Review

Geen sletten, geen slavinnen

De activiste Fadela Amara is de drijvende kracht achter de beweging ni putes ni soumises (geen sletten, geen slavinnen) die vorig jaar met een mars door Frankrijk de aandacht vestigde op de noden van vrouwen in migrantengetto's. In een boek met dezelfde titel doet zij verslag van haar strijd.

Je zult maar een meisje zijn in zo'n mistroostige Franse flatwijk. Al je bewegingen worden gevolgd, niets ontsnapt aan de aandacht van de zelfbenoemde bewakers van de eer van de familie en de buurt: of wat je draagt niet te strak zit, of je met een jongen hebt gesproken op de weg van school naar huis, waar je met wie bent geweest en waarom.

Want vanaf de eerste menstruatie is het uit met de pret, aldus de Française van Algerijnse origine Fadela Amara (40). Met haar zes broers en drie zusjes woonde ze zelf in zo'n soort buurt in Clermont-Ferrand, de stad van de Michelin-fabrieken, ze weet dus waar ze over praat. Jongens mogen alles, meisjes vrijwel niets. Blijf maagd tot het huwelijk, want wie dat niet lukt is weinig meer waard.

De laatste twintig jaar is de toestand veel erger geworden, observeert Amara. Met de massawerkloosheid trad de verpaupering in en kregen de 'achterlijke patriarchale tradities' ruim baan. Zelf kon ze vroeger, zolang ze er niet mee te koop liep, nog contact met een geliefde onderhouden. Maar inmiddels hebben de zonen het commando over het gezin overgenomen van hun werkloze vaders die hun gezicht verloren. Zij zagen kans het gezag over hun zusjes uit te breiden naar alle meisjes in de wijk. ,,Men zei niet meer 'dat is de dochter van die en die', maar 'dat is het meisje uit die en die buurt'.''

Liefdesrelaties bestaan nog wel, maar ze zijn altijd 'geheim, kreupel en vol ongemakken en vooroordelen'. Wanneer het meest verschrikkelijke wat je kan overkomen gebeurt en het blijft geen geheim, volgt onherroepelijk een meedogenloos oordeel van het 'sociale tribunaal'. Het meisje is voortaan een slet met wie jongens zich van alles kunnen veroorloven. Groepsverkrachtingen zijn een extreme uiting van dit fenomeen, maar komen schrikbarend vaak voor.

Amara brengt scherp in beeld hoe de machistische dictatuur werkt. Probleem met haar boek is alleen dat ze de oorzaken voor de ellende vooral buiten de eigen islamitische cultuur zoekt. Zij heeft het ook zelden over moslimmeisjes, maar gebruikt de verhullende term 'vrouwen uit de voorsteden'.

Dat doet Amara (die zich praktiserend moslim noemt) bewust, zo blijkt. ,,Ik kan moeilijk de islamofobe walm verdragen die optrok na 11 september'', merkt ze ergens op. Amara noemt de groeiende invloed van 'obscurantistische imams' wel, maar veel liever richt zij haar pijlen op weinig aanstootgevende omgevingsfactoren als uitsluiting, discriminatie en falend huisvestingsbeleid.

Daarbij gaat ze zover dat daders bijna ongemerkt veranderen in slachtoffers van een harteloze maatschappij. ,,De woede van jongens over de Republiek die hen uitsluit richt zich tegen hun zusters en meisjes in het algemeen; door hun onderdrukkende bewind uit te oefenen in de beperkte geografische ruimte die de voorstad is, de enige ruimte waar ze de indruk hebben dat ze er de baas zijn.''

Voor de oplossingen vertrouwt Amara, behalve professioneel actievoerster ook gemeenteraadslid voor de Socialistische Partij in Clermont-Ferrand, op fikse investeringen in allerhande hulptroepen: meer sociaal werkers, meer leerlingbegeleiders, meer opvanghuizen, meer verplegers, meer begeleiders en meer 'gespecialiseerde psychologen op school'. Een rigoureus spreidingsbeleid moet uiteindelijk een einde maken aan de getto's, die ontstonden door politieke nalatigheid.

Meer seksuele voorlichting (inclusief 'het bijbrengen van respect voor de partner') staat ook op haar lijstje, maar een pleidooi voor een fundamentele herziening van de islamitische seksuele moraal ontbreekt. ,,Wij polemiseren niet, wij bouwen op'', besluit Amara.

Dat klinkt sympathiek en het moet de groeiende schare critici van Ayaan Hirsi Ali in Nederland als muziek in de oren klinken. Want het is kennelijk ook mogelijk tegen onrecht in moslimkring te strijden en tegelijk de religie ongemoeid te laten: zo zit je altijd goed.

Toch is het de vraag hoe lang de kool en de geit gespaard kunnen blijven. Want juist de seksuele moraal van moslims -die van oorsprong pre-modern is maar door de heiliging in de Koran en de fine tuning in de overleveringen van de profeet een onaantastbare status heeft gekregen- resulteert in een opvoeding die de zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van meisjes ontkent. Hoeveel islamitische vrouwen bepalen zelf of, wanneer en met wie ze trouwen? En of er kinderen komen en zo ja hoeveel?

Emancipatie is alleen mogelijk door je als individu te bevrijden uit de gemeenschap van gelovigen, concludeert Hirsi Ali in haar laatste boek 'De Maagdenkooi' en dat is ook de boodschap van haar film 'Submission'.

Hirsi Ali wijst er ook op, en dat is iets waar Amara met haar gehamer op discriminatie misschien eens bij stil zou moeten staan, dat de maagdencultus medeverantwoordelijk is voor de economische achterstand van moslims. Islamitische kinderen moeten nu veel te vaak een evenwichtige, gezonde (binnen blijven doet een mens geen goed) opgeleide moeder missen die hen wegwijs had kunnen maken in de wereld van onderwijs en arbeid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden