Interview

Fontaines D.C.: postpunkers verbonden door poëzie

Fontaines D.C., met frontman Grian Chatten als tweede van rechts. Beeld Martijn Gijsbertsen

De debuutplaat van de Ierse postbunkband Fontaines D.C. is een ode aan Amerikaanse beatschrijvers, Ierse poëten en Dublin. ‘Het gaat over de worsteling met hoop. Dat je verder wil, maar beseft vast te zitten.’

Vind je het goed als ik eerst nog een kop koffie drink?” vraagt Grian Chatten in de bar van een Amsterdams hotel. “Ik ben net wakker.” Het is half vier ’s middags en de zanger van de Ierse band Fontaines D.C. oogt vermoeid, zijn kapsel zou niet misstaan in een net-uit-bed-look gelreclame. “My eyes are still like …” Chatten maakt een handgebaar alsof zijn oogkassen ­exploderen.

De frontman heeft flink wat slaap in te halen, na een aantal nachtvluchten: Fontaines D.C. (D.C. staat voor Dublin City) is net terug uit Amerika. Eerst twee uitverkochte zalen in New York. Daarna liefst negen shows in vijf dagen op South by Southwest in Austin, het grootste showcasefestival ter wereld. Het toont aan hoe populair de postpunkformatie al is. Vandaag verschijnt hun debuutplaat ‘Dogrel’.

Hun opkomst past in een revival van punkmuziek, van gejaagde ­gitaren, driftige zangers. Terug naar de sound van de vroege jaren tachtig, van The Fall, Joy Division, The Birthday Party van Nick Cave. Fontaines D.C. wordt in één adem genoemd met Engelse postpunkbands als Shame en Sports Team uit Londen en IDLES uit Bristol.

Maar waar de Britten kwaad en vol frustratie zingen over zaken als de brexit en de slechte gezondheidszorg, zijn de vijf bandleden van Fontaines D.C. vooral Ierse ­romantici die nostalgisch verlangen naar een tijd zonder materialisme – niet zo gedreven door woede dus.

Niet cool

Aanvankelijk was het niet eens de muziek die hen verbond. Nee, de poëzie bracht ze bij elkaar op de muziekschool in Dublin. Een voorliefde die ze op de middelbare school niet durfden te uiten. Niet cool, niet stoer genoeg. “Toen ik deze gozers ontmoette, was het alsof er een stuwdam brak, al het water begon vrijelijk te stromen”, zegt Chatten met weer een kop koffie voor zijn neus. “Eindelijk konden we totaal onszelf zijn.”

De angst om te schrijven verdween. Aan een tafeltje in een kroeg ging een notitieblok rond, waarop ze allemaal een of twee strofes noteerden. Ondertussen bleven de glazen bier maar komen. Het leidde tot twee dichtbundels, uitgebracht in eigen beheer. “De sterke chemie in onze band werd geboren uit het vertrouwen dat we kregen door poëzie en onze kwetsbaarheid met ­elkaar te delen.”

Aanvankelijk spiegelden ze zich vooral aan de stijl van de Amerikaanse beatgeneratie, van Jack Kerouac, Allen Ginsberg en William S. Burroughs. “Zij passen goed bij ons idee van het laten stromen van poëzie, alsmaar voorwaarts. Zonder de teksten steeds te bewerken, opnieuw en opnieuw. Gewoon, authentieke emoties op papier.”

“We realiseerden ons dat de beatgeneratie gewoon vrienden waren”, zegt ­gitarist Carlos O’Connell die ook is aangeschoven. “Die samen drugs namen, door heel Amerika reisden en schreven over hun levens. Zonder per se een ­hogere vorm van poëzie te willen bereiken, zonder pretentieus te zijn. Waarachtige woorden, daar ging het ze om. Door het samen te doen voelde het zoveel belangrijker, grootser. Poëzie gaf ze een reden om te leven.”

En inderdaad, op nummers als ‘Too Real’ en ‘Big’ hebben de gejaagde gitaren en drums iets weg van de gierende banden van de auto en de drugs in het boek ‘On the Road’ van Kerouac. Met zwierende teksten bovendien in een Iers jasje: ‘Dublin in the rain is mine. A pregnant city with a catholic mind’.

Helemaal enthousiast werden de bandleden toen ze diezelfde kameraadschap ook in de Ierse literatuur bespeurden. In de jaren vijftig en zestig zaten schrijvers als Brendan Behan, ­Patrick Kavanagh en Flann O’Brien net als de bandleden samen in kroegen te schrijven. Dankzij hen raakten ze ­gebiologeerd door de Ierse traditionele cultuur.

Ook ontdekten ze dogrel, een Ierse poëzievorm die nauw aansloot bij de Amerikaanse beatstijl, genoemd naar de manier waarop je tegen honden praat. Hun debuutalbum heet ook zo. “Bij dogrel gooi je de teksten als het ware bij elkaar, zonder veel te bewerken. Daar werd op neer gekeken door ­literaire critici. Zij gebruikten de term ‘a piece of dogrel’. Lange tijd werd het gezien als de laagste vorm van poëzie, maar dat is vaak zo, als er iets nieuws en opwindends opduikt.”

Chatten schreef het gros van de albumteksten. “Ik gebruik de natuurlijke stem en het geluid van Dublin, wat mensen zeggen, wat ze denken. En de mismatch tussen beide.”

Een voorbeeld? Hij denkt even na. “Een oude man stapte een paar weken geleden in een kroeg op mijn vader en mij af. Hij vroeg: ‘Kan ik je ergens advies over geven? Want toevallig weet ik alles. Alleen herinner ik het me ‘s ochtends niet meer.’”

Chatten noemt de anekdote surrealistisch, tragikomisch, wijs. En pijnlijk zelfbewust. “Daar gaat ons album ook over, denk ik. Over de worsteling met hoop. Dat je verder wilt gaan, maar beseft vast te zitten en dat alles zich zal blijven herhalen. Zoals die man in de bar. Elke avond overtuigt hij zichzelf ervan dat hij vrij is, maar elke ochtend wordt hij wakker en realiseert hij zich dat er niets is veranderd.”

Façade

Wel zien ze Dublin langzaam veranderen, de stad die ze zo liefhebben, waarover Chatten zingt in afsluiter ‘Dublin City Sky’. “Dat nummer gaat over de val van de Ierse cultuur door de zucht naar welvaart, materialisme en oppervlakkigheid. Het is een klaaglied over een stervende relatie met de Ierse geschiedenis.

“We hebben allemaal die ongelofelijke, gekke façade gezien van rijkdom die wordt gecreëerd in winkelcentra. Ik had een verkopersbaantje waarvoor ik het minimumloon kreeg en verkocht een zonnebril van vijfhonderd euro aan mensen die dat konden betalen. Maar ze waren wel nerveus om met me te praten, omdat ze dachten dat ik chique was.”

In hun wijk The Liberties zien ze nog flarden van het oude Dublin, zegt O’Connell. De authentieke winkels en pubs, maar ook de gruwelijke aspecten van de stad, zoals bezongen in ‘Liberty Belle’.

“Het eerste wat je ziet in The Liberties als je je huis verlaat, is iemand pal naast je deur, verslaafd aan heroïne. Die zit daar al de hele dag. De stad heeft zo’n mooie geschiedenis, zo’n levendige ziel, zo’n ongelooflijke stem. Maar je kunt de pijn niet negeren, de verslavingsissues, de daklozen.”

Chatten knikt. “Het is onmogelijk om die totaal verschillende aspecten van het leven in Dublin met elkaar te rijmen. Ik moet erover schrijven om het te kunnen begrijpen.”

‘Dogrel’ van Fountaines D.C. verschijnt vandaag. Ze spelen zaterdag 20 april op Motel Mozaïque te Rotterdam - zie www.motelmozaïque.nl.

Lees ook:

Britse punkrock floreert in de brexit-chaos

Veel Britse jongeren zijn kwaad over de chaos rond de brexit. Hun woede wordt muzikaal scherp verwoord door een nieuwe generatie punkrockbands onder aanvoering van IDLES uit Bristol en Shame uit Londen. Zij staan voor uitverkochte zalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden