Review

Fabio Luisi groots in symfonie van Schmidt

Volgens Bernard Haitink is de Italiaan Fabio Luisi een tweederangs dirigent, die slechts middelmatige orkesten heeft gedirigeerd. Als dat al zo was, dan kan Luisi aan zijn cv nu in ieder geval een toporkest toevoegen: nota bene Haitinks aloude Concertgebouworkest. Woensdag debuteerde Luisi daar met een even opvallend als ingewikkeld programma en slaagde cum laude voor zijn toporkestbrevet.

Peter van der Lint

Haitink deed zijn gefrusteerde uitspraken (The Financial Times, oktober 2004) na het gehannes over zijn opvolging bij de Staatskapelle Dresden; Luisi volgt hem daar in 2007 op. Volgens Haitink is hij niet gekend in die benoeming en vindt hij dat Luisi de musici in Dresden door de strot is geduwd. Uit woede daarover beëindigde Haitink zijn chefschap in Dresden vorige maand (ruim een jaar eerder dan gepland) en liet hij zich kinderachtig oncollegiaal over Luisi uit.

Fabio Luisi is een prachtdirigent om naar te kijken. Zijn houding en gebaren zijn een toonbeeld van stijlgevoel en precieze souplesse. Geen showman, maar een gedreven analyticus die structuur en klank in prachtig scherpe arm- en handbewegingen kan omzetten. Zo werden de climaxen in Franz Schmidts aangrijpende Vierde symfonie (uit 1933) door Luisi steeds fantastisch gefaseerd uitgewerkt en kreeg het werk -dat voor het eerst bij het KCO op de lessenaar stond- een ongelooflijk diepe lading. Schmidt componeerde de symfonie als een 'Requiem für meine Tochter'; een muzikaal eerbetoon aan zijn dochter Emma die in 1932 overleed. Schmidts Vierde symfonie is in emotionele diepgang een soort pendant van Alban Bergs Vioolconcert, twee jaar later geschreven ter nagedachtenis aan Alma Mahlers gestorven dochter.

Schmidts tonale idioom -zijn symfonie staat in C majeur- staat ver van het atonale van Berg, maar het is frappant hoe verwant beide werken in sfeer zijn. Luisi verlangde en kreeg van het orkest opperste concentratie met glansrollen voor trompet, fagot, hoorn en cello.

Voor de pauze had Luisi zich ook al bewezen in een kleurrijk uitgewerkte 'Oberon'-ouverture van Von Weber en als begeleider in Liszts Eerste pianoconcert. Omdat Luisi's omgang met het orkest in Liszt zo gaaf was, viel de bijdrage van pianist Nelson Freire wat tussen wal en schip. Maar Freire verstaat Liszt als geen ander en gooide zich -ook al zonder uiterlijk effectbejag- in diens vele en snelle noten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden