Review

Fantastisch pleitbezorger van curieus celloconcert

Op het eerste gezicht oogt het programma dat het Koninklijk Concertgebouworkest deze dagen speelt als een allegaartje. Paul Hindemiths 'Mathis der Mahler'-symfonie (1933) en William Waltons Celloconcert (1956) voor de pauze en Modest Moessorgski's 'Schilderijen van een tentoonstelling' (1874) in de orkestratie van Ravel (1922) erna zijn niet direct werken die je met elkaar in verband zou brengen.

Natuurlijk passen de schilders Matthias Grünewald (hoofdpersoon in 'Mathis der Maler') en Victor Hartmann (wiens verdwenen schilderijen Moessorgski op muziek zette) op een anekdotisch niveau bij elkaar, maar hoe voegen de partituren zich naar elkaar, gesplitst door Walton?

Heel goed, bleek woensdagavond. Hindemith en Walton hadden een goede relatie met elkaar. De Duitser bracht Waltons Altvioolconcert in 1927 in première en de Brit verwerkte thema's uit Hindemiths 'Mathis der Mahler' in zijn 'Variations on a theme of Hindemith'. De 'beeldende' muziek van beiden paste wonderwel bij de beelden-in-muziek van Moessorgski, zo onnavolgbaar georkestreerd door Maurice Ravel. Het was zeker aan de inspirerende dirigent Markus Stenz te danken dat deze verwantschappen tijdens het concert aan het licht kwamen.

Stenz dirigeert helder en precies, maar hij is ook iemand die een klank als vanzelf durft te laten opbloeien. Ogenschijnlijk doet hij op zo'n moment niets en laat hij doodgemoedereerd de op de repetities verkregen afspraken door de musici nakomen. Die ontspannen houding leverde gedurende de hele avond gedenkwaardige momenten op.

In Moessorgski's door Ravel ingekleurde muziek hield Stenz het deksel gelukkig lang op de pan. De stoom kon pas op het allerlaatst ontsnappen. Stenz' kennelijke voorkeur voor scherpe klanken, vooral in de kopersectie, maakte dat trompettist Peter Masseurs zich kon uitleven.

Ondanks deze spetterende Moessorgski en een afgewogen Hindemith, speelde het Celloconcert van Walton deze avond de hoofdrol. In Nederland is William Walton een grote onbekende. Geboren in het jaar dat Debussy's 'Pelléas et Mélisande' in première ging (1902) en gestorven in een tijd dat postmodernisten als Alfred Schnittke hun top bereikten (1983), is Walton een heus buitenbeentje. Hij ging volstrekt zijn eigen weg zoals blijkt uit het Celloconcert, dat hij als een 'dissident' schreef tijdens de muzikale 'Darmstadt dictatuur'.

Walton componeerde het concert voor Gregor Piatigorsky, die het in 1957 met het Boston Symphony Orchestra onder Charles Munch in première bracht. Piatigorksy was zo'n vier jaar lang de leraar van Godfried Hoogeveen, eerste cellist bij het Concertgebouworkest en woensdagavond een fantastische pleitbezorger van dit curieuze celloconcert. Waltons innemende muziek was de innemende musicus Hoogeveen als op het lijf geschreven. Hoogeveen was net als Stenz niet uit op uiterlijk effect en stelde zich, werkelijk prachtig spelend, geheel ten dienste van de muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden