Godfried Bomans.

Twee hondjes

Gedichtje ‘Spleen’ is echt van Bomans: ‘Een mooie rehabilitatie’

Godfried Bomans.Beeld ANP Kippa

Een halve eeuw na zijn dood trekt de mist rond Bomans’ bekendste gedicht eindelijk op.

Willem Pekelder

Twintig jaar duurde zijn speurtocht naar de oorsprong van het gedicht Spleen, maar nu kan Bomanskenner Fred Berendse met honderd procent zekerheid stellen dat Godfried Bomans de maker was. Het gaat om het bekende rijm: Ik zit vaak voor het vensterglas/Mij duchtig te vervelen/En denk: als ik twee hondjes was/Dan zou ik samen spelen.

Over het auteurschap ontstond in 1978 twijfel toen journaliste Tessel Pollmann in Vrij Nederland publiceerde dat Bomans zich waarschijnlijk had gebaseerd op de Oostenrijkse schrijver Friedrich Torberg. Die eindigde zijn Ballade der grossen Müdigkeit immers met: Ich möchte gern zwei kleine Hunde sein und mit einander spielen.

Volgens Berendse, sinds zo’n dertig jaar voorzitter van het Godfried Bomans Genootschap, snijdt de bewering van Pollmann, hoe voorzichtig ook geuit, geen hout, omdat Torbergs ballade pas jaren na Bomans’ dood in 1971 verscheen. “Bomans kan die ballade dus nooit hebben gelezen. Maar helaas, na het artikel in VN ontstond onder letterkundigen al snel discussie over plagiaat. Jeroen Brouwers zei het ronduit: Bomans heeft plagiaat gepleegd. Door die twijfel kwam Spleen in 1999 niet in Bomans’ verzameld werk.”

Onmiskenbaar van Bomans zelf

Hoe het met Spleen wérkelijk zit, ondervond Berendse tijdens zijn zoektocht. Hij stuitte op historicus Jan Dirk Snel, die had ontdekt dat het zinnetje over de twee hondjes al sinds begin twintigste eeuw anoniem als kindergrapje in Europa rondging. Berendse vermoedt dat Torberg en Bomans beiden in die vijver hebben gevist. “Maar!”, voegt hij eraan toe, “dan heb ik het dus alleen over die regels met die hondjes. De eerste twee dichtregels over het vensterglas en de verveling zijn onmiskenbaar van Bomans zelf.”

Want, wat ontdekte de Bomans-voorzitter onlangs in het krantenarchief? Het complete gedicht, met daaronder de initialen G.B., gepubliceerd op 4 april 1947 in het katholieke jeugdblad De Linie. Berendse: “Er is geen twijfel meer mogelijk: Bomans is de geestelijk vader van Spleen.”

Onder die titel drukte Bomans’ goede vriend Michel van der Plas het gedicht in 1954 af in de bundel Ongerijmde rijmen. Hij had het enigszins bewerkt tot de versie die vandaag algemeen bekend is: Ik zit mij voor het vensterglas/onnoemlijk te vervelen/Ik wou dat ik twee hondjes was/dan kon ik samen spelen.

Berendse is blij dat in dit Bomans-herdenkingsjaar – een halve eeuw na diens dood – de mist rond het auteurschap eindelijk is opgetrokken. “Voortaan hoeft onder het gedicht niet meer te worden vermeld: naar Torberg. Nee, gewoon Godfried Bomans. Een mooie rehabilitatie.

Lees ook:

Het katholicisme van Godfried Bomans werd steeds minder katholiek

De schrijver Godfried Bomans werd tijdens zijn leven steeds minder katholiek. Het Vaticaan met al zijn regeltjes zegde hij vaarwel. ‘Wat hij overhield was Christus’,zegt Harry Broshuis, die op het geloof van Bomans promoveert.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden