Opinie

Geen gewandel in het woud

Voor het eerst sinds de oprichting in 1946 spelen de amateurs van het Dieverse Shakespearetheater het bossige koningsdrama Macbeth.

Woonde koning Macbeth maar niet zo dicht bij het bos, dan had hij iets langer van z’n Schotse levensschemering kunnen genieten. Iedereen die ooit een sprookje las, weet nou eenmaal dat er in een bos niets dan narigheid schuilt.

In het Macbethbos, door Shakespeare tot ’Woud van Birnam’ gedoopt, scharrelen de legers van Engeland, Ierland en Wales rond. Gecamoufleerd vormen zij het bos dat die bloedhond van een Macbeth komt halen. Macbeth’s laatste uur slaat.

Macbeth had dat kunnen weten, want al in het begin van het drama voorspellen drie heksen hem dat hij in veiligheid en voortvarendheid verkeert zolang het woud van Birnam niet gaat wandelen. Macbeth wimpelde die voorzegging als oudewijvenpraat weg, want sinds wanneer kan een bos de benen nemen? En daar rekende hij jammerlijk buiten zijn schepper; sinds Shakespeare dus.

Ook op het moment dat een boodschapper komt waarschuwen dat het woud aan de wandel is, gelooft Macbeth z’n oren niet. Verbitterd bijt Macbeth de boodschapper toe: „Als je mij voor de gek houdt, hang ik je levend op aan de eerste boom tot je van honger verschrompelt en als het waar is wat je zegt dan mag je met mij hetzelfde doen.”

De boodschapper spreekt niets dan de waarheid als hij zegt dat hij ’het woud van Birnam’ naar Macbeth’s kasteel ziet oprukken.

Teneinde het bos theatraal te laten wandelen, houden Macbeth-acteurs doorgaans wat takken voor de borst. Soms abstraheren regisseurs het bos met een sanseveria in de lucht (Toneelgroep Amsterdam) of geven ze het publiek twijgen in de hand waardoor toeschouwers zelf voor Macbethbos spelen (Ro-theater).

Met hun openluchttheater in het Dieverse Bos, heeft het Shakespearetheater van Diever de plaats van handeling al geheid geduid voordat er zelfs maar een decorbouwer werd aangewezen. Een bossiger enscenering voor de neergang van Macbeth valt amper te verzinnen. Bomen alom, tot en met de uit hetzelfde bos gezaagde tribune aan toe.

Toch slaan het bos in het toneelstuk en het werkelijke Drentse bos elkaar juist dood. De theatermakers lieten het Drentse bos dramaturgisch voor wat het is: bos. Dus ook geen als spoorseinen dramatisch scharnierende vertakkingen in de Dieverse bomen. Heel even maar verschuilen de vermomde soldaten zich achter twijgjes, die ze vervolgens snel in het boszand werpen. Dat moet volstaan als oprukkend woud.

Regisseur Jack Nieborg is kort en krachtig inzake de woudkwestie uit ’Macbeth’: ”Dat werd te ingewikkeld. We zitten immers al in een bos.”

Belangrijker dan kuierende woudkruinen is de boomhoge, Tinguely-achtige toren met scheepsschroefaandrijving die decorontwerper Harm Naaijer aanvankelijk louter als geluidsdecor bouwde.

Per kranteadvertentie deed het Shakespearetheater een oproep in Diever en ommeland voor afgedankte industriële spullen. Ze verzamelden oliedrums, katrollen, raderwielen die als bundel een onverschrokken zee-egel vormen, ronde stroharken, slangen van afzuiginstallaties en stalen tractorzadels.

Van geluidsdecor groeide de toren in ’spontane architectuur’ uit tot het domein van de via megafoons tetterende heksen, tot een dodengalerij voor Macbeth’s slachtoffers, tot oorlogsmachine, tot metafoor voor Macbeth’s chaotisch gistende brein.

Uit de toren met een afgunstig groen verlichte stuurhut bovenin, weerklinken kermissirenes, kantineclaxons, reutel, ratel en kreun, Swiebertjesbellen, haperende ankerkettingen, scheepstoeters, dof carillongetinkel, amechtige scharnieren, schor trompetgeschal; bliksemt bliksem en dondert donder terwijl overal stoom of dampende achterdocht sist.

De titelrolspelers komen dit jaar allebei niet uit Diever, maar hebben al jarenlang verwantschap met het Shakespearetheater.

Josien Kragt speelt Lady Macbeth. In haar woonplaats Groningen staat ze ’parttime voor de klas’ en is ze ’parttime acteur’. Het mooiste aan haar rol vindt zij het moment waarop Lady Macbeth alle slechtheid bij elkaar sprokkelt teneinde Macbeth tot de koningsmoord aan te zetten.

Kragt moest zichzelf tamelijk intomen: „Van mezelf ben ik nogal beweeglijk van aard en Lady Macbeth is dat kennelijk niet.” Keer op keer moest de regisseur haar manen niet zo heen en weer te lopen of met de armen te molenwieken.

Dick van Veen (Macbeth) is predikant-zonder-parochie (’geestelijk verzorger’) in Assen. Als 10-jarige was hij al kind aan huis in het theater van Diever.

Ze spelen ’Macbeth’ in de vertaling van de regisseur, die weet dat er goede vertalingen voorhanden zijn, maar zocht naar woorden die ’lekker bekken om te spelen’. Dick van Veen kan er als Macbeth goed mee uit de voeten: „Het is een heel aardse vertaling; de tekst pakt je in je eigen gemoed. De zinnen lopen gewoon, daar hoef je niet over na te denken.”

Macbeth’s gevleugelde slotbeschouwing klinkt bij Van Veen eerder terloops dan gedragen: „Uit, stompje kaars. Het leven is de schaduw op de weg tussen zon en maan. Niet meer dan een speler die een uurtje staat te ploeteren. Ons bestaan is een sprookje dat met veel passie en drukte wordt verteld door een malloot. Het betekent niets en het stelt nog minder voor.”

Humor is zo goed als afwezig in ’Macbeth’, maar dat betekent niet dat er geen geestigheid in het stuk voorkomt. Titelrolspeler Van Veen weet dat er ook gelachen wordt ’zonder dat het grappig is, als ontlading, als: waar zit ik nou om te lachen?’

De dronken poortwachtersscène leent zich daar uitgelezen voor. Regisseur Nieborg schertsend: „Wij kiezen voor de Drentse versie, die hangt van ’t weer af.” En dus zegt de dronken poortwachter: „Potverdeklop. Wie is daar? Kijk nou, een oversekste kleermaker met z’n meetlint in de aanslag. Vouw je lapje hier maar open voor je opgewarmde strijkbout.”

Bij de ingang van het Dieverse bos staat het stalen cadeau dat het Nederlands Gilde van Kunstsmeden in 1996 bij het 50-jarig bestaan van het Shakespearetheater schonk. Een omgekeerde kroon die in een halve maan hangt, met daaronder de geschreven heksenvoorzegging: ’Fair is foul and foul is fair...’ – ’Goed is slecht en slecht is goed. Mist en walm. Gegroet’. Allen af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden