Het Oeschinenmeer in Zwitserland, volgens velen het mooiste meer van het land.

InterviewLars van den Brink

Fotograaf Lars van den Brink maakte een fotoserie over de Alpen: ‘De dualiteit van de bergen fascineert me’

Het Oeschinenmeer in Zwitserland, volgens velen het mooiste meer van het land.Beeld Lars van den Brink

Fotograaf Lars van den Brink houdt van de bergen: ‘Ik vind er troost in het feit dat ik nietig ben.’ In een fotoserie over de Alpen heeft hij het prachtige én beklemmende van de bergen gevangen. 

Toen fotograaf Lars van den Brink in de zomer van 2017 vanuit Italië naar Zwitserland reed, raakte hij in een euforische stemming: die Alpen, die bergen, dat is toch wel het ultieme landschap, waarom woont hij daar niet? “Mijn vrouw deelde die euforie niet”, zegt Van den Brink. “Zij ervaart de bergen als beklemmend, doordat je er zo ingesloten zit. Daar had ik nooit over nagedacht. De bikkelharde schoonheid tegenover het opgeslotene, de dualiteit van de Alpen begon me te fascineren.”

Van den Brink ‘schildert met de tijd’, zoals hij dat noemt. Of hij nu een serie over de stad maakt of over de Alpen, hij zoekt een interessant punt van waaruit hij 12 tot 24 uur fotografeert. “Elke keer als er iets gebeurt, maak ik een opname.”

Dat kan de stand van de zon zijn, waardoor een bergtop even wordt aangeschenen, of een wolkenpartij die delen van het landschap juist onbelicht laat. “Het kunnen ook mensen zijn. Op één plek verscheen ineens een orthodox-joodse man met twee kinderen in beeld. Een tijdje later een paar koeien. In mijn hoofd wordt dat een scène.”

Uit de Alpen nam Van den Brink zo’n 800 tot 1200 opnames per locatie mee terug naar Amsterdam, zijn woonplaats. “Dan ga ik schetsen. Ik zet een stukje dag rechts, een stukje nacht links. Daar ben ik een dag of drie per foto mee bezig. Vervolgens gaat het resultaat van mijn schetswerk naar de beeldbewerker, Martin van Zwol, met wie ik samenwerk. Hij maakt een ‘eerste definitieve versie’. Dat betekent dat de foto’s naadloos in elkaar gaan overlopen, dat bijvoorbeeld de schaduwen elkaar niet kruisen. Met hem werk ik het beeld verder uit, we zoeken samen naar de juiste balans.”

Je moet als toeschouwer wel het idee krijgen dat het mogelijk is wat je ziet? Van den Brink twijfelt. “Tot je goed kijkt, want dan zie je dat de ene berg van links wordt aangelicht en de andere, verderop, van rechts. We hebben maar één zon. Door dag en nacht met elkaar te verweven, verschillende standen van de zon op te nemen in het beeld, en het licht van de zon te mengen met dat van de maan, denk ik die dualiteit van het landschap te vangen: de ruigheid en het lieflijke, het beklemmende, het angstige, en het rustgevende.”

Cadini di Misurina, een gebergte in Noord-Italië.Beeld Lars van den Brink

Contrast

“De mens lijkt in dit landschap rust te kunnen vinden, maar er zijn ook beelden waarop die natuur hem angst aanjaagt. En er zijn beelden waarop hij in het enorme landschap staat, eenzaam, zoals op de schilderijen van Caspar David Friedrich.”

Eerder maakte Van den Brink een fotoserie over steden. Een groter contrast lijkt nauwelijks mogelijk. “Dat zie ik anders”, zegt Van den Brink. “Hoe drukker een stad, hoe prettiger ik me er voel, omdat ik troost vind in het feit dat ik nietig ben. In de bergen ervaar ik hetzelfde.”

Van den Brink spreekt over het gevoel van nietigheid dat de Alpen en zijn werk over de Alpen zouden oproepen. Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie in Groningen, herkent dat. “Van den Brinks beelden sluiten aan bij wat men in de kunst ‘het sublieme’ is gaan noemen.”

Het sublieme, legt Lijster uit, is op de kaart gezet door de Ierse filosoof Edmund Burke (1729-1797). “Burke ontdekte dat sommige beelden, schilderijen, literaire werken iets vreemds veroorzaakten. Ze joegen ons angst aan, gaven ons een gevoel van nederigheid, alsof die beelden ons overstegen, over iets bovennatuurlijks gingen. Maar waarom vinden we het fijn daarnaar te kijken? Omdat kunst ons tegelijkertijd een vorm van genot biedt. Burke sprak van de lightful horror, aangename huiver.”

Om dit paradoxale begrip uit te leggen, vergelijkt Lijster deze ervaring tijdens colleges wel eens met een onweersbui, waar je veilig in je bed van kunt genieten. “Dat kan zelfs een gevoel van opwinding teweegbrengen. Maar alleen omdat we weten dat we niet daadwerkelijk in gevaar zijn. Liggen we niet in ons bed maar staan we in het onweer midden op de hei, dan ervaren we iets heel anders.”

Doodsangst en genot

Het sublieme uit de achttiende eeuw is te vergelijken met het zoeken naar een kick in onze tijd. “We springen van een berg af”, zegt Lijster, “maar zolang we een parachute om hebben, weten we dat we veilig zijn, en kunnen we tegelijkertijd doodsangst én genot ervaren.”

Die ervaring is typisch modern. “Omdat we pas van de natuur zijn gaan genieten sinds we haar denken te kunnen beheersen, dat is sinds de industriële revolutie.”

Volgens Lijster verschillen de beelden van Van den Brink toch ook wel van het sublieme. “De foto’s krijgen namelijk tegelijkertijd iets unheimisch, dat wordt veroorzaakt door wat de fotograaf ‘schilderen met de tijd’ noemt. Doordat hij foto’s van verschillende momenten van de dag met elkaar combineert, ontstaan er beelden die je nooit in de werkelijkheid kunt aanschouwen.”

In het essay ‘Das Unheimliche’ uit 1919 heeft de neuroloog-psychiater Sigmund Freud over dit gevoel geschreven. Lijster: “Het Unheimliche waar Freud over schrijft, is niet het huiveringwekkende dat ons aantrekt, maar het rustieke, lieflijke beeld dat tegelijk verontrustend is. Kijk naar de foto met de drie koeien en de drie mensen. Er heerst een vreemde combinatie van licht en donker. Het vertrouwde, bekende beeld van een meertje in de bergen krijgt zo iets verontrustends, bedreigends: wat staat daar te gebeuren?”

“Dat sublieme is typisch een kunsthistorische categorie voor de achttiende eeuw. Het unheimliche van Freud speelde begin twintigste eeuw. Ik vind het mooi dat Van den Brink die categorieën in de serie in de eenentwintigste eeuw weet te verbinden.” Volgens Lijster zit er een interessante spanning tussen het sublieme en het unheimliche. “Het sublieme betreft de ervaring van dat wat ons overstijgt, en wordt daarmee ook dikwijls geassocieerd met het bovennatuurlijke.”

“Daarentegen staat het unheimliche voor het vreemd-vertrouwde, en bij Freud wordt dat geassocieerd met ons onderbewustzijn, ons innerlijk. Oftewel dat wat we in wezen ten diepste zijn maar waar we vaak geen rekenschap van afleggen of wat we niet onder ogen wensen te zien. Het bovennatuurlijke tegenover het al te menselijke, wat de combinatie van de twee in het werk van Van den Brink extra spannend maakt.”

Lars van den Brink: Behind the Day, is te zien in de Contour. Gallery in Rotterdam (www.contour.gallery).

Lees ook:

Het zijn vertrouwde bakens in het landschap. Als vingers wijzen ze omhoog: dáár moet je wezen. In 2018 beklom fotograaf Lars van den Brink kerktorens in Nederland. Wim Boevink stond onderaan en beschrijft wat hij ziet. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden