Review

García Márquez klem tussen feit en fictie

Gabriel García Márquez: Ontvoeringsbericht. Vert. Arie van der Wal. Meulenhoff, Amsterdam; 327 blz. - ¿ 39,90.

ILSE LOGIE

Colombia had tenslotte al decennialang een burgerregering. Maar dat de afwezigheid van militairen in het presidentieel paleis op zich geen waarborg is voor democratie, bewijzen de vergeldingsmaatregelen, die in dit Zuid-Amerikaanse land onverminderd deel zijn blijven uitmaken van de politieke zeden. Want zodra iemand in dit vastgeroeste tweepartijenstelsel zich bedreigd voelde, liet het zonder veel omhaal alle echte en vermeende vijanden uitschakelen.

Het duurde lang voor er van officiële zijde toenadering werd gezocht tot een aantal guerillabewegingen. De met veel strubbelingen gepaard gaande legalisering van de M19 bracht ook andere organisaties op een idee, zoals de machtige cocaïne-industrie, die een hele tijd ongestoord haar gang had kunnen gaan maar ongeveer gelijktijdig haar onaantastbare positie begon te verliezen.

In 1979 had Colombia met de Verenigde Staten een uitleveringsverdrag gesloten, dat de drugsbaronnen - onder wie de flamboyante Pablo Escobar - de stuipen op het lijf joeg. Vooral in de stad Medellín zon het milieu op wraak. De cocaïnebonzen wilden tot elke prijs hun uitlevering verhinderen, en probeerden eenzelfde statuut uit de brand te slepen als de politieke guerilla had verkregen.

Toen de jonge liberaal César Gaviria (intussen alweer president-af) aan de macht kwam, zwakte hij de uitleveringswet af en kondigde een ingrijpende grondwetsherziening aan, die de deur op een kier liet voor een voorwaardelijke amnestie-regeling van het cocaïneterrorisme. De drugsmafia rook haar kans. Om de druk op de onderhandelingen te vergroten, zetten de 'extraditables' (diegenen die voor uitlevering in aanmerking kwamen) een grootscheepse ontvoeringsactie op touw waarbij in totaal tien journalisten gevangen werden genomen, van wie er twee zouden omkomen. Eerst werden Diana Turbay en haar team in een hinderlaag gelokt, daarna waren Marina Montoya en Francisco 'Pacho' Santos aan de beurt, en tenslotte moesten Maruja Pachón en haar schoonzus Beatriz eraan geloven.

De gijzeling hield de Colombianen maandenlang in de ban, en draaide uit op een krachtmeting tussen de regering Gaviria en de 'extraditables', die grotendeels hun slag thuis haalden. Van dit drama schreef García Márquez, op uitdrukkelijk verzoek van twee betrokkenen - Maruja Pachón en haar man Alberto Villamizar - het beklemmende relaas.

Zijn schatplichtigheid aan de journalistiek kwam eerder tot uiting in 'Verhaal van een schipbreukeling' en 'Kroniek van een aangekondigde dood'. Telkens viel op hoe zorgvuldig de schrijver met zijn bronnen omsprong. In 'Ontvoeringsbericht' is hij evenmin over één nacht ijs gegaan. Drie jaar lang verdiepte hij zich in honderden getuigenverslagen, politierapporten en krantestukken, ondervroeg hij familieleden en kreeg inzage in dagboeken en aantekeningen van de slachtoffers. Toch bleef het schrikbeeld om vroeg of laat op een onnauwkeurigheid te worden betrapt, hem achtervolgen.

Deze maniakale perfectiedrang doet het vermoeden rijzen dat García Márquez' beslissing om op het voorstel van het echtpaar Villamizar in te gaan, hem niet enkel door burgerzin werd ingegeven, maar dat hij deze gelegenheid tevens aangreep om weer eens het grensgebied tussen journalistiek en literatuur te verkennen.

Naarmate de reconstructie van de gijzelingszaak vordert, wordt steeds duidelijker dat de journalistiek niet de onneembare vesting van de feitelijkheid is waar ze nog zo vaak voor doorgaat. De lezer komt erachter dat feit en fictie, hoewel niet uitwisselbaar, toch in alle voorstellingen van de werkelijkheid met elkaar verweven zijn, zij het in elke discipline volgens specifieke patronen, codes of tradities.

Uiteraard leggen, bij een reportage, de gebeurtenissen de verteller allerhande beperkingen op. Ook de opvallend sobere stijl wordt door het onderwerp bepaald, al laat García Márquez waar het even kan de teugels vieren. Dat doet hij bijvoorbeeld wanneer de witharige pater Rafael García Herreros op het toneel verschijnt. Deze halve heilige, die zich met zijn populaire programma 'De minuut van God' tot ieders verbazing ontpopt tot de geschikte bemiddelaar voor de overgave van Escobar, lijkt García Márquez op het lijf geschreven, hoewel het aannemelijker is te veronderstellen dat de auteur het personage ongegeneerd naar zijn hand heeft gezet.

De vermakelijke confrontatie tussen de gewiekste schurk Escobar en de aandoenlijke, met zijn contactlenzen worstelende pater doorbreekt de bittere ernst van dit 'Ontvoeringsbericht', waarvan de laconieke titel de volle lading niet dekt. Het is er García Márquez vooral om te doen aan te tonen wat er achter zo'n kil krantenbericht schuilgaat. Zo kwam hij, ondanks zijn streven naar objectiviteit, terecht in een web van gissingen, vermoedens, hypothesen en scenario's, waaruit een weloverwogen keuze diende te worden gemaakt.

Rode draad vormen de lotgevallen van enerzijds Maruja en Beatriz, en anderzijds Alberto, die er alles op zet om zijn vrouw en zijn zus vrij te krijgen. De grote betrokkenheid van de lezer wordt mede veroorzaakt door het wisselende vertelperspectief: in de oneven hoofdstukken komt het wel en wee van de gijzelaars aan bod, terwijl in de even hoofdstukken het doen en laten van de familie, alsook de publieke opinie en de onderhandelingen met de ontvoerders centraal staan.

García Márquez selecteert, snoeit, vult de gaten op, geeft af en toe een hint zonder ooit te veel prijs te geven, maar het gecompileerde schrijfproces dat ongetwijfeld aan dit 'Ontvoeringsbericht' vooraf is gegaan, blijft aan het oog onttrokken. Het lijkt veeleer alsof het verhaal zichzelf vertelt, alsof de lezer nu eens aan den lijve ondervindt hoe het voelt om in een naargeestig, bedompt kamertje op de grond te moeten slapen, overal toestemming voor te moeten vragen en evenmin als de personages te weten of hij een minuut later nog zal leven, en dan weer in de huid kruipt van de aan de telefoon gekluisterde moeder, man of vrouw, balancerend tussen hoop en wanhoop.

De schrijver laat haarscherp zien hoe onvoorspelbaar mensen reageren op extreme situaties als vrijheidsberoving: de een is volledig van de kaart, de ander strijdlustig; wie er het meest kwetsbaar uitzag, blaakt onverwacht van vastberadenheid. Met grote precisie beschrijft hij het samenhokken in een kleine ruimte, de onvermijdelijke aanvaringen, maar ook de gezamenlijk gesmede vluchtplannen en het elkaar moed inspreken, en bovenal: de allesoverheersende angst.

De belangrijkste overlevingsstrategie van alle betrokkenen, die grotendeels in het duister tasten omtrent het lot van hun geliefden, is gelegen in het zichzelf en elkaar opdissen van verhalen en het overbrengen en interpreteren van boodschappen, als ging het hier om het toedienen van kleine porties troost. Aangrijpend in dit verband is Marina's afscheid. Ze weet niet welk lot haar te wachten staat, of ze vrijgelaten dan wel geëxecuteerd wordt, maar ze overtuigt zichzelf ervan dat alles goedkomt, om alvast de overblijvenden op te monteren.

Dat doen de personages vaker: spelen dat ze vrijkomen, bedenken welke kleren ze zullen aantrekken, hoe het feestmenu er zal uitzien. Dat mentale verbeeldingsproces drukt zijn stempel op de ervaringen zelf, zodat bij het uiteindelijke weerzien de verwachte emotie uitblijft: “Beiden hadden ze zo vaak aan dat moment gedacht dat toen het werkelijk zo ver was het meer weg had van een eindeloos gerepeteerde toneelscène, in staat om bij iedereen heftige emoties op te roepen behalve bij de hoofdrolspelers.”

Ook de communicatie met de buitenwereld verloopt via dubbelzinnige en raadselachtige berichten. De gijzelaars beschikken af en toe over een televisie of een radio, en ontvangen dan gecodeerde boodschappen die soms tot misverstanden leiden, maar meestal harverwarmend zijn.

Communiqués, kladjes en teksten zijn ook de enige instrumenten die Alberto en zijn vrienden ter beschikking staan: er worden eindeloos verklaringen afgelegd, programma's de ether ingestuurd, dagboeken bijgehouden en confidentiële gesprekken gevoerd. Op den duur betrapt Alberto er zich op dat hij met niets anders meer bezig is dan met het achterhalen van Escobars bijbedoelingen. In deze zin valt een politieke gijzeling op te vatten als een gigantisch linguïstisch proces van elkaar kruisende, tegensprekende, bevruchtende berichten, waarin elke komma en elke bijzin van levensbelang kunnen zijn.

De meeste van deze berichten zullen wellicht nooit volledig worden opgehelderd, maar dat doet er niet toe. Veel doorslaggevender dan hun ultieme betekenis is in dit geval hun overredingskracht. García Márquez en de gegijzelde journalisten, die dat maar al te goed beseffen, steken hun bewondering voor de beknopte, directe schrijfstijl van Escobar dan ook niet onder stoelen of banken. Zijn argumenten klinken zo overtuigend dat veel Colombianen ze op den duur met de waarheid verwarren.

Zelfs de verteller heeft soms moeite om zich niet te laten verleiden, en verzucht dat niets in die dagen eenvoudig was, “en al helemaal niet om, van welke zijde ook, zelfs maar ergens objectief over te berichten”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden