Geef pubers een aparte kast

Waarom lezen hedendaagse pubers zo weinig? Het zou al helpen als de dwaze scheiding tussen adolescentenliteratuur en die voor volwassenen werd opgeheven, vindt Bas Maliepaard.

Opgroeien in de letteren is vanzelfsprekender dan opgroeien met de letteren. Dat is op zichzelf geen nieuws, maar de discussie over de ’ontlezing’ is het afgelopen jaar weer in volle hevigheid opgelaaid. Leesbevorderaars maken zich vooral zorgen om jongeren tussen de vijftien en twintig jaar, want in die leeftijdscategorie haken de meesten af.

Uit verschillende recente onderzoeken naar leesgedrag en -motivatie, blijkt onder meer dat jongeren de overgang van de jeugdliteratuur naar die voor volwassenen als te groot ervaren. Voor kinderachtige boeken halen ze terecht hun neus op en in boeken over volwassen personages, minstens twee keer zo oud als zijzelf, hebben ze al helemaal geen zin. Temeer omdat die naar de leraar Nederlands ruiken, die zich zozeer met de canon en cultuuroverdracht bezighoudt dat hij het leesplezier in één moeite door de nek omdraait. Als jongeren al boeken willen lezen, dan graag romans waarin ze iets van zichzelf herkennen, die gaan over de levensvragen waar zij mee worstelen. En geef ze eens ongelijk.

Maar die boeken zijn er toch? Al sinds de jaren tachtig – en vooral de laatste tien, vijftien jaar – verschijnen er regelmatig jeugdliteraire romans over (de wereld van) jongeren op de drempel van de volwassenheid. Ze vormen samen een spannende ’tussencategorie’ en worden daarom cross-over boeken genoemd. Ook de uit Amerika overgewaaide term ’Young Adult novels’ hoor je steeds vaker.

Natuurlijk zijn die etiketten eigenlijk onzin, want dit soort boeken, waarin het zoeken naar en definiëren van de eigen identiteit gethematiseerd wordt, verschilt nauwelijks van de adolescentenromans uit de volwassenenliteratuur. De monumentale trilogie ’Een groene bloem’ van Floortje Zwigtman of de oorlogsroman ’Allemaal willen we de hemel’ van Els Beerten hadden net zo goed voor volwassenen op de markt gebracht kunnen worden.

En dat zijn niet de woorden van een kinderboekenactivist; die visie wordt door literatuurwetenschappers onderschreven. Tanja de Jonge, bijvoorbeeld, vergeleek adolescentenromans die zijn uitgegeven voor volwassenen met die voor jongeren. In haar masterscriptie ’De volwassenwording van de adolescentenliteratuur’ (Vrije Universiteit, 2008) constateerde ze dat de boeken zowel wat betreft complexiteit als literair vernieuwende kenmerken nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

Dat zich toch een apart segment jeugdliteraire adolescentenromans heeft gevormd, heeft veel eerder een praktische dan een inhoudelijke oorzaak: de boeken komen uit de pen van jeugdauteurs en verschijnen bij kinderboekenuitgeverijen.

Dáár ligt de oorzaak van de ’overgangsproblemen’ die jongeren ervaren en niet bij het aanbod zelf: deze boeken komen terecht op de kinderafdeling van de boekhandel of tussen de C-boeken in de bieb en daar wil je als jongvolwassene niet gezien worden (of je denkt er gewoon niet aan om daar te zoeken als je jezelf als volwassene beschouwt, wat best mag als je zeventien bent).

Bovendien heeft deze rubricering tot gevolg dat de boeken door docenten Nederlands in de ban worden gedaan. Eenmaal in de bovenbouw van het havo/vwo is het immers tijd voor het echte werk, de volwassenenliteratuur, en behoren boeken die zijn ontsproten aan de jeugdliteratuur tot de verboden vruchten (zie het artikel ’Adolescentenliteratuur kan ook complex zijn’ uit Trouw van 28 december).

Dat leidt tot onuitstaanbare situaties: een adolescentenroman als ’De gelukvinder’ van Edward van de Vendel verscheen in eerste instantie in het jeugdfonds van Querido, maar werd later, in een poging een groter publiek te bereiken, met een ander omslag voor volwassenen uitgebracht. Er zijn docenten die zo weinig van literatuur snappen dat ze het boek in de volwassen uitvoering wel toelaten op de leeslijst en in de jeugduitvoering niet.

De adolescentenliteratuur, kortom, staat op de verkeerde plaats in boekhandel en bibliotheek. Die paar jongeren die zich daar wagen en een literaire adolescentenroman opduikelen, krijgen van hun docenten het deksel op de neus. Dat is pas een effectief ontmoedigingsbeleid.

De enige remedie lijkt: onder het motto ’literatuur is literatuur’ korte metten maken met de onnodige etikettering. Noem die romans geen cross-overboeken, geen Young Adult novels en al helemáál geen jeugdboeken en zet ze gewoon op de volwassenenafdeling. Dan komt het vast allemaal goed.

Maar helaas is dat ook te makkelijk. Uit verschillende onderzoeken naar het bibliotheekbezoek van jongeren blijkt dat zij zich op de volwassenenafdeling evenmin op hun plaats voelen en er moeilijk hun weg vinden. Dat zal in de boekwinkel, naar mijn gevoel, niet anders zijn. Het vergt behoorlijk wat doorzettingsvermogen om tussen de eindeloze rijen boeken over hersenschimmen en ontaarde moeders op zoek te gaan naar de aansprekende adolescentenromans.

Onderzoekers wijzen al enkele jaren op het belang van een aparte kast of afdeling voor adolescenten, waarin zowel de aansprekende titels uit de volwassenenliteratuur staan als de jeugdliteraire adolescentenromans. In Amerika is dat al gebruikelijk, vooral sinds de grote boekhandelsketen Barnes & Noble een paar jaar geleden een Young Adult afdeling in al haar winkels introduceerde en daarmee, als we de berichten mogen geloven, het ’genre’ een enorme impuls gaf.

In Nederland lijken bibliotheken en boekhandels ook wakker te worden: Selexyz kondigde onlangs aan in haar winkels een jongerenafdeling op te gaan zetten en ook in enkele zelfstandige boekhandels verschijnen aparte kasten voor jongvolwassenen. Dat dit geen onverstandige keuze is, toont Nederlands onderzoek aan: bibliotheken die al werken met een aparte jongerenkast of -afdeling constateren een significante stijging in het aantal uitleningen.

Als de leraren Nederlands nu ook eens verder kijken dan hun neuzen lang zijn, dan zou de jeugdliteraire adolescentenliteratuur de komende jaren wel eens een belangrijke rol kunnen spelen bij de herovering van het leesplezier onder jongeren.

Die ontwikkeling zou bovendien een stimulans kunnen betekenen voor de oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdliteraire adolescentenliteratuur. Er verschijnen momenteel meer vertalingen uit de Angelsaksische en Scandinavische wereld dan jongerenromans van Nederlandse makelij. Dat heeft alles te maken met de voorzichtigheid van uitgevers; ook zij weten dat dit soort boeken jongeren maar mondjesmaat bereikt en in het literatuuronderwijs wordt genegeerd.

Niet zo gek dus, dat de Young Adult kast door uitgevers wordt aangemoedigd. Eind vorig jaar nog verlootte een grote groep uitgevers op een beurs voor boekhandelaren een kast gevuld met adolescentenboeken. Dat was een ludiek initiatief van Lemniscaat, de hardnekkigste lobbyist voor het genre. Deze Boekenweek komt die uitgever met een magazine over zijn eigen Young Adult boeken en initieerde hij een grote actie met CJP: 75.000 jongeren en nog eens 10.000 docenten uit het voortgezet onderwijs ontvangen een halve adolescentenroman. De andere helft kunnen ze in de boekwinkel kopen. Ik ben benieuwd in welke kast ze het boek zullen aantreffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden