Profiel Fleur Jaeggy

Fleur Jaeggy: zoiets radicaals heb je nog nooit gelezen

Fleur Jaeggy

Zoiets radicaals als de Zwitserse Fleur Jaeggy heb je nog nooit gelezen, vindt Gerwin van der Werf. ‘Er wordt sectie op de waarheid verricht.’

Heidi, Wilhelm Tell, De Toverberg. Robert Walser, Max Frisch, Hesse, Dürrenmatt. Dat waren de namen die het meest genoemd werden toen ik op Facebook aan lezers vroeg wat als eerste bij ze opkwam als ze dachten aan ‘Zwitserland’ en ‘literatuur’.

‘Heidi’ van Johanna Spyra was geen grote verrassing, net zomin als ‘Wilhelm Tell’, het Zwitserse oerverhaal dat trouwens door een Duitser is geschreven, Friedrich Schiller. Evenals ‘De Toverberg’, de grote romanklassieker van Thomas Mann.

De andere namen zijn van Zwitserse auteurs die in het Duits schreven. Naast het dominante Duits kent Zwitserland nog drie officiële talen, Frans, Italiaans en Reto-Romaans, die allemaal hun eigen literaire traditie kennen. Maar niemand kent de schrijvers. Reto-Romaans is marginaal geworden, en de schrijvers die in het Frans en Italiaans publiceerden, hebben zich altijd meer op die landen gericht. Taal heeft in de literatuur kennelijk meer invloed dan nationa­le grenzen, in ieder geval in Zwitserland, waardoor je je kunt afvragen of er wel zoiets bestaat als ‘Zwitserse literatuur’.

Onlangs verscheen van de bij ons onbeken­de Franstalige auteur Charles-Ferdinand Ra­muz een werk in het Nederlands: het prachtige, puur-Zwitserse ‘De grote angst in de bergen’. Maar er is nog meer goed nieuws: Fleur Jaeggy. Totaal onbekend, maar deze in het Italiaans schrijvende Zwitserse is wat mij betreft de ontdekking van het jaar. Van haar werden onlangs de roman ‘SS Proleterka’ (2001) en de verhalenbundel ‘Ik ben de broer van XX’ (2014) voor het eerst vertaald. Het zijn wonderbaarlijke werkjes.

Kostschoolroman

Veel kom je niet te weten over Fleur Jaeggy. Ze werd 1940 in Zürich geboren, werd drietalig opgevoed, bezocht verschillende kostscholen, deed enkele jaren modellenwerk in New York, verhuisde naar Rome, waar ze bevriend raakte met Ingeborg Bachmann en Thomas Bernhard, en trouwde met de schrijver en uitgever Rober­to Calasso. Ze won in Italië belangrijke prijzen voor de roman waarmee ze doorbrak: ‘I beati anni del castigo’ (De gelukzalige jaren van tucht, 1989).

Wie het werk van Jaeggy wil leren kennen kan het beste beginnen bij deze ongewone kostschoolroman, die goed verkrijgbaar is in de Engelse vertaling van Tim Parks, ‘Sweet Days of Discipline’. Linke soep natuurlijk, een kostschoolroman, clichés loeren in iedere donkere gang van het altijd naargeestige gebouw: vriendinnengedoe, ruzies, dwepen en smachten, hypocriete leraren.

Al die zaken zitten in ‘Sweet Days of Discipline’, maar dan anders. Onderkoeld in plaats van oververhit, sober in plaats van hysterisch, bitter in plaats van suikerzoet. Genadeloos precies krast Jaeggy een beeld in je ziel van een ontworteld, eenzaam meisje dat geen kans krijgt zich te hechten aan haar familie maar ook niet aan haar sfinxachtige vriendin Frédérique, die ze heimelijk aanbidt. Jaeggy schrijft met een scalpel in plaats van een pen, en die zet ze in haar eigen vlees: ‘Een oefening in zelfkastijding’ noemde Jaeggy het schrijven van dit boek.

De onmacht om tot elkaar te komen

Schrijven om jezelf te straffen – of in ieder ge­val zenuwen bloot te leggen – is een radicale taakopvatting voor een schrijver, en ze is ook in ‘SS Proleterka’ terug te vinden. In deze korte roman vaart een vijftienjarig meisje met haar vader op een cruiseschip over de Middellandse Zee. De bedoeling is dat ze elkaar beter leren kennen, de slotsom is dat ze elkaar helemáál niet kennen. Wie verzeild raakt in de wereld van dit kleine, merkwaardige boek moet op de koop toe nemen dat hij af en toe zal verdwalen. Jaeggy husselt tijden, plaatsen en perspectieven door elkaar. De hoofdpersoon wordt soms met ‘ik’ en soms met ‘zij’ aangeduid, heden en verleden worden diffuus. Maar het is geen spelletje. De discontinue vorm is essentieel voor het thema van dit boek: de onmacht van mensen om tot elkaar te komen en om het diepste zelf te kennen. Er wordt geen waarheid geconstrueerd, er wordt sectie op de waarheid verricht. Hoe doet ze dat? Door hard, kil en com­pact te formuleren, door nimmer wijdlopig te zijn maar juist veel weg te laten. En door een stijl die barst van de paradoxen. ‘Venijnige mildheid’, ‘afgrondelijk hoffelijk’, ‘roofzuchtig mededogen’: je gaat toch anders kijken naar die deugden. Ze schrijft: “Kinderen verliezen hun belangstelling voor hun ouders als ze worden verlaten. Ze zijn niet sentimenteel.” Ik dacht: je doelt niet op kinderen-in-het-algemeen, je doelt op de hoofdpersoon. En dan: maar je meent dit niet, je meent het tegendeel!

Volgende regel: “Ze zijn hartstochtelijk en koel tegelijk.” Ik: nee, jíj bent dat, Fleur Jaeggy, jij bent hartstochtelijk en koel tegelijk. Het lijkt alsof de schrijver de lezer op afstand wil houden maar je neemt er geen genoegen mee. Na het dichtslaan van het boek moest ik vaststellen dat ik zoiets nog nooit gelezen had, dat ik zelden zo met een boek in de weer ben geweest.

Zoete discipline

Wie ‘Sweet Days of Discipline’ en ‘SS Proleterka’ uit heeft, kan met de verhalen in ‘Ik ben de broer van XX’ beter uit de voeten. De gedistantieerde toon en het koele licht waarin alles staat herken je inmiddels, je raakt er zelfs aan verslingerd. Sommige verhalen zijn pijnlijk realistisch zoals het mooie titelverhaal, andere bi­zar en mysterieus. Ze zijn kort, draaien om een enkele vondst, een gedachte of een vreemd personage (de man die zijn vrouw in een vogelkooi aan het plafond hangt!).

In het verhaal ‘De bezoekster’ stappen in een museum drie nimfen uit hun schilderij, nieuwsgierig en angstig, ze voelen zich al snel verloren in de wereld en willen terug: “in je eigen gevangenis blijven, in de geschilderde gevangenis, en het eigen niets aanschouwen.”

De zin is een sleutelpassage in het werk van Fleur Jaeggy: ze is zelf een onaanraakbare schim in de wereld, geobsedeerd door perfectie, ascese en distantie (niet voor niets adoreert de hoofdpersoon in ‘Sweet Days of Discipline’ de ijzig perfecte Frédérique). Maar ze is ook een schrijver die moddert met liefde, vriendschap, verlies, schaamte en alle weerbarstige gevoelens die broeien onder het dunne laagje ijs van de taal en de vorm. Jaeggy is vervuld van een diep verlangen te verdwijnen in zoals ze het zelf noemt il vuoto, haar eigen volmaakte leegte. Das Nichts, le vide.

Je hebt alle officiële talen van Zwitserland nodig om uit te drukken hoe radicaal dit schrijverschap is. Jaeggy lezen, dat zul je niet licht vergeten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden