Poëzie

Fernando Pessoa, de schuwe man van vele maskers

Die keer dat we in Lissabon waren, hebben we toen koffiegedronken bij A Brasileira? Of gluurden we alleen even naar binnen, om een glimp op te vangen van het goed geconserveerde café-interieur met zijn plafondschilderingen, spiegels en elegante houten toog? Dus hier zat ooit Fernando Pessoa. Met koffie? Cognac?

Hij werd in 1888 in Lissabon geboren, woonde als kind een tijd in Zuid-Afrika en werkte weer terug in Portugal als handelscorrespondent en vertaler. De grote, grootste Portugese dichter trouwde nooit. Voor de liefde was hij te verlegen, verliefdheid was er alleen op afstand en in gedichten.

Vrolijk schijnt de zon,

de velden zijn groen en blij,

maar mijn arme hart hunkert

naar iets ver weg.

Bij zijn dood was er een kist met ‘ontelbare brokken tekst, in een bijna onleesbaar handschrift gepend op kladblokjes, op losse velletjes, op caférekeningen, waslijsten, stukken krantenpapier’. Dit liefdesvers, dat haast uit zijn regels barst van verlangen, zal er ook in gezeten hebben. Pessoa schreef het kort voor hij aan de alcohol bezweek.

‘Een hele literatuur in één man’

Schichtig ging hij door het leven – naar het schijnt durfde een Fran­se criticus nooit om te kijken als hij afscheid van de dichter had genomen, uit vrees dat Pessoa in het niets opgelost zou zijn – maar zijn postume roem is immens. Hij had het ongeveer voorzien.

Over een eeuw zal evenwel vergeten

zijn wat bruist en stroomt en herrie maakt

in het nu waarin ik leef. Dan weten

alle telgen van zo’n ellebogenwerker

nog amper iets van wat hun opa kwaakt

– en worden mijn sonnetten almaar sterker.

Pessoa was ‘een hele literatuur in één man’. Hij droeg vele schrijvers in zich, hij creëerde andere dichters, heteroniemen, met elk een eigen naam, biografie, een horoscoop, en vooral: een eigen poëtische stem. Uit wat hij onder de naam Fernando Pessoa schreef, uit de enorme hoeveelheid ‘orthonieme gedichten’, verscheen recentelijk een stevige selectie in heldere vertaling van Harrie Lemmens.

De verzen ademen melancholie, eenzaamheid, zinloosheid, ze zingen en somberen, cirkelend rond wat een van zijn heteroniemen, Álvaro de Campos, in vertaling van August Willemsen, zo schitterend verwoordde: “Ik ben niets. / Ik zal nooit iets zijn. / (…) / Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.”

Maar ook in deze orthonieme gedichten bleef de dichter zijn spel spelen. Pessoa, de man van de vele maskers, gaf zich ook hier niet bloot.

Hij zit er nog, buiten, op het terras van A Brasileira. In brons gegoten, ‘klaar om met jou op de foto te gaan’, lees ik ergens in een toeristengidsje. Doe maar niet. Zo’n foto zou de schuwe Pessoa een gruwel zijn geweest. Lees liever. “Eén mens zijn is een cel, / ik zijn is niet zijn. / Ik zal vluchtend moeten leven, / maar het zal écht leven zijn.”

Onvoltooid triptiek II

Dag in dag uit veranderen wij in iemand

die we morgen niet meer zien, en uur na uur

daalt die telkens weer zo andere verwant

de trap af van het nu van korte duur.

Het is een mensenmassa en de ene dáár

weet niets van de anderen híér. Een regiment

van mij’s en o, wat lijken ze op elkaar!

Een veelvormig zelf, maar dat zichzelf niet kent.

Ik kijk, ben geen van hen en ben hen helemaal.

En de massa mensen zwelt maar kijkt aan mij voorbij,

en ik begrijp niet waar ik ze vandaan haal.

En terwijl ik zo als talloos velen afdaal

voel ik hen allemaal bewegen diep in mij,

tot ik iedereen voorbij ben en verdwaal.

Fernando Pessoa

Fernando Pessoa
Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten
Vert. Harrie Lemmens Arbeiderspers;
296 blz. € 24,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden