null Beeld -
Beeld -

Het oog van De WolfDe lantaarn

Flonkerende lichten van de eerste straatlantarens raakten kunstenaars

Kunsthistoricus Joke de Wolf richt de blik op een kunstwerk dat bij de actualiteit past. Deze week: de lantaarn.

Warm water uit de kraan is na een paar dagen koud douchen veel lekkerder dan vóórdat de geiser ermee ophield. En pas als een straatlantaarn kapot is, valt op hoe veel licht de lamp normaal gesproken geeft. Met de stijgende energieprijzen en een koude winter om de hoek dwaalden mijn gedachten naar warmere oorden. Daar waar verwarming net iets minder belangrijk is. Maar licht des te meer.

Hoe zou lichtstad Parijs er bij spaarlampen uitzien? Cafés zonder flonkerende glazen en spiegels, de boulevards zonder de uitgelichte etalages zijn haast ondenkbaar. Tegenwoordig hebben de meeste Nederlandse steden één of hooguit een paar versies van de lantaarnpaal – die bij mij voor de deur is een oud model, maar werkt met ledlicht – in Parijs waren er in het begin achtenzeventig verschillende versies in omloop.

De lantaarn op deze foto was er daar eentje van. Hij heeft maar liefst drie lampen en is rijk gedecoreerd. Het is een originele combinatie van een klassieke zuil, bijna overwoekerd door een slingerplant. Aan het eind van de takken lijken zelfs vruchten te zitten – vruchten in gietijzer natuurlijk. De lantaarns zelf dragen een kroontje, als koninklijke aandachtstrekker van de straat.

Verlichting

De bijnaam ‘Ville Lumière’, lichtstad, bestond al in de achttiende eeuw. Grappig genoeg sloeg die aanvankelijk helemaal niet op straatlampen, maar op de filosofische Verlichting. De stad was eerst verlicht met olielampen – nogal een arbeidsintensieve, ingewikkelde en weinig effectieve manier van verlichten. In 1829 werd de eerste gaslantaarn aangestoken. In 1852 stonden er al meer dan dertienduizend verspreid over de stad, twintig jaar later was dat aantal verdubbeld. En pas in 1962 zou de laatste gaslantaarn van de Parijse straat verdwijnen.

Parijs, 1878.  Beeld Cgarles Marville.
Parijs, 1878.Beeld Cgarles Marville.

Over het ontwerp van die lampen was goed nagedacht. Het was in diezelfde tijd dat het stadsbestuur voor het eerst openbare banken, prullenbakken en urinoirs neerzette voor mensen van wie het lichaam protesteerde tegen het vele flaneren: straatmeubilair. Die meubels, inclusief de lantaarns, moesten de straat aangenamer, schoner en veiliger maken.

De foto van deze lantaarn komt uit een album met honderd foto’s van straatlantaarns in Parijs. De foto’s, gemaakt door fotograaf Charles Marville, waren zo een inventaris van alle soorten lantaarns. Ze werden getoond bij de wereldtentoonstelling van 1878. Daar werd trouwens ook alweer de eerste elektrische gloeilamp, van Thomas Edison, gepresenteerd.

Magie

De verlichte straten werkten niet alleen als een magneet voor winkelend en flanerend publiek, ook kunstenaars werden geraakt door de magie van de flonkerende lichten en de onverwacht opduikende schaduwen. De impressionisten vereeuwigden het spel van kleur, licht en schaduw in hun olieverfschilderijen. De fotografische techniek was nog niet toereikend om ’s avonds foto’s te maken, vandaar dat je de lantaarns op deze serie foto’s nooit ziet branden.

Het mooiste van de lantaarn, ook in het oude model met de moderne ledlampen erin, is het dwarsbalkje net onder de lamp – in dit geval gemaskeerd door de fruitdecoraties. Een balkje bedoeld voor de lampaansteker, zodat hij zijn ladder er veilig tegenaan kan zetten als hij het licht aan- of uitdoet.

Lees ook:

Andere afleveringen van Het Oog van De Wolf vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden