Review

Follies

Wim Meulenkamp, 'Follies; Bizarre bouwwerken in Nederland en Belgie', 1995, 327 pag., Arbeiderspers, ¿ 39,90. Diana Ketcham, 'Le Desert de Retz; A late eighteenth century French folly garden', 1994, 135 pag., The MIT Press, circa ¿ 105. Secretariaat De DonderbergGroep: Struyckenlaan 8, 3527 KL, Utrecht, tel. 030-940351. * Anekdote overgenomen uit artikel (p.121) van Ulbe Mehrtens in Kunstschrift 4/1988, dat geheel gewijd is aan follies.

MICHIEL KOOLBERGEN

Het woord is te danken aan de Engelse grootgrondbezitters die in de 18de eeuw hun landschapsparken bevolkten met kunstmatige grotten, labyrinten, namaak-ruïnes, zogenaamde Griekse of Romeinse tempels, Chinese paviljoens, obelisken, exotische belvédères, neptombes en piramides. Maar de folly bestond in zijn verschijningsvorm al eerder dan het woord. De Toren van Babel was de eerste en in het maniëristische beeldenpark van het Italiaanse Bomarzo bijvoorbeeld, aangelegd in de 16de eeuw, staat een wel zeer fraai exemplaar: Het Scheve Huis. Het is onbewoonbaar, wie binnentreedt wordt dermate duizelig, dat de maag alle hoeken van het lichaam ziet.

Follies kennen geen grenzen, noch qua vorm, noch qua tijd, noch qua lokatie. Ze komen in heel Europa voor, dikwijls op onverwachte plaatsen. Ga naar Parijs en je treft er in de buurt het folly-park Le Désert de Retz aan, eind 18de eeuw. Het opvallendste bouwwerk is daar de Gebroken Zuil, bijna twintig meter hoog, met een doorsnede van zeventien meter. Opzettelijk aangebrachte scheuren in de wand en een gebrokkelde bovenkant moesten de indruk geven dat de zuil oorspronkelijk hoger was en deel uitmaakte van een reusachtig tempelcomplex. De wandelaar waande zich op de plek waar ooit, in een ver verleden, Gigantische Goden huisden.

Is het gek dat vanwege al deze wonderbaarlijke malligheid zo tegen het jaar 2000 het boek 'Follies in Europe' zal verschijnen? Natuurlijk niet, maar je hebt er wel een folly-gek voor nodig om het te schrijven. Deze bestaat in de persoon van de Nederlandse kunsthistoricus Wim Meulenkamp (41), een van de eersten in Europa die - eind jaren zeventig in Utrecht - afstudeerden op het onderwerp ....: follies. Vanzelfsprekend was hij daarna mede-auteur van een publikatie over de Britse follies (1986), en als opstapje naar het boek over de Europese follies ligt er nu de zojuist verschenen gids over follies in Nederland en België.

Jazeker, beaamt hij tijdens een gesprek in zijn woonkamer, het had ook hem in hoge mate verbaasd dat er in Nederland, in dit droogklotenlandje, zoveel follies bestaan! Een dikke sigaar opstekend, passend bij zijn joviale postuur en dito humeur, resumeert hij: “In mijn gids behandel ik wat Nederland betreft zo'n 450 follies. Ik had er meer, maar vanwege de dreigende omvang van het boek heb ik er zo'n honderd geschrapt. Ik schat dat er in Nederland in totaal zo'n 750 à 1000 follies aanwezig zijn. Maar dan moet je je wel realiseren dat er ook nog eens een hoeveelheid follies eenvoudigweg niet meer bestaat. Die zijn ooit in elkaar gevallen, of gesloopt. We kunnen wat dat betreft van een parallel-universum spreken. Je komt ze nog wel eens tegen op oude ansichtkaarten.” Geamuseerd dipt hij zijn sigaar in de grote, ronde asbak die pontificaal op de lage tafel staat. Vanzelfsprekend is het geen gewone asbak: hij is hoog, de askom omringd door kanteeltjes; een folly in het klein.

Aanvankelijk ontkent Meulenkamp een tik van follies te hebben; hij kan er afstand van nemen, is immers nu bezig met het boek 'DroomDuitsland' over 'geheime reizen' langs historische lokaties in Nederlands buurland. Iets geheel anders dus. Maar als de Europese follies ter sprake komen, moet hij uiteindelijk toch toegeven: “Ja, natuurlijk heb ik een folly-tik. Die interesse heeft met je persoon te maken.” Het boek over de Nederlandse en Belgische follies is dan ook geen saaie kunsthistorische verhandeling geworden ('Ik las een recent verschenen boek over de Ierse follies, briljant, maar ik zat al gauw te geeuwen'), het plezier druipt van de pagina's af, het boek is met vaart geschreven. Een voorbeeld: “Follies bestaan slechts bij de gratie van hun beschouwer, zijn niet neergezet om in te wonen of te werken, maar hebben enkel en alleen het gebaar tot doel. Het is de meest pure vorm van bouwkunst, architectuur omwille van de architectuur. Met hun bizarre stijl, vorm of verhaal fungeren ze als stenen spiegels van de ziel; zonder de reactie van een passant bestaan ze niet. Een follytuin laat zich lezen als een stenogram van emoties: een Chinese tempel of een Moors paviljoen moet onze gedachten naar verre landen brengen; een duistere, vochtige grot roept angst en afschuw op; een gothische ruïne stemt melancholisch; een klassieke tempel appelleert aan schoonheid en proportie, een hoge toren aan eerzucht en ontzag, terwijl de sierkluis wellicht de dood oproept, of piëteit. En zo wacht na iedere heuveling, aan elk stroompje, achter deze of gene boomgroep een nieuwe surprise. In Nederland en België, de twee meest bedaarde, saaiste landen op deze aarde, ligt op iedere vierkante kilometer wel een nieuw avontuur in een hinderlaag, klaar om je onverhoeds in de hals te bijten. Het enige wat er van je verlangd wordt is dat je ontvankelijk voor het virus bent. In het dolhuis van de architectuur is niets te gek.”

Overigens moet je volgens Meulenkamp wel uitkijken een bouwsel al te snel bij zijn soortnaam te noemen. “In Engeland willen landgoedeigenaren die hun tuin geërfd hebben nog wel eens beledigd reageren als je ze er op wijst dat ze een folly in hun tuin hebben staan. 'Mijn voorouders hadden toch geen tik van de molen!' zeggen ze dan. In Frankrijk ligt dat veel makkelijker, maar daar legden ze dan ook vanouds hele feesttuinen aan.” Aldus blijken follies per land nogal te verschillen qua karakter, qua uitbundigheid of grootte. “In Nederland vind je bijvoorbeeld nauwelijks de grote follies zoals pagodes, deels vanwege de smaak, vooral vanwege de zuinigheid.” Het laatste leidde tot wat je het verschijnsel van de platte folly zou kunnen noemen: neem een groot schot, beschilder dat, en ziedaar, van veraf lijkt het net alsof je een ruïne in je tuin hebt staan. Goedkoop, maar effectief. Op het landgoed Welgelegen in Rijswijk stond er een in 1877, thans helaas verdwenen.

Het verdwijnen van Nederlandse follies, 'ons aardigste, meest weerloze erfgoed, die weesjes van de architectuur', wekt de voortdurende bezorgdheid van Meulenkamp. Niet voor niets is hij voorzitter van de zogeheten DonderGroep, een club van folly-fans die één keer per jaar op excursie langs follies gaat en de bedreigde soort goed in de gaten houdt. Dreigt er weer eens door onwetendheid een exemplaar aan sloop ten prooi te vallen, dan wordt welke desbetreffende instelling of gemeente dan ook er fijntjes op gewezen dat het om een heuse folly gaat, die als het maar enigszins mogelijk is, over het eeuwige leven dient te beschikken. Monumentenzorg vindt ze wel eens lastig, de wakkere leden van de DonderbergGroep.

De deelnemers van de DonderbergGroep, zo genoemd omdat de oprichting van de folly-club twee jaar geleden bij de Utrechtse Donderberg zijn beslag kreeg, communiceren over allerhande folly-zaken via een nieuwsbrief. Zo weten zij dat er begin deze eeuw tijdelijk een tramwagen tussen Den Haag en Scheveningen reed, geheel opgetuigd als Chinese tempel. Dat is nog eens wat anders dan beschilderde trams in Amsterdam! Zo weten zij ook dat het bepaald niet gemakkelijk is om tot inventarisatie te komen van follies op het koninklijk bezit Drakensteyn. Verboden terrein. Kortom, het pad van de folly-fan gaat over rozen, maar ook over doornen.

Het leukst is natuurlijk de folly waar een anekdote aan vastzit, zoals bij de Engelse folly op het landgoed Burton Pynsent te Curry Rivel in Somerset. Daar staat een Dorische Zuil van maar liefst vijftig meter hoog, die via een wenteltrap tot aan de top beklommen kan worden. Rond het jaar 1940 liep daar een koe rond die zich zo sterk tot de zuil aangetrokken voelde, dat zij de wenteltrap tot tweemaal toe probeerde te beklimmen. Beide keren kwam ze onderweg vast te zitten en kon slechts met de grootste moeite weer naar beneden worden geleid. De derde keer slaagde de koe er in de top te bereiken. Wellicht omdat zij zich de moeizame afdalingen van de vorige keren herinnerde, koos zij ditmaal een snellere route en stortte over de rand van de zuiltop ter aarde. Dood. Driemaal is immers scheepsrecht. Tegenwoordig is de ingang van de zuil geblokkeerd en wordt de top in plaats van met het oorspronkelijke beeld dat Dankbaarheid symboliseerde, met een urn bekroond.*

Terug naar het boek van Meulenkamp. Reclamemakers die een gezichtscrème aan de vrouw moeten brengen, hebben het in tv-spotjes niet over de gerimpelde huid maar over de rijpere huid. Hoe staat het eigenlijk met de betrouwbaarheid van Meulenkamps folly-gids? Zijn de bouwsels die hij daarin follies noemt ook werkelijk allemaal follies? De grenzen blijken soms wel erg ruim getrokken. Zo is de kopie van de Sint Pieter te Rome in het Brabantse Oudenbosch een folly vanwege de kopie en vanwege de proporties die op absurde wijze afsteken tegen die van de omliggende Hollandse woningbouw. De Wilhelminatoren in Valkenburg is een folly omdat je in principe geen extravagant gebouw nodig hebt om een panorama te bezichtigen. Daarvoor klim je toch gewoon in paal of boom, aldus Meulenkamp. En Het Ronde Huis bij Nunspeet is ook al een folly, omdat het niet vierkant is. Een tikkeltje te wild, amigo, en het is al snel een folly. Dat is de enige zwakke stee in Meulenkamps vrolijke boek. Moge in het aanstaande boek over Europese follies het begrip folly iets scherper omlijnd zijn, want voordat je het weet worden ook poppenhuizen, pretparken of Groninger musea follies genoemd. Of zijn ze dat al?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden