Review

Geen enkele plaats is een plaats van bestemming

Jean-Marie Gustave Le Clézio behoort in Frankrijk tot de literaire top, wier boeken in de winkel gesierd worden door een rode banderolle met daarop de ultieme aanbeveling: de naam van de auteur. Zijn laatste boek bevatte twee vertellingen, die in de Nederlandse vertaling in aparte delen worden uitgegeven: 'In volle zee' en 'Angoli Mala'. De verhalen lezen betekent vreemde werelden binnengaan, waarin niemand zich prettig voelt, maar waar je toch blijft tot de laatste zin.

In deze twee verhalen komt niemand voor die niet weg wil. Wat er is moet worden achtergelaten, wat ontbreekt moet gezocht. 'In volle zee' vertelt over een meisje dat meegaat op een tweemaster, weg van huis, in de hoop nooit meer terug te keren. In het andere verhaal, 'Angoli Mala', trekt een jongen zich terug in een vallei, nadat hij al eerder de grote stad verruild heeft voor het oerwoud. Elk doorstaan zij zware beproevingen, betreden onbekend terrein en worden zij een ander mens. Toch volstaat het niet om deze verhalen af te doen als nieuwe varianten van de initiatierite. Een initiatie veronderstelt toch een soort gelukkige afloop, wanneer de geïnitieerde als nieuw mens verder kan. En dat zit er niet in.

Le Clezio is zelf een rusteloze zwerver. Een wereldburger, maar niet in de zin van iemand die in elke hoofdstad het beste hotel kent. Integendeel, hij keert de beschaafde wereld zo vaak mogelijk de rug toe. Hij woonde onder meer in Panama, Thailand, op Mauritius en Rodrigues. Natuur is voor hem geen groene polder of een vreedzaam bloeiende hei, maar een mooi en verleidelijk monster, dat geen medelijden heeft met de mens.

Beschaving komt in deze twee verhalen ook nauwelijks voor, alleen in gedegenereerde vorm. In 'In volle zee' is dat in de persoon van Moguer, de eigenaar van de tweemaster. Hij heeft fortuin gemaakt als filmproducent, maar het fortuin heeft hem geperverteerd. ,,Hier was Moguer dol op: in een beroemde haven, zoals Cartagena, 'Cartagena de las Indias', aankomen, zijn schip voor anker leggen aan de voet van een luxueuze villa die voor de filmopnames was afgehuurd, op een heuvel die over de oude stad uitkeek (...) daarna in een krakkemikkig vliegtuig naar Medellín vliegen en zich in de rosse buurt storten. (...) Je hoefde maar te kiezen. Je hoefde maar een taxi te nemen en naar de buurt rond het busstation te rijden, achter de kathedraal, door de straat waar de kleine meisjes stonden te wachten, niet eens uitdagend, netjes op een rij als schoolmeisjes.' En in 'Angoli Mala' is de beschaafde wereld slechts aanwezig als de eindbestemming van het witte poeder dat de hoofdpersoon over de Colombiaanse grens smokkelt.

Maar dat wil niet zeggen dat de oceaan en de jungle tegenover de stad worden gesteld als betere werelden. Iedereen in deze verhalen wil weg, dus treffen we in de natuur degenen aan die naar de stad willen, zoals in 'Angoli Mala' het mooiste meisje van het oerwoud, Nina: ,,Ik zou willen... ik zou hier weg willen, naar de stad gaan, niet meer deze mensen zien, dit huis, deze rivier, dit oerwoud. Ik zou iemand anders willen zijn, weggaan, weggaan.' Geen enkele plaats is een plaats van bestemming. Het vreemde is dat er ook een moment van terugkomst is in beide boeken. De jongen in 'Angoli Mala' laat zich overhalen om uit de vallei terug te keren, het meisje uit 'In volle zee' geeft zich over aan de goede bedoelingen van de hulpverleners. Terugkomst? De jongen wordt bij de uitgang van de vallei met kogels doorzeefd. Het meisje ziet vanaf de kade hoe de tweemaster tot zinken wordt gebracht, en verlangt er alweer naar om 'weg te gaan zonder om te kijken'. Het is alsof de schrijver geprobeerd heeft zijn personages een thuiskomst te geven, een moment van rust, maar dat niet uit zijn pen heeft kunnen krijgen.

Le Clézio schreef de twee verhalen met een tussenpoos van vijftien jaar (waarin hij overigens een enorm oeuvre produceerde). Bij de gezamenlijke Franse uitgave schreef hij: ,,Het scheen mij toe dat ze over dezelfde les vertellen, die van de liefde voor de natuur, van het kwaad ook. Maar op het moment dat ik ze samenvoeg, weet niet ik niet meer zeker welk nu de spiegel van de ander is.' Er klinkt iets van de verbazing in door die hij gevoeld moet hebben toen hij ontdekte dat hij na zoveel jaren voor de tweede keer hetzelfde verhaal geschreven had. Eigenlijk is dat magisch. Die magie moet de lezer zichzelf niet onthouden door maar één van beide boeken te lezen.

Vertaalster Maria Noordman heeft vakwerk afgeleverd. De vreemde, dwingende zinnen van Le Clézio lezen niet alsof ze vertaald zijn. Als de Nederlandse uitgevers ook met de rode banderolles zouden werken, zou de naam van deze vertaalster daarop niet mogen ontbreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden