Regisseur Nico van den Brink: ‘Ik groeide op in Appeltern, een dorp tussen twee rivieren, waardoor het altijd geworsteld heeft met overstromingen. Dat heeft invloed op je.’

InterviewNico van den Brink

Filmregisseur Nico van den Brink: ‘Nederland zit vol mysterie en bijgeloof’

Regisseur Nico van den Brink: ‘Ik groeide op in Appeltern, een dorp tussen twee rivieren, waardoor het altijd geworsteld heeft met overstromingen. Dat heeft invloed op je.’Beeld André Bakker

Een afgelegen boerderij, een veenlegende en een pijnlijk familieverleden spelen de hoofdrol in de Nederlandse horrorfilm Moloch. Regisseur Nico van den Brink hoopt dat zijn film inspireert om meer met Nederlandse spookverhalen te doen.

Ronald Rovers

Een nieuwe Nederlandse horrorfilm is een zeldzame gebeurtenis. Het genre krijgt hier maar moeilijk voet aan de grond, ook niet na het internationale succes van De Lift van Dick Maas, of The Vanishing, de verfilming van Tim Krabbés Het gouden ei. Toch zou dat zomaar kunnen veranderen. Moloch is het zeer geslaagde speelfilmdebuut van Nico van den Brink (1986) over een familievloek en mysterieuze verschijnselen in het veen. Van den Brink laat zien dat je ook van verhalen die met beide benen in de Hollandse klei geworteld zijn uitstekend horrorfilms kunt maken.

Noem je Moloch zelf eigenlijk een horrorfilm? Of meer een thriller?

“Ik ben juist trots op dat horrorlabel. Maar je zou Moloch ook een bovennatuurlijke thriller kunnen noemen. Internationaal doet horror het juist goed in de bioscoop, maar in Nederland kleeft aan horror een stigma. Als je het over een Nederlandse horrorfilm hebt, hebben mensen al snel zoiets van: getsie, daar heb ik geen zin in.”

Waarom is dat zo, denk je?

“Het is een beetje de associatie die mensen hier met horror hebben. De meest geslaagde Nederlandse horrorfilms zijn in de jaren tachtig en negentig gemaakt: De Lift, De Johnsons. Dat waren slasher-films waarbij liefhebbers genoten van de bloederige visuele effecten. Superleuk maar bij het grote publiek bleef het beeld hangen: Nederlandse horrorfilms zijn bloederig. Met spookverhalen zoals in Moloch is hier zelden of nooit iets gedaan.”

Je vertelde eerder dat jouw familiegeschiedenis een rol speelde in de totstandkoming van Moloch?

“Eerst wilde ik gewoon iets doen met Nederlandse elementen. Bijvoorbeeld veenlijken verenigen met de legende van de Witte Wieven. Ik wilde zelfs de gasboringen in het script verwerken. Maar ik was niet blij met het verhaal dat ik schreef. Toen ik het later over het idee sprak met Daan Bakker, zelf ook regisseur, zei hij dat hij wel wat kon met die elementen.

Zelf was ik toen alweer met een korte film over familiegeschiedenis en overlevering bezig, thema’s die me al mijn hele leven intrigeren. Ik verbleef in die tijd nota bene in het huis van mijn grootmoeder, die zelf in revalidatie zat. Ik zag het familieverleden om me heen. Je noemde net zelf al dat ik net als mijn vader en grootvader Nico heet. Dat zou je ook een overlevering in mijn familie kunnen noemen. Al die dingen zijn van invloed geweest op Moloch, waarin pijnlijke familiegeschiedenissen een cruciale rol spelen.”

Fantasie en mysterie spelen een bescheiden rol in Nederlandse films. Hoe overtuig je de Nederlandse kijker van het fantastische?

“Ik beleef Nederland juist als een land met veel mysterie en tradities. Er heerste hier altijd veel bijgeloof. Het zijn dingen die een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. We hadden bijvoorbeeld magisch realisme in de schilderkunst, waarin mysterieuze, broeierige schilderijen werden gemaakt. We hebben schrijvers als Belcampo. We hebben allerlei volkslegendes en rare spookverhalen hier. Maar in film doen we daar niks mee.

“Op Ameland hebben ze bijvoorbeeld Sunneklaas, hun versie van sinterklaas, een traditie waarin mannen verkleed als creepy sinterklazen met maskers op de straat op gaan als het donker wordt. Vrouwen en kinderen mogen de straat niet op, als ik me niet vergis. Als zij betrapt worden, worden ze, symbolisch dan, met stokken van straat geslagen.

“En laatst las ik over de Noordoostpolder, waar in de Middeleeuwen dorpen in het veengebied stonden die later overstroomden. Daar zou je een fantastische horrorfilm over kunnen maken.”

Je komt uit Delft, waar de geschiedenis prominent aanwezig is. Heeft dat je denken beïnvloed? Of werd er thuis gewoon van griezelen gehouden?

“Oh, dat laatste zeker. Dat heb ik zeker van huis uit meegekregen. Mijn moeder verzamelde al vanaf haar jeugd horrorverhalen. Onze kasten stonden vol met gothic horror zoals Edgar Allan Poe en H.P. Lovecraft. Ik mocht geen griezelfilms kijken voor 16 jaar en ouder. Maar ik had wel die boeken. Die zijn zeker van invloed geweest. Maar Delft: nee, we woonden in een buitenwijk. Met die historische binnenstad heb ik weinig te maken gehad.

Ik denk dat het platteland mij meer heeft gevormd. Ik groeide op in Appeltern, een dorp dat tussen twee rivieren ligt, waardoor het altijd geworsteld heeft met overstromingen. Dat heeft invloed op je. Ik herinner me dat ik ooit ging vissen met een vriendje. Op een brug stonden we te turen naar waar de goeie vissen zouden zitten toen ik plotseling twee witte ogen in het water naar me zag staren. Dat bleek een kalf te zijn, dat door een boer met stenen aan z’n poten was verdronken, omdat het te duur was om het beest op te laten halen.”

De acteurs, onder anderen Anneke Blok en Jack Wouterse – hadden weinig ervaring in het horrorgenre. Vroeg dat om een speciale regie?

“De acteurs hadden er geen probleem mee. Het is wel zo dat je dit genre heel technisch moet spelen. Acteurs zijn constant handelingen aan het opdelen in micromomenten: ‘Hier is het nog niet zo intens, maar hier zit ik in doodsangst’. ‘Hier moet ik twee treden naar boven lopen en dan blijven staan’. ‘Het mes komt hier door de spijlen heen, dan ga ik naar achteren en pak het vast’. Al die beats zijn momenten waarop de spanning gemaakt of gebroken kan worden.”

Het acteren moest realistisch zijn, maar buiten op het veen gingen jullie enorm tekeer met rookmachines. Dat was juist heel theatraal. Hoe vind je daar een balans in?

“Het is altijd zoeken naar een balans, ook omdat veel elementen in de film over de top zijn. We vragen onszelf altijd af: wat is de toon van deze scène, hoe verhoudt de humor in de scène zich tot wat er feitelijk gebeurt, wanneer wordt het ironisch?

“Dus daar spraken we in crewgesprekken over. Toen ik de film oorspronkelijk voor me zag, was die veel ironischer dan-ie uiteindelijk is geworden. Door met de crew te overleggen werd duidelijk dat we met te veel ironie de film zouden ondermijnen. Dan zou de kijker het ook niet meer serieus nemen.”

Lees ook:

De echte doorbraak van de Nederlandse horrorfilm blijft nog altijd uit

Hoewel horror vanaf het begin van de film een gewild filmgenre is, heeft het in Nederland nooit zo willen lukken, constateert horrorspecialist Jan Doense.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden