Review

Gao Xingjian schept afstand

Menig westers columnist ontplofte toen in juli werd beslist dat China de Spelen van 2008 mag organiseren. Dat kon toch niet, gezien de ten hemel schreiende schendingen van de mensenrechten? Het vreemde aan al die stennis is dat de zelfgenoegzame ambtenarij die de topsport omgeeft, blijkbaar bevoegd is bewijzen van goed gedrag uit te reiken aan hele volken, landen of continenten. In China waren de Spelen van 2008 deze zomer het gesprek van de dag.

Zonder dit mediacircus zouden de Olympische Spelen misschien weer worden wat ze zijn. Een sportwedstrijd die voor opwinding, ontroering en zelfs verbroedering niet afhankelijk is van een politiek fiat.

Iets dergelijks geldt voor de Nobelprijs voor literatuur. Die heeft geen intrinsieke waarde. Dat er zoveel woorden aan worden vuilgemaakt, komt door de hoogte van het geldbedrag, de ouderdom van het instituut, en, inderdaad, de media. Het Nobelcomité moet de komende jaren dan ook slechts handgeschreven uitnodigingen versturen aan tien of twintig uitverkorenen die op eigen kosten aanwezig mogen zijn in een slechtverlichte kelder waar de prijs in het diepste geheim haastig en gegeneerd wordt uitgereikt. De laureaat moet in vermomming komen, en zwijgen als het graf. Pas wanneer de oneigenlijke status van de prijs als keurmerk voor Nationale Literaturen veilig begraven ligt in een mythisch verleden, mag het Nobelcomité weer bovengronds.

Dark horse Gao Xingjian (1940), een in Frankrijk woonachtige Chinees die de prijs vorig jaar kreeg, had zich in een dergelijke aanpak vast kunnen vinden. Gao is overtuigd bewoner van de marge, een plek die zich volgens hem bij uitstek leent voor de beoefening der letteren. Om daarmee door te kunnen gaan, zal hij al zijn vindingrijkheid nodig hebben, want sinds oktober 2000 heeft hij uitgevers en media in vele talen op zijn dak. Ook Nederland heeft zich niet onbetuigd gelaten. Een vertaling van Gao's magnum opus 'Berg van de ziel' is in de maak, maar laat nog even op zich wachten. Om verschillende redenen is dat namelijk een gigantisch werk. Niet alleen is het een dik boek in een moeilijke taal, maar het zit barstensvol passages die zich niet aan de hand van standaard-woordenboeken laten temmen, en waarvoor aanvullend sinologisch graafwerk vereist is. 'De Berg' is in goede handen bij vertaalster Anne Sytske Keijser, die ook meewerkte aan Gao's eerste Nederlandstalige boek: de verhalenbundel 'Kramp', samengesteld door Keijser en Mark Leenhouts in overleg met Gao, door een team vertalers voortreffelijk vertaald en door Leenhouts voorzien van een weloverwogen nawoord.

'Kramp' bevat zes verhalen uit de periode 1983-1990. Ze tonen een nieuwsgierig auteur in ontwikkeling, die van meet af aan poogt alles wat groter is dan het individu -nationale identiteit, utopische visies, clichématig taalgebruik enzovoorts- te omzeilen. Dat is, met een zijsprong naar een door Gao grotendeels buiten beeld gehouden context, maoïstisch China, iets bijzonders. Maar ook zonder die overweging zijn Gao's verhalen zonder meer de moeite waard.

In zijn vroege periode ligt zijn kracht in zakelijke bespreking van lotgevallen van de kleine mens en (de verbrokkeling van) diens waardigheid. Zijn beschrijvingen zijn treffend, en soms meesterlijk. Zo laat hij in 'Een ongeluk' een fietser met in de zijspan een kind de straat schuin oversteken en zich vertwijfeld te pletter rijden op een monsterlijke stadsbus, op onbegrijpelijke en toch voorstelbaar gemaakte wijze. Wat de scène onvergetelijk maakt is dat de man in zijn laatste ogenblik zijn stuur loslaat en zijn handen naar de overkapping van de zijspan brengt, als om die uit de baan van de bus te duwen; het kind overleeft de botsing op miraculeuze wijze. Gao schildert vervolgens nauwgezet hoe een onverschillig universum omgaat met het eenzame leed van de beide chauffeurs, van wie één verder moet leven. En met de afhandeling, inclusief verkeersopstopping en kleinzielig, egoïstisch en stuurloos mensengemekker, van een gruwelijk moment. Bloedsporen worden van het asfalt verwijderd door arbeiders die geen idee hebben wat hier gebeurd is, misschien niet eens zien dat het bloed is.

'Een ongeluk' is één van de verhalen waarin Gao zich bovendien tegen het eind laat gaan in een vorm van hardop denken. Dat hardop denken schept een zekere afstand tot de gebeurtenissen. Afstand, in die en in andere vormen, moet centraal staan in de karakterisering van Gao Xingjians werk. Afstand tussen centrum en marge, tussen collectief en individu, maar ook tussen enerzijds waarneming en ervaring, en anderzijds reflectie en talige esthetisering. Afstand tussen ervaring en reflectie maakt dat in 'Een hengel voor mijn grootvader'(1986) verleden, herinnering en heden overtuigend dooreen beginnen te lopen. Binnen het heden zigzagt de verteller bovendien tussen een centrale verhaallijn, over zijn grootvader, en zijdelingse blikken op een voetbalwedstrijd op tv.

In 'In een oogwenk' ten slotte, uit 1990, laat Gao de eenheid van tijd, plaats en handeling zozeer los dat verbrokkeling volgt, in een reeks van losstaande alinea's die aanvankelijk weinig met elkaar van doen hebben, behalve een gedeelde onheilspellende sfeer. Later blijken de gebeurtenissen elkaar hier en daar te kruisen. In surrealistische, soms nachtmerrie-achtige beelden wisselen een paar thema's elkaar af: verdrinking, verrotting, platte B-film-geilheid met als object vrouwen in strak leer en jarretels, het vervreemde burgermansfatsoen van een stropdas en een hoed, en de dood. Uiteindelijk lijkt de lezer te gast te zijn geweest in de droom van een man in een ligstoel op het strand.

Het is niet chic om te zeggen maar wel waar: wat vertaald wordt hangt niet alleen af van literaire kwaliteit, maar ook van minder verheven factoren zoals tijd en durf van vertalers en uitgevers. Dat geldt zeker voor de maar ten dele verkende verten van China. Gao Xingjians werk was al onderdeel van het Nederlandse curriculum sinologie lang voor hij de Nobelprijs kreeg. Dat die prijs vaart zet achter de verschijning van zijn boeken hier te lande is meegenomen. We zien uit naar meer -hoe eerder hoe liever. Maar dat zijn werk boeit komt, ten overvloede, niet door zijn Chinese afkomst of het grensverleggend inzicht van het Nobelprijscomité. Dat vloeit voort uit literaire persoonlijkheid, scherpe observaties, een krachtige verbeelding en een vaardige pen.

Het is de beenslag van Ian Thorpe die de adem doet stokken, niet de beleidspraat van de leden van het Olympisch Comité.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden