Review

Freud wees toch al heel aardig in de goede richting

Volgens een oud Chinees spreekwoord zien we de dingen om ons heen niet zoals ze werkelijk zijn, maar zoals we zelf zijn. We kunnen niets waarnemen wat buiten onszelf ligt. Van meet af aan klinkt in wat we zien of horen, voelen of ruiken een waardeoordeel door. Willen we goed, dat wil zeggen zo objectief mogelijk, waarnemen, dan moeten we eerst onszelf leren kennen.

En daar wringt net de schoen. Want recente onderzoeken onderschrijven datgene wat Sigmund Freud (1856-1939) al zo'n honderd jaar geleden vermoedde, namelijk dat het 'Ik ben geen baas in eigen huis' is, en dat het, kortom, met onze zelfkennis maar zeer pover is gesteld.

Hoe we in de wereld staan wordt voor een belangrijk deel bepaald door ervaringen uit de kindertijd. Helaas zijn deze jeugdervaringen niet al te betrouwbaar. Ons geheugen vervormt wat we hebben meegemaakt, of laat ons gewoonweg in de steek. In navolging van de Amerikaanse onderzoekers Graf & Schacter wordt ons geheugen ingedeeld in een expliciet en impliciet geheugen. In het expliciete geheugen worden de gebeurtenissen en feiten van ons leven opgeslagen, kortom alles wat we ons bewust kunnen herinneren. De hippocampus, die dit proces aanstuurt, begint pas te werken als er voldoende hersenstructuur aanwezig is, zo rond het vierde levensjaar. Van die tijd daarvoor hebben we nauwelijks of geen herinneringen.

Toch zeggen mensen vaak zich gebeurtenissen te herinneren uit hun baby- en kleutertijd. Hoe kan dat? Dat is het werk van het impliciete geheugen. Daarin ligt niet alleen informatie opgeslagen die te maken heeft met het aanleren van bepaalde vaardigheden en gewoonten zoals lopen, praten, fietsen, zwemmen of andere activiteiten, maar ook wie of wat we zijn. Dit impliciete geheugen noemde Freud vroeger 'het onbewuste'. En dat is nog niet zo'n gekke term, want eigenlijk weten we niet zo goed meer wat er zoal in dit geheugen ligt opgeslagen.

Helaas bepaalt dit impliciete geheugen wel in grote mate ons huidige doen en laten, zoals de keuze van de partner, de manier waarop we ons gedragen, hoe we tegen bepaalde zaken aankijken, onze waarden en normen, vooroordelen en stereotiepe opvattingen en wat we van onszelf vinden. Dit geheugen is als het ware het scenario van ons leven. Willen we onszelf beter leren kennen, dan is het zaak om in ieder geval te proberen dit scenario te ontrafelen.

Dat dit niet eenvoudig is mag duidelijk zijn. Psychiaters en psychotherapeuten moeten daar soms, met meer of minder succes, een handje bij helpen. Want het gaat hier niet om wat er daadwerkelijk is gebeurd. Het impliciete geheugen is geen getrouwe kopie van de ervaringen uit de kindertijd. Het kleine kind heeft die met zijn eigen wensen en fantasieën ingekleurd, en veelal naar eigen goeddunken vertekend. Met zijn fantasie kan het de meest grauwe buitenwereld omtoveren in een sprookjesachtig festijn. Wat met name voor mensen met een getraumatiseerde jeugd zeer welkom is.

Maar soms werkt deze bruikbare strategie om te overleven niet goed. De fantasie gaat dan een heel eigen leven leiden en komt in de plaats van de echte werkelijkheid, die helemaal uit het oog wordt verloren. Deze mensen gaan zo op in hun eigen geheime wereld dat ze er vast van overtuigd zijn dat het in het echt ook zo gebeurd is. 'Wandelende hoofden' noemt psychoanalyticus A. Ladan deze mensen. Ze zijn voornamelijk hoofd en zijn hun lichaam, hun emoties, kwijtgeraakt. Verstand en gevoel, hoofd en buik zijn als het ware door een onzichtbare wand van elkaar gescheiden.

Al jaren publiceert Ladan met gestage regelmaat over dit onderwerp. Zijn artikelen, voordrachten, en hoofdstukken uit eerder verschenen boeken heeft hij nu gebundeld in het 'Het wandelend hoofd-Over de fantasie een uitzondering te zijn'. Zich uitzonderlijk voelen is ons op zich niet vreemd. Freud benadrukte al dat deze grootheidsfantasie in ieder van ons leeft. We willen allemaal een uitzondering zijn waardoor we aanspraak kunnen maken op speciale voorrechten. Of zoals William Shaespeare (1564-1616) de gebochelde koning Richard III in het gelijknamige toneelstuk (1594) laat zeggen dat het leven hem schadeloos moet stellen voor het onrecht dat hem is aangedaan.

Deze aanspraak op schadeloosstelling, dit inlossen van oude schulden, is een terugkerend thema in de therapie. Ladan laat aan de hand van twee gevalsstudies zien hoe dat in zijn werk gaat. Het zijn ook de meest tot de verbeelding aansprekende hoofdstukken.

Wie de analytische literatuur enigszins op de voet volgt, zal deze bundel teleurgesteld ter zijde schuiven. Ladan heeft niet echt iets nieuws te melden. Sommige hoofdstukken, zoals 'De man die niet oud kon worden: over de illusie van de bevroren tijd', naar aanleiding van het boek 'The Portrait of Dorian Gray' van Oscar Wilde en 'Over de geheime fantasie van Bastiaan Balthazar Boeck', de hoofdpersoon in 'Het oneindige verhaal' van Michael Ende, zijn zelfs van zo'n recente datum dat ze nog vers in het geheugen staan. Een keuze van andere studies had meer voor de hand gelegen. Want laten we wel wezen, aan goede voorbeelden is bij dit onderwerp geen gebrek.

Voor wie minder vertrouwd is met het analytische gedachtegoed, is deze bundel zonder meer een aanrader. Het geeft een helder en compact overzicht van de huidige stand van zaken zowel op het gebied van geheugenonderzoek als op het gebied van de analytische therapie. En dan blijkt weer opnieuw hoe het kompas van de 'natte vinger' van good old Sigmund Freud weliswaar niet helemaal precies maar toch al aardig in de goede richting wees.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden