Interview

Gedurende een lange reis langs de Nijl kwam een onverwerkt trauma bij Fleur naar boven

Fleur van der Bij: 'In zo'n tentje aan de Nijl beginnen was een droom van me'. Beeld Jorgen Caris

Ze volgt de Nijl tot diep in Zuid-Soedan, op zoek naar sporen van een verdwenen 19de-eeuwse ontdekkingsreiziger. Maar schrijfster Fleur van der Bij stuit vooral op haar eigen verleden: de onverwerkte dood van haar zusje. De confrontatie drijft haar letterlijk tot waanzin.

Eindelijk kan ze haar held weer eens goed vastpakken. Weliswaar met blauwe latex handschoentjes tegen het huidzuur. En echt romantisch is de koele archiefzolder van het Museum voor Volkenkunde in Leiden ook niet. Maar toch: ze ervaart het als iets heel bijzonders om die bruin-gele foto van ontdekkingsreiziger Juan Maria Schuver (1852-1883) voor het eerst na jaren weer in haar handen te houden.

Fleur van der Bij (36) studeerde journalistiek en geschiedenis. Toen ze in 2006 een onderwerp zocht voor haar masterscriptie, was het vooral deze foto van Schuver - op een website - die haar fascinatie wekte. De jonge avonturier staat er statig en stoer op, licht ze toe: in militair uniform, met zijn geweer naast zich. Ze vond het meteen een knappe man. Intrigerend ook, met zijn nagelaten reisverslagen en brieven waaruit hij soms oprijst als een nobele, dan weer als een deugniet. 'Met hem hou ik het wel een scriptie vol', dacht ze. "Het werd uiteindelijk elf jaar."

Op aanraden van schrijver Frank Westerman beperkte Van der Bij zich niet tot een scriptie, maar wijdde ze een boek aan Schuver. Daarvoor reisde ze hem achterna naar Afrika, op zoek naar sporen van 120 jaar geleden. Ze wilde de geschiedenis tot leven wekken en de vragen beantwoorden die Schuvers teksten opriepen. Wie was die ambitieuze avonturier precies? Wat zocht hij, ver weg langs de Nijl, in het gebied van het huidige Zuid-Soedan? En wie zat er achter zijn mysterieuze verdwijning in 1883?

Een jaar lang bereidde Van der Bij zich voor: ze leerde Arabisch, legde contacten en peuterde bij Jan Pronk een aanbevelingsbrief voor de Verenigde Naties los. In 2008 vliegt ze dan eindelijk naar de Soedanese hoofdstad Khartoem, ondanks het negatieve reisadvies en de bloedige etnische conflicten. "Het was een heel avontuur", beaamt Van der Bij. "Maar dat wilde ik ook! In zo'n tentje aan de Nijl beginnen was een droom van me. En ik heb het gedaan."

Tijdens haar reis van vijf maanden komt Van der Bij dichterbij Schuver dan ze had durven hopen. Ze bezoekt plaatsen die de rebelse rijkeluiszoon destijds met eigen ogen heeft gezien. Ze spreekt een kleinzoon van een islamitische militieleider, de Mahdi, bij wie Schuver zich volgens geruchten had aangesloten. En na een barre tocht door een moeras, begeleid door vriendelijke kindsoldaten, ontdekt Van der Bij zelfs de ruïnes van Meshra el Rek, een voormalige, overwoekerde slavenhaven waar Schuver zou zijn verdwenen.

Het reisverhaal is op zich al spannend en vermakelijk, maar gaandeweg draait het boek steeds meer om iets anders: een persoonlijke kwestie die minstens zo interessant en meeslepend is. Want door haar belevenissen wordt Van der Bij beetje bij beetje geconfronteerd met haar eigen verleden. "In het begin had ik nog het idee dat ik zelf de regie had", vertelt ze. "Maar al snel kantelde dat. Ik vroeg aan Schuver: 'Wie ben jij?', maar hij hield me een spiegel voor met de vraag: 'Fleur, wie ben jíj eigenlijk?'.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Beeld Jorgen Caris

Trauma

Het zijn vooral de gesprekken met Soedanezen waar Van der Bij ongemakkelijke inzichten aan overhoudt. Zo geven sommige inwoners haar te verstaan dat het voor een ongetrouwde vrouw raar is om alleen door een ver land te reizen. Is ze soms verstoten? Gevlucht? Van der Bij begrijpt niet meteen waarom die suggesties haar zo raken. Pas vijf maanden later, in Nederland, begint het te dagen.

Het raakt allemaal aan een trauma uit haar jeugd. "Ik was vroeger een ondernemend meisje", vertelt ze. "Ik trok er altijd op uit. Mijn ouders waren me voortdurend kwijt. Maar toen ik vijftien was, gebeurde er iets dramatisch. Mijn drie jaar jongere zusje kwam om bij een verkeersongeluk. Dat maakte diepe indruk. Vanaf toen ben ik een heel ander leven gaan leiden, gericht op degelijkheid en zekerheid, ook al paste dat eigenlijk niet bij me."

Op haar zeventiende kreeg ze een vaste relatie. Die benauwde haar zo dat ze het na zeven jaar uitmaakte. Korte tijd later besloot ze haar held Schuver achterna te reizen, het avontuur tegemoet. "Schuver trok mij uit mijn comfortzone, begreep ik achteraf", zegt Van der Bij. Hij hielp haar om zich te ontworstelen aan het Friese dorpje waar ze was opgegroeid en waar ze na de dood van haar zus te horen kreeg: 'Niet huilen, flink zijn nu.' Alle emotie werd destijds weggedrukt. Na de begrafenis moest Van der Bij direct weer meedraaien op school, zonder begeleiding of coulance, alsof er niets was gebeurd. "Mijn ouders kregen wel hulp", vertelt ze. "Alle aandacht ging naar hen uit, terwijl het verlies bij mij ook hard was aangekomen. Mijn zus en ik waren ontzettend close. Toen ze doodging, is ze mij in feite dubbel afgenomen, doordat genegeerd werd dat haar dood er voor mij ook toe deed. In die tijd dacht ik dat het zo hoorde. Pas later, na mijn reis, realiseerde ik me hoeveel mijn zus voor me heeft betekend. Daarom heb ik haar in het boek 'teruggeschreven', door te laten zien welke mooie dingen we samen deelden."

Zo kreeg het schrijfproces therapeutische waarde. Het werd een vorm van verlate rouwverwerking, iets waar Van der Bij in Soedan eigenlijk al een begin mee had gemaakt. Haar gesprek met Fatima, de zus van een gids, mondde bijvoorbeeld uit in een enorme wederzijdse huilbui toen de vrouw vertelde dat ze haar broer had verloren. Er waren meer van zulke uitwisselingen waar de dood een opvallende plaats in had. "Normaal praat je er niet over", zegt Van der Bij. "Maar een gesprek met een wildvreemde nodigt er juist toe uit."

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Beeld Jorgen Caris

Psychose

Later, terug in Nederland, beseft ze dat deze reisgesprekken 'zoiets als de Nijl' in haar hebben laten ontspringen. De rivier had haar de hele tijd al vergezeld als metafoor; het was een onderstroom, die dan in Nederland ineens naar boven komt. Dat lijkt aanvankelijk prettig. Van der Bij krijgt extreem veel energie. Ze slaapt nauwelijks, begint wild te associëren en ziet ineens overal oplossingen voor de wereldvrede. Licht en kleuren neemt ze krankzinnig intens waar, alsof ze lsd heeft gebruikt. Pas als ze op een dag haar overleden zus bij haar in de kamer ziet zitten, beseft de schrijfster dat het mis is. Ze is in een psychose beland. Haar manie, want dat was het, slaat om in een depressie. Deze cyclus herhaalt zich daarna nog eens, en dan valt er niet meer te ontkomen aan de diagnose: een bipolaire stoornis.

Van der Bij krijgt medicatie en therapie, maar het is toch vooral het schrijven wat haar erbovenop helpt. "Schrijven is mijn manier geweest om weer in een ritme te komen", vertelt ze. "Ik ging 's ochtends tikken, daarna naar de sportschool, en dan 's middags weer verder. Zo heb ik de ziekte stabiel gekregen en leren accepteren. Ik ben heel blij dat het gelukt is. Het boek zie ik als de kroon op het proces."

Mede door de onverwachte psychiatrische nasleep heeft het Schuver-project elf jaar gekost. Maar spijt van haar avontuur heeft Van der Bij niet. Reizen is de kortste en leerzaamste omweg naar jezelf, merkte schrijver Jan Brokken al eens op. Dat gold zeker ook voor haar. "Een onverwerkt trauma komt altijd wel een keer naar boven", zegt ze. "Het was ook gebeurd als ik thuis was gebleven. Maar nu heb ik er in elk geval een mooi boek aan overgehouden."

Fragment uit het boek, pag. 172

We beklimmen een lage, met struiken overgroeide heuvel. [...] Mijn adem stokt, mijn hart maakt een sprongetje: voor mij liggen ruïnes. Meshra el Rek! Ik sta midden in het historische centrum van de mythische slavenhaven! Hoeveel huisjes staan er nog? Ik tel er zeker tien. De afgebrokkelde muren zijn op sommige plekken hoger dan ik. Tussen vier muurtjes op de fundering loop ik door de verdorde bladeren en waan ik me even in de negentiende eeuw. Had ik hier kunnen wonen? Als bestuurder of als slavenhandelaar? Dan trekt Albino me weer naar buiten. Nee, hij is niet bang voor instortingsgevaar, maar wel voor slangen die daar tussen de bladeren kunnen liggen. Geschrokken volg ik hem en ik beloof weer op het pad te blijven.

'De Nijl in mij', Fleur van der Bij, uitgeverij AtlasContact, 240 blz., € 19,99

Lees hier meer boekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden