Interview

Femke van der Laan: ‘Het voelde alsof ik tijdens het schrijven op mijn tenen tussen de woorden liep’

Femke van der Laan Beeld Maartje Geels

De columns van de weduwe van Amsterdams populaire burgemeester Eberhard van der Laan zijn gebundeld. ‘Eigenlijk begint het rouwen nu pas’, zegt Femke van der Laan.

Columns schrijven kan ze, zoveel is duidelijk voor wie een stukje leest. Vijf jaar maakte Femke van der Laan columns voor Fabulous Mama, een magazine voor trendy moeders. “Daar was humor de insteek”, blikt zij terug in een Amsterdams café in een steeg met de naam ‘Gebed zonder end’.

In januari 2017 kwam de bekendmaking dat haar man, burgemeester Eberhard van der Laan longkanker had. 17,5 jaar zijn ze samen geweest. Van der Laan had het verpakt in een brief die begon met ‘Lieve Amsterdammers’. De hoofdstad was van slag. Achter de schermen begon het gezin van Femke (40) aan een ‘loeizwaar’ ziekteproces.

“Het stadhuis was fantastisch. Mede door de fenomenale inzet van de ambtenaren en wethouders kon Eberhard blijven werken.” Zijn interview in ‘Zomergasten’ trok 1 miljoen kijkers. Zijn motto: alles voor de stad.

Ondertussen was Femke de spil, voor haar man en hun drie kinderen, die toen 13, 10 en 9 jaar oud waren. Dan zijn er nog de twee volwassen kinderen van Eberhard, die in 2012 al hun moeder hadden verloren.

Op 5 oktober 2017 overleed de burgemeester op 62-jarige leeftijd. De stoep en parkeerplaatsen voor de ambtswoning veranderden in een bloemenzee. Uren stonden Amsterdammers in de rij om afscheid van hem te nemen in het Concertgebouw. Hij lag in een eenvoudige kist van blank hout uit het Vondelpark, met daarop de drie Andreaskruisen.

Column

In januari begint zijn weduwe aan een column in de bijlage PS van stadskrant Het Parool. Met een soepele, fijne pen beschrijft zij elke zaterdag hoe de rouw in het leven van haar en de kinderen doordringt.

De vijftig rouw-columns zijn nu gebundeld in een boek. Femke van der Laan vertelt over die eerste weken: “Ik durfde niet op de sociale media te kijken. Op zaterdagen als de column verscheen, ging ik een taart bakken zodat ik te vieze vingers had om aan mijn telefoon te zitten.

“Maar de reacties waren vooral heel lief. Veel mensen herkenden zichzelf. Zij hadden bijvoorbeeld als kind een ouder verloren, en reageerden: ‘Ik weet nu pas wat ik toen heb meegemaakt’. Ik ben dankbaar dat ik anderen zoiets heb kunnen geven. Dat is heel fijn.”

Natuurlijk kwam er ook een enkele negatieve reactie. “Iemand was verbaasd dat ik na drie weken nog steeds rouwde. Een ander beweerde dat Eberhard de hele stad had verkloot. Maar dat soort opmerkingen werden gecorrigeerd door andere reageerders. Vaak vertellen mensen mij wat zij zelf hebben meegemaakt. Ik kreeg ook ouderwetse brieven doorgestuurd via de krant.”

Koning Willem-Alexander samen met burgemeester Eberhard van der Laan, in september 2017, tijdens een werkbezoek aan de Jordaan in Amsterdam. Beeld ANP

Na een jaar vond Femke van der Laan dat het klaar was. “Ik had het onderwerp rouw van alle kanten belicht. Sinds januari schrijf ik op donderdag een column, die gaat over van alles en nog wat.”

De titel van het boek: ‘Stad vol ballonnen’, is een verwijzing naar hoe Van der Laan de doden waarneemt. “Bekenden kun je rustig een tijdje vergeten, dan komen ze weer op je pad. Wie dood is, zit als een ballon met een draadje aan je pols vast. Dat beeld heeft iets lichts. Ik ben niet zo van het drama. Het is al zo’n drama, dat hoef ik niet te benadrukken.”

Wat is de truc dat u lezers zo raakt met uw columns?

“Ik wil heel graag mooie dingen schrijven. Dat heeft nu voorrang, het zachte. Het voelde alsof ik tijdens het schrijven op mijn tenen tussen de woorden liep. Elke column is 430 woorden. Ik werd wakker op de dag van de deadline en dacht: waarover zal ik het gaan hebben? Anderhalf uur later gooide ik het over de schutting. Klaar. Het is iets dat er blijkbaar uit moet.”

Het jaar columns schrijven beviel Van der Laan wel. Enerzijds werken met de deadline, anderzijds even uit je leven stappen: “Op een ander niveau, met een andere blik kijken”. Herkend op straat wordt ze zelden: “Blijkbaar heb ik zo’n huis-, tuin- en keukenhoofd, dat je me zo voorbij kunt lopen, zelfs met een wekelijkse foto erbij”.

Het afgelopen jaar heeft Van der Laan ook gewerkt aan een boek over Eberhard als burgemeester. “Dat hoop ik dit jaar af te ronden. Misschien ga ik wel een roman schrijven, ik heb genoeg verhalen in mijn hoofd.”

Hoe was om het leven van een First Lady te leiden?

“Zo zijn wij niet in Nederland. Ik ging wel eens mee natuurlijk. Eberhard werkte veel. Soms wilde hij me graag erbij hebben.”

Betekende die drukke baan dat u altijd alleen naar de ouderavonden ging?

“Als het nodig was, was Eberhard er. De kinderen missen hem in heel andere dingen.”

En hoe was het om steeds mee te gaan als ‘partner van’ de burgemeester?

“Dat was een voorrecht! Omdat je op heel bijzondere plekken komt en bijzondere Amsterdammers ontmoet. Natuurlijk valt het soms even tegen als twee van je kinderen ziek zijn, of je je haar nog niet hebt gewassent.”

Hoe gaat het nu?

“Je stelt de moeilijkste vraag. Nu zitten we hier gezellig samen in het café. Maar hoe ik me nu voel zegt niets over hoe ik vanochtend ben opgestaan. We doen het goed. Maar dat betekent niet dat het altijd goed gaat. De scherpe kantjes van het verdriet zijn eraf. Alsof het een vastere vorm krijgt: iets wat er de hele tijd is. Ik voel wel dat het heel lang gaat duren. Ik heb nooit gedacht dat hij ineens weer de deur open zou doen. Maar nu besef ik dat er echt een ‘nooit’ is. En neemt het gemis grotere vormen aan.”

Cynici zouden kunnen zeggen dat een leeftijdsverschil van 23 jaar een snellere kans geeft op een verdrietig einde…

“Natuurlijk kunnen ze dat zeggen. Maar daarom doet het afscheid niet minder pijn. Zo’n leeftijdsverschil is ook niet iets waar je in je relatie de hele tijd mee bezig bent. Hij is hoe dan ook te vroeg overleden.

“Het is niet zo dat ik denk: wij zijn de pineut. Of: het is oneerlijk, waarom ik? Het is zoals het is. Al die pijn geeft aan dat ik de tijd met Eberhard niet had willen missen.”

In november sprak u de Preek van de Leek uit in de Doopsgezinde Kerk in Amsterdam. Daar nam u als thema de liefde, en de boodschap van apostel Paulus aan de Korintiërs. U preekte: “Eberhard en ik kregen acht maanden waarin, eerst langzaam en toen steeds sneller, de lagen van menselijke onvolmaaktheid wegvielen. En toen bleef de liefde over. Werd er alleen nog maar van elkaar gehouden. Een liefde die de dood overstijgt.”

“Mijn kennen is beperkt, maar van de liefde ben ik zeker.”

Nadat Van der Laan in februari 2017 liet weten dat hij ernstig ziek was, maakte straatkunstenaarscollectief Kamp Seedorf 's nachts dit graffiti-kunstwerk bij de ingang van metrostation Wibautstraat, als steunbetuiging aan hun geliefde burgemeester. Beeld Damsko strijder!, Kamp Seedorf, straatkunstenaarscollectief (2017), collectie Amsterdam Museum.

In haar columns schrijft Van der Laan ook over de rouwmomenten met de kinderen, soms voor het slapengaan. Met de middelste kletst zij dan een beetje, met de oudste kijkt zij filmpjes, en de jongste wil graag worden voorgelezen. “We zijn nu bij Harry Potter deel vier.”

Hoe gaat het inmiddels met hen?

“Ik denk wel goed. Er zijn geen grote uitschieters naar beneden. Zij hebben hem relatief kort meegemaakt. Hij was een fantastische, lieve vader. Soms denk ik toch: zal het later wel goed met hen aflopen? Maar als iemand mij dan vertelt dat zij of hij op jonge leeftijd ook zijn vader verloor, denk ik: je kunt zonder vader gelukkig best goed terechtkomen.”

Wanneer is het rouwen klaar?

“Nooit. Je draagt het altijd met je mee. Ik word niet meer degene die ik vóór Eberhard was. Ik bezoek regelmatig zijn graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, eergisteren nog. Daar hebben we hem op 14 oktober met ons zessen heen gebracht, ik en de vijf kinderen. Afgelopen Kerstmis had iemand er een krans gelegd, nu stonden er hyacinten. Superlief. Er was een boom die al bloeide. Maar de kinderen zagen vooral hoe modderig het was. We staan er niet per se te huilen.

“Het verdriet zit elders, in de dagelijkse dingen. Ik mis Eberhard als partner, als vader en man. Als de kinderen grapjes maken kan ik het niet aan hem doorvertellen. Er is er maar één die onze kinderen net zo leuk vindt. Vond. Ja, ik praat altijd in de verleden tijd, dat gaat heel snel. Je voelt aan alles dat het niet meer nu is.”

Ze lacht best makkelijk, Femke van der Laan. “Ik ben heel licht. Dat helpt om niet in het verdriet weg te zakken. Soms doe ik dat wel hoor. Maar de hele dag huilen, dat lukt niet. Ik heb het geprobeerd. Het is fijn om te weten dat ik sterk ben, in de kern.”

In haar laatste rouwcolumn staat Femke van der Laan op een pont over het IJ. Als de jongste erbij is, wil hij altijd weten: ‘Als de pont zinkt, zwemmen we naar de overkant of weer terug?’

‘Het water is grijs. En groot. Even stel ik me voor hoe koud het zou zijn, als de pont zou zinken. Hoe zwaar mijn schoenen zouden voelen. Alsof ik wielblokken aan mijn voeten heb. Ik zou naar voren zwemmen. We zijn er bijna. Ik zou het wel redden.’

Femke van der Laan, ‘Stad vol ballonnen. Een jaar van rouw.’ Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 15 euro.

Lees ook: 
Eberhard van der Laan liet zijn geliefde stad een expositie na

Als laatste cadeau aan de stad stelde oud-burgemeester Eberhard van der Laan een expositie samen voor het Amsterdam Museum. 

Eberhard van der Laan (1955-2017): Het kon beter, dus het moest beter

Achteraf lijkt het of Eberhard van der Laan zijn hele leven burgemeester van Amsterdam was, zozeer was hij vergroeid met zijn ambt. Hij hield van de stad en die liefde was wederzijds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden