Geen land waar het bestaansrecht van opera zo wordt betwijfeld als Nederland

Scene uit ‘A little Night Music’ van de Nederlandse Reisopera. Beeld Marco Borggreve

Er waait een positieve wind door het muziektheater concludeerde de Raad voor Cultuur onlangs. Het aantal professionele voorstellingen en bezoekers stijgt. Wat betekent dit voor de Nederlandse Reisopera en Opera Zuid, die eerder flink moesten bezuinigen? 

 De twee opera-intendanten zijn in eerste instantie vooral blij met het uitgebreide advies dat de Raad voor Cultuur onlangs over muziektheater aan de minister uitbracht. Waut Koeken en Nicolas Mansfield, artistiek leiders van respectievelijk Opera Zuid (standplaats Maastricht) en de Nederlandse Reisopera (standplaats Enschede), vinden dat de Raad in het advies expliciete erkenning laat blijken voor de operavoorziening in Nederland. De Raad stelt dat niet alleen geld, maar vooral ook een andere houding van de overheid het klimaat voor opera, muziektheater en musical moet verbeteren. Rijk, gemeenten en provincies moeten over de hele linie versterking bieden, aldus de Raad. “Met dit advies is er zicht op continuïteit en stabilisatie”, zegt Mansfield.

Snoeihard bezuinigd

Dat is voorheen weleens anders geweest. Beide gezelschappen werden met snoeiharde bezuinigingen geconfronteerd. In 2013 verloor de Reisopera 60 procent van zijn subsidie; de jaarlijkse bijdrage van het Rijk en de provincies Overijssel en Gelderland kelderde naar 3,9 miljoen euro. Opera Zuid ontvangt sinds dat jaar nog maar 1,7 miljoen subsidies van Rijk, provincies Limburg en Noord-Brabant, en de stad Maastricht. Ter vergelijking: De Nationale Opera in Amsterdam wordt door het Rijk en de gemeente jaarlijks met ruim 31 miljoen euro ondersteund.

Mansfield en Koeken kunnen allebei trots schermen met het grote succes van hun meest recente producties. Pers en publiek liepen weg met zowel Korngolds ‘Die tote Stadt’ (Reisopera) als Bernsteins ‘A Quiet Place’ (Opera Zuid). Dat waren geen overbekende titels die automatisch voor volle schouwburgen zorgen, maar de zaalbezetting voor beide producties was gemiddeld dik 90 procent. Een verder bewijs voor de stelling in het advies van de Raad dat de interesse voor opera en muziektheater in Nederland alleen maar groeit. En die titelkeuze toont de durf van beide gezelschappen om risico’s te nemen en aan repertoireverbreding doen, iets waar de Raad op aandringt.

Koeken: “Toen ik met het voorstel voor het werk van Bernstein kwam, reageerden mijn partners – de verschillende schouwburgen waar wij te gast zijn en ons orkest Philharmonie Zuidnederland – alsof ik gek geworden was. Ze vreesden dat er niemand op af zou komen, lege zalen. Maar er blijkt dus wel degelijk nieuwsgierigheid naar vernieuwing te zijn, naar ander repertoire.

Koeken en Mansfield vinden dat ze jarenlang tegen windmolens aan het vechten zijn geweest. Over opera moest in Nederland altijd op een verdedigende manier worden gesproken. Te duur, te elitair, te weinig toegankelijk. Die toon wordt in dit advies losgelaten.

Er is nu niet alleen erkenning maar de Raad schetst bovendien een perspectief dat aan louter verplichtingen als aantallen producties en voorstellingen per jaar voorbij gaat; er wordt nu ook gesproken over talentontwikkeling en educatie. En over verbreding van het repertoire.

Koeken: “Het advies gaat over de hele muziektheatersectie, maar wat valt daar eigenlijk allemaal onder? In 1600, het jaar dat de opera werd uitgevonden, wist men al niet precies hoe het genre eruit zag. Opera, musical, muziektheater, allemaal benamingen voor hetzelfde? In Frankrijk ontwikkelde Jacques Offenbach in de 19de eeuw de maatschappij-kritische operette. Gilbert en Sullivan maakten daar hun typische Britse versie van, die vervolgens de oceaan overwaaide. En daar in Amerika spraken ze over ‘musical theatre’, dat wij weer hebben afgekort tot musical. Die term musical kreeg hier een negatieve lading. Het zou te pleasing en te plat zijn, maar iedereen wil uiteindelijk publiek in de zaal hebben. En entertainment is geen vies woord hè? Je kunt aan entertainment diepere waarden toevoegen.”

Die broodnodige erkenning is één ding, maar er zal toch meer geld moeten komen om van de adviezen ook echt beleid te maken?

Mansfield: “We willen niet maar alleen onze hand bij het Rijk ophouden, maar ook praten met stad, regio, bedrijfsleven en sponsoren. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Maar als er meer geld zou bijkomen, dan zal dat toch eerder in de versteviging van de organisatie gestopt worden dan in verbreding van repertoire. Marketing en educatie gaan voor. Er zijn bij ons nu te weinig mensen die te veel moeten doen. Dat maakt ons kwetsbaar.”

Koeken: “Je hebt als werkgever ook een opdracht om je maatschappelijke rol waar te maken. Bij Opera Zuid is een kernteam van vijf mensen. Wij moeten twee producties per seizoen maken, en dat halen we al nauwelijks. Natuurlijk dromen we van verbreding van repertoire, maar dat is een utopie als je maar twee titels per jaar doet. Je kunt niet en, en, en. En dan heb ik het nog niet eens over educatie. Ons bedrijfskundig fundament moet eerst steviger worden.”

Mansfield: “In het vorige advies van de Raad voor Cultuur was er nog sprake van een fusie tussen onze gezelschappen. Dat idee is van de baan, wat niet wil zeggen dat we niet vaker zouden kunnen samenwerken.”

Koeken: “We proberen complementair te zijn in onze programmeringen, want de Reisopera en Opera Zuid zijn te gast in dezelfde schouwburgen in het land. We zouden meer in combinatie kunnen doen, zoals gezamenlijke abonnementen aanbieden. We vinden reizen belangrijk, maar het brengt heel veel extra kosten met zich mee. Daarbij komt dat je maar een paar dagen per seizoen in een bepaalde stad aanwezig bent. Daardoor ben je als club te weinig zichtbaar.”

Erkenning, stabilisatie, continuïteit dus. Maar hoe nu verder?

Mansfield: “Na dit advies is het aan ons om mooie plannen in te dienen. Zo willen we graag gaan samenwerken met een theatergroep. Sowieso vind ik dat grotere gezelschappen zich bezig moeten houden met kleinere gezelschappen. Dat is goed voor beide.”

Koeken: “Door meer te gaan samenwerken kunnen we misschien in de toekomst een wereldpremière brengen van een opera. Iets creëren dat helemaal nieuw is, dat is heel gezond voor een instelling. We moeten inventief zijn. Natuurlijk moeten we aan onze subsidieverplichtingen voldoen, maar we moeten er voor waken dat we alleen maar afvinkgedrag gaan vertonen. Zoals het nu gaat houden we het niet lang vol. We zitten op ons tandvlees.”

Koeken: “We zouden heus wel wat kleinschaliger repertoire willen doen, en daarmee wat besparen. Maar we zijn gebonden aan onze samenwerking met de Philharmonie Zuidnederland, een groot orkest, dat groot repertoire wil spelen. Dat maakt het intrinsiek bijzonder duur, vanwege het aantal mensen en musici dat je nodig hebt. Opera is hooggespecialiseerde kunst waarvoor je hooggespecialiseerde mensen nodig hebt.”

Consequenties

Mansfield: “Als de politiek vindt dat er reisgezelschappen moeten zijn, omdat iedereen in een democratie naar de opera moet kunnen gaan, dan moet je daar consequenties aan verbinden.”

Koeken: “Ik ken geen land waar het bestaansrecht van het genre opera zo betwijfeld wordt als hier. Steeds maar die voortdurende vraag naar het nut ervan. Wij voelen de maatschappelijke noodzaak om emoties vorm te geven en te delen. Opera is een zoektocht naar harmonie tussen denken en voelen.”

Mansfield: “Opera is wat je voelt, niet wat je ziet of hoort. Opera legt verbindingen tussen individu en collectief. En je hoeft er niet voor opgeleid te worden om ervan te kunnen genieten. Positief willen we zijn, en daar helpt dit advies bij. We hebben ambitie in het voorhoofd en zorgen in het achterhoofd.”

De Nederlandse Reisopera presenteert een nieuwe productie van Stephen Sondheims ‘A Little Night Music’. Première vanavond in Enschede en tournee t/m 9 april. Opera Zuid presenteert een nieuwe enscenering van Jacques Offenbachs ‘Fantasio’. Première 19 mei in Eindhoven en tournee t/m 30 juni. www.reisopera.nl en www.operazuid.nl

Het nieuwe seizoen

Opera Zuid komt in het nieuwe seizoen met twee producties. In het najaar zal Mozarts ‘Die Zauberflöte’ worden geregisseerd door Jorinde Keesmaat. Dirigent is Benjamin Bayle. In de zangerscast, die bijna geheel uit Nederlanders bestaat, vallen Peter Gijsbertsen als Tamino en Michael Wilmering als Papageno op. In het voorjaar van 2020 volgt dan Benjamin Brittens ‘A Midsummer Night’s Dream’. Ola Mafaalani (voorheen artistiek leidster van het Noord Nederlands Toneel) zal met deze enscenering haar debuut als operaregisseur maken. Karel Deseure dirigeert.

De Nederlandse Reisopera opent het nieuwe seizoen met een herneming van de succesvolle Rossini-opera ‘Il barbiere di Siviglia’ in een regie van Laurence Dale. Monique Wagemakers maakt met Studio Drift en Nanine Lanning een nieuwe enscenering van Monteverdi’s ‘L’Orfeo’. En onder de titel ‘Bruid Te Koop!’ brengt de Reisopera een volledig Nederlandstalige versie (met louter Nederlandse zangers) van Smetana’s ‘Die verkaufte Braut’. Ed Spanjaard zal dirigeren.

Lees ook:  

Opera is de meest relevante kunstvorm

Voor de Nationale Reisopera is er na de desastreuze subsidiekorting veel veranderd. Maar de nieuwe directeur Nicolas Mansfield is er de man niet naar om terugtrekkende bewegingen te maken. Wagners ‘Tristan und Isolde’ is de eerste grote productie van het ‘nieuwe’ gezelschap. Een statement. ‘Het grootste risico is dat je geen enkel risico neemt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden