'Freespace' is het thema van de architectuurbiënnale van Venetië, maar wat we ons daarbij moeten voorstellen?

Beeld Photo by Alessandra Chemollo

'Freespace' is het thema van de architectuurbiënnale van Venetië. Een pleidooi voor meer aandacht voor de openbare ruimte. Maar een duidelijke visie ontbreekt.

Akelig leeg is het paviljoen van Groot-Brittannië op de zestiende Internationale Architectuur Biënnale van Venetië. Geen maquette te bekennen, geen tekening aan de muur. Doen de Britten dit jaar niet mee aan de belangrijkste architectuurtentoonstelling ter wereld? Afgehaakt vanwege brexit? Of is het een staaltje typisch Britse humor, deze letterlijke invulling van het thema 'Freespace' (vrije ruimte) dat de Ierse architecten Yvonne Farrell en Shelley McNamara kozen voor deze editie?

Zo gemakkelijk hebben de Britten zich er toch niet van afgemaakt. Bovenop het paviljoen is een dakterras gebouwd, bereikbaar via een trap aan de buitenkant. We zijn te vroeg voor de thee die er dagelijks om vier uur wordt geschonken, maar door het uitzicht op de lagune en de Giardini met de andere landenpaviljoens is het aangenaam toeven op 'Island', zoals de Britse inzending heet. Een eiland als toevluchtsoord, even helemaal weg van de drukte beneden. Is dat ook niet de ultieme vorm van 'freespace'?

Met dit thema willen de hoofdcuratoren Farrel en McNamara aandacht vragen voor de beleving van (openbare) ruimte. Architecten kunnen nog zulke mooie gebouwen ontwerpen waarin het prettig verblijven is, de ruimte eromheen telt ook. "Iedereen heeft het recht om te profiteren van architectuur", stellen ze. Niet alleen de gebruikers van een gebouw moeten er genoegen aan beleven, ook de voorbijgangers op straat. Het duo ziet een belangrijke rol weggelegd voor de architect als het gaat om de 'choreografie' van het alledaagse leven op straat.

Stapje terug

Dat betekent niet dat architecten daar ook speciaal iets voor moeten ontwerpen. Ze zouden eerder een stapje terug moeten doen, niet alles willen invullen, maar meer moeten spelen met de 'cadeautjes' die de natuur ons geeft, zoals licht, zon, schaduw en wind. Of materialen gebruiken die iets toevoegen aan de zintuiglijke beleving van ruimte. "Een mooie muur die een straathoek vormt, geeft plezier aan voorbijgangers, ook als ze niet het gebouw ingaan. Net zoals een doorkijkje naar een binnenhof dat doet of een plek om tegenaan te leunen in de schaduw of een nis die bescherming biedt tegen regen en wind." Veel concreter wordt hun toelichting niet, afgezien van de hoogdravende toevoeging dat de architect 'de sjamaan van de ruimte' moet worden.

Maar wat we ons daarbij precies moeten voorstellen? Een wat scherper geformuleerde visie op het begrip 'freespace' wordt toch wel gemist. Dat is ook af te zien aan de bijdragen die de curatoren selecteerden voor de hoofdtentoonstelling. Die schieten werkelijk alle kanten uit. Iedereen geeft er zijn eigen invulling aan. En Farrell en McNamara boden - in de geest van het thema - kennelijk ook de ruimte voor zeer uiteenlopende interpretaties.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Photo by Alessandra Chemollo

Dat neemt niet weg dat er genoeg te genieten valt van mooie en interessante bijdragen, zoals de maquettes van de Zwitserse architect Peter Zumthor van onder meer het museum dat hij ontwierp bij de zinkmijnen in het Noorse Allmannajuvet en het thermaal bad in het Zwitserse Vals. Zumthor vindt dat architectuur een emotionele ervaring is en dat gebouwen dus moeten worden 'gevoeld'. Vaak kiest hij materialen uit het omringende landschap.

Indruk maakt ook de presentatie van het project Big U, dat na de superstorm Sandy werd bedacht om de laaggelegen delen van Manhattan in New York te beschermen tegen overstromingen. Het plan bestaat uit een stelsel van waterkeringen die worden ingebed in de bestaande infrastructuur: parken worden ook gebruikt als wateropvang en parkeergarages fungeren als dijkversterking. Weer een compleet andere invalshoek kiest het Rotterdamse architectuurhistorische bureau Crimson met een gedegen en visueel aantrekkelijke bijdrage over de gevolgen van migratie - van zowel vluchtelingen als expats - op steden.

Ook de presentaties van de ruim zestig deelnemende landen illustreren hoe ruim 'freespace' kan worden opgevat. In het Nederlandse paviljoen is te zien hoe de ruimtes voor werk en vrije tijd steeds meer in elkaar overlopen als gevolg van automatisering en digitalisering. Andere landen richten zich op pleinen, muren en landsgrenzen, het platteland of wachtruimtes.

Veel blije mensen

Hoe gevarieerd ook, gaandeweg vraag je je wel af waar het nu werkelijk over gaat op deze biënnale. Welke paviljoens vallen op, in positieve of negatieve zin?

Neem Frankrijk. Dat laat tien voorbeelden zien van hergebruik van voormalige fabrieken en andere gebouwen die een nieuwe bestemming kregen. Een gelikte tentoonstelling met foto's van veel blije mensen in hun nieuwe onderkomen. Wie zelf nog een oud pand weet 'waar je doorheen moet kijken' om in makelaarsjargon te spreken, mag dat toevoegen.

Of Duitsland. De presentatie in dit pavildoen is oerdegelijk, maar fraai vormgegeven. Je maakt een toer langs de plekken waar de Berlijnse muur stond en krijgt een overzicht van de pogingen sinds 1989 om deze breuklijn te helen. Ook vertellen bewoners van Belfast, Israël, Mexico en Cyprus over de impact van muren en landsgrenzen op hun leven.

In het Japanse paviljoen mag je met een ladder ook de architectuurtekeningen die hoog aan de muur hangen van dichtbij bekijken. Zeer gedetailleerde en schitterende tekeningen zijn het van de grote veranderingen die zich de afgelopen twintig jaar voltrokken in de Japanse samenleving en de impact daarvan op het straatbeeld.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Photo by Alessandra Chemollo

Een lachertje is het paviljoen van de Scandinavische landen, waar je tegen grote transparante 'luchtbellen' mag duwen zodat ze gaan wiebelen. Met als doel dat je je zo meer bewust wordt van 'de relatie tussen natuur en gebouwde omgeving'. Niks van gemerkt. De bomen die door een opening in het dak van het paviljoen omhoog groeien, dragen daar eerder aan bij.

Groene oase

Dan doet Denemarken het beter, met een presentatie over het onlangs geopende Blox in Kopenhagen, een ontwerp van bureau OMA van Rem Koolhaas. Het complex overbrugt een autoweg en herbergt het Deens architectuurcentrum met daaromheen kantoren, restaurants en woningen gegroepeerd. Het laat zien hoe je van lastige plekken en ruimtes een nieuw stukje stad kunt maken.

Geen maquettes, geen gebouwen maar grasland met zestig soorten grassen in het paviljoen van Australië, waar het ruikt naar kruiden. Een aangenaam intermezzo, deze groene oase, die verwijst naar de natuur waarmee architecten in dit land altijd rekening hebben te houden, omdat het zo overvloedig aanwezig is.

De schoenen moeten uit in het Belgische paviljoen, want de vloeren moeten onberispelijk blauw blijven. De Belgen missen in het EU-hoofdkwartier in Brussel een plek waar burgers kunnen meepraten over Europa. Daarom bieden ze dit 'burgerplatform' aan. Maar veel bezoekers maken meteen rechtsomkeert bij het zien van de lege blauwe ruimte.

Nederland scoort met een knaloranje entree vol kluisjes die kunnen worden geopend. Daarachter gaat een aantal presentaties schuil over de gevolgen van automatisering voor hoe we leven en werken. Deze opzet maakt nieuwsgierig: bezoekers willen alle kluisjes openen. En daarna willen ze ook allemaal een selfie maken in bed, de plek die steeds vaker wordt gebruikt als (zacht) kantoor. Het bed is een replica van het hotelbed waarin John Lennon en Yoko Ono in 1969 hun 'bed-in for peace' hielden.

Tot slot Zwitserland, dat de prijs kreeg voor het beste paviljoen. Je krijgt er een rondleiding door een ongemeubileerde standaardhuurwoning met laminaat en witte muren. Maar er is iets geks mee. In de ene kamer zitten deurklinken en lichtschakelaars ver boven het hoofd, in de volgende ruimte moet je bukken om door de deur te kunnen. Hilarisch maar ook een eyeopener voor hoe belangrijk de schaal is voor de beleving van een ruimte.

De Architectuur Biënnale Venetië is te bezoeken tot 25 november 2018, www.labiennale.org/en/architecture/2018

Tip: Vaticaanstad 

Een tip: mis vooral niet de presentatie van Vaticaanstad, dat voor het eerst meedoet aan de architectuurbiënnale. Op het groene eilandje San Giorgio Maggiore hebben tien architecten kapellen ontworpen. Daarbij lieten ze zich inspireren door een kapel uit 1920 van de Zweedse architect Gunnar Asplund. De meeste indruk maken de 'palenkapel' van Norman Foster, het gewelfde terracottakleurige ontwerp van Ricardo Flores en Eva Prats en de eenvoudige, driehoekige kapel van Andrew Berman.

Een geweldige (zintuiglijke) belevenis, deze 'kapellenroute', die helaas na afloop van de biënnale wordt afgebroken. Maar de kapellen gaan niet verloren. Het Vaticaan wil ze weer opbouwen in steden in Italië die zware schade opliepen door aardbevingen.

Ook een aanrader zijn de mooi verzorgde en ambitieuze presentaties van studenten en aanstormende talenten in een aantal palazzo's in Venetië. In Palazzo Bembo is onder meer werk te zien van Delftse studenten die net zijn afgestudeerd. Laura Strähle en Ellen Rouwendal, winnaars van de Archiprix 2017, tonen hun duurzame dorphuis van bamboe met een bibliotheek, naaiatelier en ict-faciliteiten dat ook daadwerkelijk is gebouwd in Kenia.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden