Review

Festival Cannes zoekt het in de politiek

Het filmfestival van Cannes begint vandaag. Hany Abu-Assad is een van de weinige filmmakers die vanuit Nederland naar Cannes reizen. Een gesprek met hem.

De Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad gaat met een speciale missie naar Cannes. Samen met filmmakers Fernando Solanas (uit Argentinië) en Romain Goupil (Frankrijk) is hij uitgenodigd om op te treden als ambassadeur van het parallel-programma ’Semaine Internationale de la Critique’. Vorig jaar werd die functie nog bekleed door de Mexicaanse steracteur Gael García Bernal (dit jaar te zien in de openingsfilm) en het jaar daarvoor was het de eer aan het Franse enfant terrible Gaspar Noé die zijn titel van ambassadeur aangreep om de grenzen tussen kunst en pornografie te verkennen aan de hand van het veelluik ’Destricted’.

Abu-Assad zal zich in Cannes bezighouden met politiek, een geliefd thema. Het is de bedoeling dat er deze week in Cannes een politieke dialoog wordt geopend. En het is niet zo moeilijk om te raden waar die interesse vandaan komt. In Frankrijk wordt deze maand het roerige ’mei ’68’ gememoreerd. Het is veertig jaar geleden dat in Parijs de studenten in opstand kwamen, en dat het Filmfestival van Cannes werd afgeblazen. Het festival was net een paar dagen op dreef, toen opstandige filmmakers – onder wie Jean-Luc Godard en François Truffaut – in de gordijnen klommen, en met revolutionair elan meer democratie eisten.

De Franse regisseur Philippe Garrel – die deze week in competitie staat met ’La Frontière de l’Aube’ – maakte er een paar jaar geleden nog een hypnotiserende film over. ’Les Amants Réguliers’ liet in drie uur zien hoe Parijse studenten met molotovcocktails gooiden, maar of ze verder veel sjoege hadden van politiek en proletariaat? Bij Garrel – die ’mei ’68’ in Parijs zelf meemaakte – zijn de studenten meer dromers dan doeners, meer dichters dan denkers.

In ’The Dreamers’ van Bernardo Bertolucci zien we hoe de jongeren worden opgeslokt door seksuele experimenten en discussies na filmvertoningen in de Parijse Cinématheque. Zo politiek geëngageerd stellen Garrel en Bertolucci hun tijdgenoten niet voor.

Abu-Assad: „Ik ben in 1961 geboren dus ik was te jong om het allemaal mee te maken, maar ik heb het gevoel dat het wel een beetje is geromantiseerd, die periode. Het grote verschil tussen ’mei 1968’ en ’mei 2008’ is wel, dat een filmmaker als Godard de politieke arena domineerde. Nu hebben we Sean Penn als juryvoorzitter. Het is waar, hij is strijdbaar. Hij keert zich tegen de oorlog in Irak, in woord en geschrift. Maar Sean Penn domineert de politieke arena niet. Ten eerste leven we nu in een veel conservatievere tijd, met veel conservatievere gedachten dan in de jaren zestig. We hebben te maken met extreem-rechtse politici die niet zo zeer rationeel als wel emotioneel te werk gaan. In Nederland zien we ook een verharding van de politiek tegenover de zwakkeren in de samenleving, maar of het land daar nu zo veel beter van is geworden? We bevinden ons echt aan de onderkant van wat er in de jaren zestig allemaal gaande was, als je begrijpt wat ik bedoel. Ten tweede is de wereld van de sterren en de glamour tegenwoordig veel belangrijker, die zuigt alle aandacht op, ook in Cannes kom je daar niet onder uit. Een filmmaker als Michael Moore – die met zijn anti-Bush-documentaire ’Fahrenheit 9/11’ de Gouden Palm won in Cannes – is denk ik een geval apart, een uitzondering.”

En Abu-Assad vervolgt: „Ik heb zojuist een filmpje in opdracht van de Verenigde Naties gemaakt dat ik deze week in Cannes ga presenteren. Dat is ter ere van zestig jaar mensenrechten. Het is een film van drie minuten, opgenomen in Palestina, over drie jongens die een film proberen te maken. Het is een opdrachtfilm, maar ik maak nog altijd liever reclame voor mensenrechten, dan voor shampoo.”

„Mensenrechten worden overal geschonden, of het nu een obscuur regime in Azië betreft, een land als Senegal of gewoon de Verenigde Staten die hun eigen Guantanamo Bay hebben. Wat kunnen de Amerikanen precies tegen de Chinezen zeggen? Ik ben daarbij geen salon-socialist, ik heb echt fysiek last van politieke beslissingen. Als ik mijn land binnen kom, word ik vernederd en gediscrimineerd, en als ik mijn land uit ga, krijg ik precies hetzelfde te verduren. Als ik mijn tante in Libanon wil opzoeken, moet ik een levensgevaarlijke reis ondernemen. Dat is geen geintje.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden