Filmrecensie American Factory

Film van de Obama’s toont culturele clash op de werkvloer

De film toont hoe Amerikaanse en Chinese werknemers moeite doen om elkaar te ontmoeten en te begrijpen. Beeld AP

Met ‘American Factory’ lanceerden Barack en Michelle Obama afgelopen week hun eerste Netflixfilm, een documentaire over Chinezen die in Amerika een fabriek uit de grond stampten.

Verhalen vertellen, dat is wat Barack en Michelle Obama willen, zo leggen ze uit in een kort gefilmd gesprek. “Wij willen dat mensen uit hun eigen huid kruipen en het leven van anderen ervaren en begrijpen. En dat is wat een goed verhaal doet”, zegt Barack Obama. Het gesprek is te zien op Netflix, waar het productiehuis van het echtpaar, Higher Ground, onlangs zijn eerste film uitbracht: ‘American Factory’. 

Die verhalen willen ze overbrengen via films, documentaires en andersoortige programma’s op Netflix. Met het redenaarstalent dat we van Barack kennen, stelt hij voor: “Laten we kijken of we ons allemaal iets boven ons directe eigenbelang kunnen verheffen, en boven onze directe angsten en onze directe zorgen, zodat we om ons heen kunnen kijken en zeggen: ‘We maken deel uit van iets groters’. Als we dat door middel van verhalen kunnen bereiken, zal het iedereen helpen solidariteit voor elkaar te voelen.” Een mooi streven in ieder geval, waarvoor de Obama’s vorig jaar een grote deal (van meerdere jaren) met Netflix sloten.

Een aantal filmprojecten werd ook al aangekondigd, variërend van een biopic over de Afro-Amerikaanse abolitionist Frederick Douglass tot een kinderprogramma over voedsel. 

Maar blijkbaar speuren de Obama’s ook het nieuwe aanbod af. American Factory is hun eerste filmaankoop. De documentaire van het Amerikaanse regisseursduo Julia Reichert en Steven Bognar werd begin dit jaar opgepikt, na een succesvolle première op het filmfestival van Sundance, en een bekroning tot ­beste Amerikaanse documentaire. Het is de eerste film die het keurmerk van de Obama’s draagt, en dat is te merken. 

Chinese investeerder

De documentaire schetst een mooi, gelaagd portret van post-industrieel Ohio waar een Chinese miljardair een nieuwe fabriek opent. Het verhaal begint in 2008, als de kredietcrisis is losgebarsten, de fabriek van General Motors in Dayton (Ohio) sluit en 10.000 mensen hun baan kwijtraken.

Vervolgens springt de film naar 2015, naar het moment dat de Chinese investeerder Cao Dewang op het verlaten terrein in Ohio een nieuwe fabriek opent: Fuyao Glass America. Een paar duizend Amerikanen zullen onder supervisie van een paar honderd ingevlogen Chinezen autoramen maken. ­Iedereen is hoopvol gestemd. De versmelting van de Chinese en Amerikaanse cultuur zal ‘a real global organisation’ opleve­ren. 

Maar het werk in de fabriek is amper begonnen, of er begint zich een geweldige culture clash af te tekenen die voor heel wat tragikomische momenten zorgt. De Chinezen die twaalf uur per dag werken, zes dagen in de week, vinden de Amerikanen met hun achturige werkdagen en vrije weekenden, maar lui. Amerikanen hebben in de ogen van de Chinezen ook dikke vingers, waardoor ze minder snel en nauwkeurig kunnen werken. Ze kletsen te veel, zijn niet efficiënt, terwijl bij de Chinezen alles om efficiëntie draait.

Michelle en Barack Obama. Michelle Obama, die zelf opgroeide in een arbeidersgezin, zag in de film het verhaal van haar vader weerspiegeld. Beeld AP

Om te laten zien hoe het moet, stuurt de fabriek een groepje Amerikaanse managers naar het Chinese hoofdkwartier in Fuqing, waar de Chinese werknemers als soldaten in het gelid staan. Uit gesprekken met Chinese arbeiders blijkt dat ze zo hard werken, dat ze hun kinderen nauwelijks zien. Ook laat de veiligheid op de werkvloer te wensen over. Een Chinese manager verklaart: “Veiligheid betaalt geen rekeningen.”

Geen inspraak

Ronduit hilarisch is de poging van de Amerikanen om de opgedane kennis vervolgens thuis in praktijk te brengen. Amerikaanse werknemers laten zich niet zomaar commanderen. Ze beginnen te ijveren voor een vakbond, voor inspraak, iets waar de Chinese baas niets van wil weten. Hij dreigt met sluiting van de fabriek en huurt voor veel geld mensen in om het personeel ervan te overtuigen dat een vakbond een heel slecht idee is.

Fascinerend is het om te zien hoe langzaam een kaleidoscopisch portret ontstaat van de werkvloer en van alles wat door taalbarrières en culturele verschillen mis kan gaan. De filmmakers vertoeven niet alleen tussen de arbeiders, maar gaan ook mee de bestuurskamer in, een beetje in de traditie van de fameuze fly on the wall-cinema, waarbij de camera als een vlieg op de muur alle wederwaardigheden registreert.

De filmmakers, die drie jaar lang met de camera toegang kregen tot de fabriek, laten de effecten van globalisering op persoonlijk niveau zien, en ­wijzen tegelijk op de onhoudhaarheid van de Amerikaanse Droom. Donald Trump, die in de film overigens nooit bij naam wordt genoemd, stelt het liever anders voor, maar Amerika is allang niet meer de enige speler op het wereldtoneel, en ook niet meer de machtigste.

Ondertussen blijft de camera gericht op de arbeiders en de moeilijke omstandigheden waaronder ze werken: minimaal loon, geen inspraak, hoge werkdruk en onveilige arbeidsomstandigheden. Er ontstaan problemen door fundamenteel andere opvattingen over werk (leven om te werken versus werken om te leven), maar dat wil niet zeggen dat er geen vreedzame samenleving mogelijk is. De film toont hoe Amerikaanse en Chinese werknemers moeite doen om elkaar te ontmoeten en te begrijpen, en hoe daar vriendschappen uit ontstaan. Ook stuurt de film je niet één denkrichting op. De kracht is dat meerdere denkbeelden naast elkaar mogen bestaan.

Nieuw leven

Je voelt goed aan waarom de Obama’s voor American Factory vielen. De film vertelt een complex en genuanceerd verhaal over het Amerikaanse heartland waar Chinezen, ondanks alle problemen, nieuw leven bliezen in een gebied dat kort daarvoor werd geteisterd door werkloosheid en uitzichtloosheid.

Michelle Obama, die zelf opgroeide in een arbeidersgezin, zag in de film het verhaal van haar vader weerspiegeld die de stadspomp bediende in Chicago. “Jullie laten mensen hun eigen verhaal vertellen”, zegt ze in het gesprek met de regisseurs. En natuurlijk: het is ook een politieke keuze om te laten zien hoe ingewikkeld de Amerikaanse economie in werkelijkheid in elkaar steekt.

De Obama’s zijn duidelijk niet van de simpele oneliners op Twitter, maar van het grotere verhaal.

American Factory
★★★★☆

Lees ook:

Michelle Obama’s boek, dat is pas het begin

De oplage van Michelle Obama’s biografie is meteen 3 miljoen exemplaren, en het boek is verkrijgbaar in 31 talen. Haar optredens, in stadions, zijn dik uitverkocht.

Ben Rhodes, de rechterhand van Obama: ‘Hij is heel rustig onder Trump’

Ben Rhodes, de rechterhand van Barack Obama, heeft een boek geschreven over zijn jaren met de voormalige Amerikaanse president.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden