Review

Frida Vogels dwingt de lezer in de rol van psychiater

Frida Vogels: De harde kern. Gedichten. Van Oorschot, Amsterdam; 335 blz. - Fl.45 (ingenaaid) en Fl. 65 (gebonden).

De Henriëtte uit deze passage van J. J. A. Voskuils sleutelroman over studentenleven aan het eind van de jaren veertig 'Bij nader inzien', laat een duidelijke visie en mentale indruk op de lezer achter: in haar bewegingen een stoethaspel, zich schokkerig en met rukken voortbewegend, verder uiterst zwijgzaam met het vermoeden van hoge intelligentie maar die niet erg tot z'n recht komt; kortom een vreemde outsider in het gezelschap druktemakers dat haar heeft opgenomen. Een onmiskenbare buitenkant met het vermoeden van veel binnenkant.

Toen de vrouw die model stond voor Voskuils Henriëtte een paar jaar geleden zelf haar autobiografische werk begon te publiceren, in verschillende delen onder de naam 'De harde kern', legde iedere criticus het verband met het fictionele personage Henriëtte. Geen wonder, men kende het handelend en wandelend personage al, dat dan nu wellicht van een binnenkant voorzien zou worden. Maar het vreemde is dat niemand die 'De harde kern' gelezen heeft zal durven zeggen dat hij deze vrouw inmiddels kent en begrijpt. Integendeel, het aantal raadsels achter de onhandige, zwijgzame studente bij Voskuil is alleen maar toegenomen.

'De harde kern' van Frida Vogels is een werk, dat geen lezer onberoerd laat. Niet alleen critici maar ook andere prominente lezers hebben in het openbaar gezegd hoezeer Vogels' boeken hen hebben aangegrepen: Rudy Kousbroek, Ed Leeflang. Haar nominatie voor de Libris-prijs, die volgende week wordt uitgereikt, is dan ook geen toeval. Zelf weet ik dat ik haar werk op sommige momenten moest wegleggen omdat het me de adem bijna afsneed, zo emotionerend werkt wat deze schrijfster te vertellen heeft.

Waar komt dat sterke effect vandaan? Ligt het aan de literaire stijl, aan de structuur van de boeken? Ik geloof het niet. Het eerste deel van de trilogie, 'Kanker', een nauwgezet verslag van het Italiaanse milieu waaruit de echtgenoot van de hoofdpersoon komt, doet nog wel sterk aan 'literatuur' tussen aanhalingstekens denken, aan Italo Svevo zelfs, maar in de volgende boeken neemt het werk een steeds autobiografischer karakter aan en in het derde deel 'Met zijn drieën' heeft het zelfs veel weg van niet al te geordende herinneringen. Misschien dat alleen het deel poëzie dat er ook bij hoort, weer sterker literair ruikt, maar dat is dan wat mij betreft ook het minst overtuigende part van Frida Vogels' schrijverschap tot nu toe.

De wezenlijke kracht van 'De harde kern' ligt in de authenticiteit van het geschrevene, de ernst waarmee de schrijfster pogingen onderneemt zichzelf tot in de kleinste hoeken te begrijpen en te verbeteren, en vervolgens ook het uitzichtloze van die poging, de schuld en de schaamte, de uitzichtloosheid en het voortdurende tekortschieten.

De normen die de hoofdpersoon zichzelf en haar omgeving oplegt zijn zo hoog, zo zuiver dat geen mens ze kan bereiken, ook zijzelf niet. Het frusterende gevecht met zichzelf om met zo'n tekort te leven, maakt een overweldigende indruk op Nederlandse lezers, die misschien wel wat overvoerd zijn met buitenissige, intellectualistische en gezochte problemen. 'De harde kern' is een hellevaart door de ziel.

Een van de meest opvallende eigenschappen van Frida Vogels' werk is dat ze er wel openhartig in wil zijn, maar het niet kàn. Steeds worden er dingen verzwegen en dat bespeur je als lezer nog meer dan de schrijfster zelf, ben ik geneigd te denken. Ze onthult zich weliswaar langzaam maar laat tegelijkertijd in toenemende mate, toch kennelijk geremd door schaamte-mechanismen, cruciale dingen ongezegd.

De opbouw van 'De harde kern' is al een aanwijzing. In het eerste deel 'Kanker', over de Italiaanse familie, houdt hoofdpersoon Berta Mees zich nog helemaal op de achtergrond. In het tweede deel 'De naakte waarheid', vertelt ze waarom ze 'Kanker' heeft geschreven, om zich aan haar man Stefano duidelijk te maken, maar allengs blijkt dat het vooral gaat om de problemen tussen die twee, van culturele en maatschappelijke aard, denk je aanvankelijk, maar naar het einde toe merk je dat er eigenlijk een geweldig seksueel probleem achter schuilgaat. Pas helemaal aan het eind wordt dat met zoveel woorden gezegd, door haar man - haast een bekentenis na zoveel aanwijzingen: “Het komt natuurlijk allemaal doordat we nooit een normaal seksueel leven hebben gehad. Wat hebben wij ooit gehad? En wat we dan ooit nog hadden, werd kapot gemaakt door de angst voor een kind.” - Het is in dit verband trouwens niet zonder betekenis dat in de film 'Bij nader inzien' de latere Henriëtte lesbisch wordt.

In deel drie 'Met zijn drieën' graaft de schrijfster dieper in haar verleden, met een vader die weggelopen en hertrouwd is en een moeder die haar man niet kon bevredigen. Als je als lezer allang de link tussen het aseksuele gedrag van Berta (die zich in deel drie, dichter bij de biografische waarheid, Frida gaat noemen - ook een teken dat ze maskers af wil leggen) en het falen van haar moeder als echtgenote hebt gelegd, moet ze het zelf nog uitspreken. Kortom, je hebt het gevoel met een patiënt te maken te hebben die wel de symptomen aanlevert maar ervoor terugdeinst er conclusies aan te verbinden.

De volgorde in deze boeken is die van de gemiddelde psychiatrische behandeling. Via een zijweg naar het eigenlijke probleem, waarvan de kern steeds meer in de jeugd wordt gezocht. 'De harde kern' dringt je als lezer dan ook in de rol van psychiater. De schrijfster/hoofdpersoon ligt op de bank en vertelt haar levensverhaal, steeds dieper haar verleden indraaiend, en wat ze zelf niet durft of wil zien, wordt jou als lezer met almaar onontkoombaarder kracht gesuggereerd. Je voelt dat ze bij alle openhartigheid en pogingen tot schaamteloosheid belangrijke dingen verzwijgt, erover heen praat, ze bagatelliseert, er niet mee om kan gaan. Je hebt kortom het gevoel dat je haar open moet breken. En dat is ook een van de sterkste effecten van haar boeken, dat ze je dwingen tot een persoonlijke verhouding tot het erin beschrevene.

Frida Vogels laat pijnlijk precies zien hoe in schijnbaar zorgeloze dialogen huiveringwekkende angsten schuilgaan. Je voelt dat er onder van alles gist en borrelt, maar het wordt niet uitgesproken. Nog erger is dat het geval in de verhouding van Frida tot haar broer Thijs. Er is iets ergs gebeurd maar je komt niet te weten wat. Hier begint de zwijgzaamheid van de schrijfster over de 'feiten' me op den duur zelfs te ergeren, juist omdat ze haar het hele boek door zo dwars blijven zitten.

Bij het lezen van 'De harde kern' ga je van alles vermoeden, zonder het bevestigd te krijgen. Thijs mag Stefano niet, Thijs en Frida koesteren een diepe liefde voor hun moeder ('Met z'n drieën'); Frida peinst over haar broer. “Toen vader en moeder getrouwd waren, bedacht ik, hielden de mensen ze niet voor man en vrouw, maar voor broer en zus.” Wat suggereert dat, misschien een onnatuurlijke band tussen broer en zus? “Mijn broer. / Als ik dat zeg, word ik ontroerd. / En zie veel voor me, dat zich niet / laat ordenen.” luidt een van Frida Vogels' gedichten. En als Frida en Thijs ruzieën over een brief, lees je hoe zij terloops denkt: “- Mijn lichaam stoot je af. - Ja. Ik voelde het.”

Is dat geen merkwaardige gedachte voor een zus tegenover haar broer? Wat is het onzegbare geheim? En zo zit je als lezer maar in die ziel te knijpen. Incest? Separatieproblemen van de dochter met de moeder? Onvolgroeide seksuele identiteit? - Het valt niet te loochenen dat 'De harde kern' lezers onder meer biologeert omdat de schrijfster enerzijds openhartig is, je haast tot voyeur maakt, anderzijds van alles verzwijgt, je als kat op het spek bindt.

Tot de aangrijpendste momenten in 'De harde kern' behoren verder de ruzies tussen de hoofdpersonen. Ze zijn zo 'levensecht', zo benauwend en onontkoombaar opgeschreven dat je er bijna wanhopig van wordt. Vooral als ze over niks gaan, want de meningsverschillen over Vietnam en Israël vallen nog wel te verklaren maar ruzies die andere, diepere ergernissen bedekken gaan, als uitingen van menselijke onmacht om met elkaar om te gaan, door merg en been.

'De harde kern' is een blauwdruk van het menselijk tekort, waarin iedereen iets van zichzelf herkent. Een symfonie over de onbarmhartigheid van het menselijke zelfinzicht. Werk dat je dwingt een houding te bepalen. En dat is iets heel zeldzaams.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden