, meest al champagne."

Meijsing laat ergens, op een schaars moment van geloofwaardig zelfinzicht, Provenier nadenken over zijn schrijverschap. Alle idealen van vroeger, de hoge roeping, het zelfverzekerde vertrouwen in de literatuur, zijn verdwenen, hij heeft zich geencannailleerd, hij is een broodschrijver geworden:

"Als hij eerlijk tegenover zichzelf was, moest hij toegeven dat Matthese gelijk had gehad: natuurlijk was zijn laatste produkt, datzelfde boek waarover iedereen nu zo enthousiast deed, zijn minste. Had hij dat niet geschreven als pot boiler?"

Het roer moet om, dat is wel duidelijk na 'De grachtengordel'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden