Review

Franco Burgersdijk De theologische betekenis van kokend water

E. P. Bos en H. A. Krop (red.): Franco Burgersdijk (1590-1635) - Neo-Aristotelianism in Leyden (Studies in the History of Ideas in the Low Countries 1.) Rodopi, Amsterdam; 185 blz. - f 60.

JAN DIRK SNEL

Burgersdijk was in 1590 geboren als boerenzoon in de gelijknamige buurtschap bij De Lier in Delfland. In 1610 startte hij zijn universitaire studie in Leiden. In 1614 begon hij aan de bekende grand tour langs Europese universiteiten. Hij bleef hangen aan de befaamde gereformeerde academie van Saumur aan de Loire. Men vroeg hem namelijk hoogleraar in de wijsbegeerte te worden. Ondertussen bleef hij theologie studeren, onder meer bij Gomarus, die toen in Saumur college gaf.

Als dertigjarige keerde Burgersdijk terug naar zijn alma mater. Hij doceerde er logica, natuurkunde, metafysica en het samenhangende geheel van ethiek, economie en politieke filosofie. Op al deze gebieden heeft Burgersdijk leerboeken geschreven. Zijn inleiding in de logica ontstond in 1626, op verzoek van de Staten van Holland, die het boek verplicht stelden bij het onderwijs op alle Latijnse scholen. De meeste boeken van Burgersdijk werden tot diep in de 17e eeuw regelmatig herdrukt, ook in het buitenland. Hele generaties Nederlandse, Engelse en Amerikaanse studenten zijn met 's mans gedachtengoed om de oren geslagen.

In een alleraardigst opstel in de bundel verhandelingen over Burgersdijk die onlangs uitkwam onder redactie van E. P. Bos en H. A. Krop, beschrijft Mordechai Feingold, hoe Burgersdijk nog tot ver in de 18e eeuw zijn sporen trok in de Engelse literatuur. Goed kwam hij er daarbij niet altijd af, want mensen bewaren nu eenmaal dikwijls slechte herinneringen aan hun studieboeken. Alexander Pope beschrijft in zijn Dunciad (1743), hoe sommige eigenwijze polemisten met voorbijgaan aan Locke zich nog steeds baseerden op de pedante logica van Burgersdijk.

Tegen die tijd was het diens werk inderdaad wel wat verouderd. Hij was een neo-scholasticus, een aanhanger van een open aristotelisme. Het werk van de grote Griekse wijsgeer vormde de basis, maar hij had geen moeite met nieuwere inzichten.

Roomsen en calvinisten

Tot nu toe heerste de mening, dat Burgersdijk een echt calvinistisch aristotelisme had geschapen, maar die stelling wordt door J. A. van Ruler in een verhandeling over Burgerdijks metafysica hardhandig onderuit gehaald. Het was volgens hem eerder zo, dat Burgersdijk mogelijk vervelende theologische consequenties vakkundig omzeilde.

Aan de Dordtse genadestrijd was enkele decennia eerder een soortgelijk dispuut binnen de katholieke kerk voorafgegaan. Gereformeerde filosofen kenden die literatuur. In het algemeen gold, dat er overeenkomsten in wijsgerige stellingname bestonden tussen dominicanen en contraremonstranten enerzijds en tussen jezuieten en remonstranten anderzijds. Maar de gereformeerde Burgersdijk leunde nu juist sterk op het werk van de Spaanse jezuiet Franciscus Suarez (1548-1617).

Iemands visie op een kokend keteltje water op een vuurtje kon gemakkelijk theologische implicaties hebben. Ieder was het er eigenlijk wel over eens, dat, als het vuur inderdaad het effect van verhitting van het water wilde bewerkstelligen, daarvoor Gods medewerking nodig was. De vraag was alleen, of God uitsluitend parallel aan het vuurtje inwerkte op het effect (de verhitting), of dat hij ook nog afzonderlijk inwerkte op het vuurtje. Burgersdijk vond, dat zo'n vuur over genoeg 'deugden' beschikte om min of meer zelfstandig actie uit te oefenen.

De theologische parallel ligt voor de hand. Hoe zelfstandig kon een mens ja zeggen op het aanbod van Gods genade? Burgersdijk redde zich door het natuurlijke streng af te grenzen van het bovennatuurlijke.

Theologen over fysica

Het is gemakkelijk bij dit soort redeneringen te glimlachen. Wij leven immers met volle gemoedsrust in een wereld waar we niets van begrijpen. Maar 17e-eeuwers waren veel rationeler ingesteld; zij zochten naar eenheid en samenhang in hun wereldbeeld. Het is tekenend, dat in een boek met disputaties van Burgerdijks leerlingen over natuurkundige onderwerpen, ongeveer de helft der bijdragen afkomstig was uit de veder van studenten theologie. De Rotterdamse hoogleraar Petry betoogt, dat de dominantie van Burgersdijks aristotelische natuurkunde de foute ideeen van Descartes gelukkig buiten de deur hield, zodat de universiteit later direct ontvankelijk was voor de opvattingen van Newton.

In de geschiedenis trekt vaak het originele de aandacht. De handboeken staan daarom vol met de gedachten van de toen nog onbekende Rene Descartes, die in 1630 eigenhandig door rector magnificus Burgersdijk als student in Leiden werd ingeschreven. Burgersdijk was niet bijster oorspronkelijk. Hij wilde dat ook helemaal niet zijn. Hij wilde gewoon degelijk onderwijs geven.

In zeven opstellen doet deze bundel aan al zijn werkzaamheden recht. De moeilijkheidsgraad is wisselend. Sommige auteurs veronderstellen, dat de lezer zijn Latijn goed heeft bijgehouden, terwijl anderen nog het simpelste citaat vertalen. De beide redacteuren schreven in 1990 een tentoonstellingsbrochure: Franco Petri Burgersdijk (1590-1635) en het aristotelisme in Leiden (Bibliotheek der Rijksuniversiteit Leiden). Ze hadden er volgens mij goed aan gedaan op basis daarvan een biografische inleiding bij dit boek te schrijven. Ik zou geinteresseerden in ieder geval willen aanraden voor een overzicht eerst die brochure te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden