Review

Geen zin in andermans ellende

Het liefst zouden we ze negeren, al die mensen die vragen om onze aandacht. Over die gevoelens schreef Marías een breed uitwaaierende roman.

’Vertellen is vertrouwen, en het komt maar weinig voor dat het vertrouwen vroeg of laat niet wordt beschaamd.’ In het eerste deel van de nog onvoltooide trilogie ’Jouw gezicht morgen’ waarschuwde de Madrileense schrijver Javier Marías (1951) voor de gevaren van het vertellen, onder meer aan de hand van prentjes van een Britse overheidscampagne uit de Tweede Wereldoorlog. Op die prentjes waren bijvoorbeeld nietsvermoedende huisvrouwen te zien die door spionnen werden afgeluisterd.

Over alledaagse handelingen met verstrekkende gevolgen gaat het ook in ’Dans en droom’. Deze keer wijst Marías op het verraderlijke van het verzoek. Niets is zo vleiend als in de positie te verkeren iets te kunnen toestaan of weigeren, maar in beide gevallen – ’of alleen al omdat je hebt geluisterd’ – raak je betrokken bij andermans zaken, en doe je misschien wel dingen die je nooit wilde doen. ,,Als je op een dag een aalmoes geeft aan een bedelaar uit je buurt, zul je een verplichting met hem zijn aangegaan: als je hem geholpen hebt deze nieuwe dag te halen, ben je ervoor verantwoordelijk dat het niet de dag wordt van zijn ultieme lijden of zijn dood.’’

Aanvankelijk lijkt het erop dat Marías deze gedachtegang zal illustreren aan de hand van het verzoek waarmee de jonge Pérez Nuix zich aan het begin van dit tweede boek tot het hoofdpersonage Jaime Deza wendt. Net als Deza werkt Pérez Nuix voor een schimmige afdeling van de Britse geheime dienst MI6 en houdt ze zich bezig met het voorspellen van menselijke reacties en gedragingen. Ze komt Deza iets vragen. Maar waar het om gaat en of Deza deze vraag inwilligt, komen we niet te weten. Want plots verlaat Marías deze vertellijn en springt hij over naar een dringender verzoek. Deza’s chef vraagt Deza een rijpere Italiaanse dame te vermaken terwijl hij met haar echtgenoot, ’een man met veel invloed in het Vaticaan’, zaken bespreekt. Helaas laat het Engels van deze Italiaan te wensen over, waardoor Deza van de dansvloer wordt geroepen om enkele woorden uit het Italiaans te vertalen. Vormen deze passages voor schrijver Marías – filoloog van opleiding – een uitstekend excuus om zijn talenkennis te etaleren, voor De la Garza, een ridicule en bloedgeile attaché van de Spaanse ambassade, zijn ze een prima gelegenheid om er met de vrouw tussen uit te knijpen.

Het is in de speurtocht naar dit zonderlinge stel dat Marías’ kenmerkende wijdlopige, cerebrale en traagkruipende schrijfstijl op zijn mooist is. Het verhaal bevriest, en Marías becommentarieert, met een scherpzinnig oog voor detail, nagenoeg alles wat Deza op zijn weg tegenkomt: de afmetingen van de toiletten waar het duo zich misschien verstopt, de slipjes van de vrouwen in die toiletten, de tongval van een van hen, enzovoorts. Elk van deze banale details vormt op zijn beurt de aanleiding voor langgerekte bespiegelingen, onder andere over de plasgewoontes van vrouwen en het angstdiscours van media en politieke leiders. Tel daar de ontelbare aaneenrijgingen van synoniemen en quasi-synoniemen bij, en een zoektocht die al met al tien minuten duurt, beslaat uiteindelijk niet minder dan zeventig pagina’s.

Wanneer Marías opnieuw tot actie overgaat, raakt Deza verwikkeld in een uiterst gewelddadige strafexpeditie tegen de idiote attaché. Maar op het moment dat er een wapen te voorschijn komt, wint de uitweiding het weer van het verhaal.

Hier en daar lijkt ’Dans en droom’ wel Hitchcock op papier: Marías tast de grenzen van de slow motion voortdurend af, alsof hij wil kijken hoe ver het geduld van de lezer reikt. Een enkele keer drijft hij dit spel te ver, bijvoorbeeld wanneer hij Pérez Nuix afscheept en zo haar verzoek uitstelt tot deel drie van de trilogie. Maar doorgaans laat de lezer zich gewillig strikken in het meeslepend netwerk van grote thema’s dat hij aaneenvlecht: het geweld op televisie, de angst die maakt dat ’mensen zich tegenwoordig op elke willekeurige luchthaven en in elk overheidskantoor laten fouilleren’, het huwelijk en het van elkaar vervreemden.

En natuurlijk ook Marías’ stokpaardje, dat sinds zijn doorbraakroman ’Een hart zo blank’ (1992) in al zijn werk prominent aanwezig is: het verlangen naar een staat van niet-horen en niet-zien, om zo niet aan andermans ellende deelachtig te worden. ,,Vroegen anderen ons maar niet naar hen te luisteren, naar hun armzalige problemen die zozeer gelijk zijn aan de onze’’, zucht de schrijver meermaals.

Hoe hard Marías zijn best ook lijkt te doen om de lezer ervan te overtuigen niet naar hem te luisteren, ’Dans en droom’ is, door zijn spitse observaties en sublieme beschouwingen, een onweerstaanbaar boek. Een must voor de liefhebber van slow motion.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden