InterviewMartijn Padding

Festivalcomponist Martijn Padding heeft niks met dikdoenerij

Martijn Padding, muzikant, componistBeeld Maartje Geels

Martijn Padding strooit liever zand in de machine dan dat hij een oogverblindend opgepoetst bonbonnetje maakt. Zijn veelzijdige muziek staat in de schijnwerpers tijdens de achtste (online) editie van de Cello Biënnale Amsterdam.

Een cellist die midden in een restaurant spontaan zijn cello uitpakt en speelt als een rockstar, heeft direct mijn sympathie”, vertelt componist Martijn Padding (1956). Hij schreef een celloconcert voor Matt Haimovitz, de cellist in kwestie. “Stel je voor, Matt stopte een bekertje van Dunkin’ Donuts onder de snaren, streek een paar noten en haalde een krankzinnig geluid uit die cello, het leek wel een vervormde elektrische gitaar.”

Een band was gesmeed. De twee werkten intensief samen aan een concert dat niet uitgevoerd gaat worden, althans niet op de achtste Cello Biënnale Amsterdam. Het festival heeft als gevolg van de huidige coronamaatregelen het programma last minute om moeten gooien: nagenoeg alleen Nederlandse solisten treden op, zonder publiek, de Biënnale wordt gestreamd.

Blijft overeind dat de Amsterdammer Martijn Padding festivalcomponist is dit jaar. Van zijn hand klinkt een reeks werken, alleen dat nieuwe concert helaas niet. “Ja, dat is vreselijk jammer. Maar ik kijk terug op een vruchtbare samenwerking. Die jongen heeft mij enorm geïnspireerd met allerlei ongehoorde klanken voor een cello, buiten de gebaande paden.” En dat sluit precies aan bij de werkwijze van Padding: tegen de mainstream in iets nieuws ontdekken. De kiem daarvoor werd gelegd op het conservatorium, waar Padding met een bevriend cellist eindeloos improviseerde en zo ontdekte hoe het instrument in elkaar stak. En maar schaven en schuren aan klank en harmonie, nog steeds. Ook voor de Biënnalestukken. 

“Ik hou van het ambacht. Net als mijn broer, die vioolbouwer was en ook cello’s maakte. Ik stond daar met mijn neus bovenop. Naar een bos in Italië rijden, een boom kopen, in stukken hakken en te drogen ­leggen op zolder. Dan jaren wachten totdat je er een instrument van kunt gaan maken. Zoiets is fantastisch.

“Door de cello te benaderen alsof het een piano is of iets anders kom ik tot een frissere taal dan de bestaande voor het instrument, een die veel meer bij mij hoort. Het ijzeren cellorepertoire ken ik uit het hoofd. De suites van Bach, geweldig! Als je iets wilt weten over harmonie en urgente basnoten, bestudeer vooral die suites. Een cello ronkt, is lyrisch en vraagt om lange lijnen. Dat vind ik moeilijk. Het automatisch aannemen van de mores kan ik niet goed. Ik bouw ook graag hindernissen in. Een stuk van mij kun je meestal niet zomaar spelen.

“Iets kan niet alleen maar mooi zijn. Ik strooi graag een beetje zand in de machine. Als alle neuzen dezelfde kant op staan, kom ik in opstand. Je moet voortdurend vraag­tekens zetten om verder te komen. Ja en nee, die twee polen vormen de belangrijkste kracht in het leven. Je leert door de werkelijkheid te bevragen. Een oogverblindend opgepoetst bonbonnetje maken, daar ben ik nog niet aan toe. Hoewel ik nu toch voor de Biënnale mijn best heb gedaan om de cello cantilenes te laten zingen. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik lange lijnen heb geschreven.”

Padding lag een periode op bed met een gebroken knie en kon niet goed met potlood en papier aan de gang, zoals hij dat gewend is. Dus leerde hij zich de beginselen aan van een muzieknotatieprogramma op de computer. “Bij de beginselen bleef het. Ik kwam niet verder dan het uitschrijven van halve noten, kwarten en achtsten.” Zo ontstond, ondanks de moeizame notatie, de opdrachtcompositie voor het Nationaal Cello Concours, dat gelieerd is aan de Biënnale. En­ ziedaar in het kersverse ‘It sings, it whispers’: een stukje lyriek, een cello die zingt en zoemt.

Tijdens de Biënnale klinkt een veelzijdige Padding, lichtvoetig, systematisch, theatraal – van een Hongaarse dans tot een hommage aan de vorig jaar overleden nestor van de Nederlandse cellisten, Anner Bijlsma. 

“Ik krijg weleens kritiek dat ik niet serieus genoeg zou schrijven, of te gemakkelijke muziek maak. Ik vind het juist leuk om iets lichts te componeren, iets te doen waarvan ik denk dat het gek is. Wat voor sommige mensen een rariteit is, is voor mij serieus. De kokosnoten die ik inzet in de ‘Cello Biënnale Galop’ hebben bijvoorbeeld een functie, die klinken niet voor de grap, maar stellen paarden in galop voor.

“Muziek hoeft niet altijd diepgravend te zijn, soms is iets dat zich aan de oppervlakte bevindt veel boeiender. Ik wantrouw zogenaamde gewichtigheid. Dat ik af en toe expres iets eenvoudigs of vulgairs doe, heeft altijd te maken met dat wantrouwen en een afkeer van dikdoenerij. Haydn en Beet­hoven, groots: in hun muziek hoor je altijd rebellie. Kunst moet niet in slaap sussen, maar je permanent wakker houden.”

Cello Biënnale Amsterdam

De achtste editie van de Cello Biënnale Amsterdam is via livestreams te volgen. Vele Nederlandse cellisten maken hun opwachting in gevarieerd repertoire, waarvan cello-arrangementen een belangrijk deel uitmaken. Zo bewerkte componist, gitarist en popzanger David Dramm voor het Cello Octet Amsterdam The Beatles’ ‘Sgt. Pepper’s Lonely Heart Club Band’ en spelen de cellisten van het Concertgebouworkest gearrangeerde werken van Rossini tot Wagner. Martijn Padding staat in de schijnwerpers op 29 oktober.

Een van zijn stukken klinkt als verplicht werk tijdens het Nationaal Cello Concours: de eerste twee rondes vinden plaats op 26 en 27 oktober, en de finale op 30 oktober. Aan het concours doen Nederlandse of in Nederland studerende cellisten tot 27 jaar mee.

Cello Biënnale Amsterdam: 23 t/m 30 oktober te volgen via cellobiennale.nl, de Biënnale App en radio4.nl, rechtstreeks vanuit het Muziekgebouw aan ‘t IJ.

Lees ook:

Anner Bijlsma (1934-2019): een barokpionier die zijn cello trouw bleef

Bijlsma wist wat hij wilde, en vooral wat hij niet wilde, en heeft dat zijn hele leven uitgestraald. Daarom zette hij ook een r achter zijn oorspronkelijke voornaam Anne, omdat hij bang was dat ze hem anders voor vrouw zouden aanzien.

Wat maakt het geluid van de cello zo mooi en bijzonder?

Warm, menselijk, melancholisch. Iedereen houdt van de klank van de cello. Een componist, een cellist en een cellobouwer leggen uit waarom, aan de vooravond van een internationaal cellofestival in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden