Review

F. SPRINGER, 'BANDOENG-BANDUNG'Alles komt terug

F. Springer, 'Bandoeng-Bandung', uitg. Querido, 146 blz. - F 27,50; gebonden f 42,50.

Vrijwel al het werk van Springer staat in het teken van de verleden tijd, niet op een zwelgende manier, integendeel, eerder terughoudend, uit angst voor teveel sentiment. Hij heeft zelf eens, bij de opening van de 32ste Pasar Malam Besar in Den Haag, een pleidooi gehouden voor 'nuchtere nostalgie', al werd er aan het eind van zijn betoog wel degelijk een reunie van klasgenootjes uit Indie in het vooruitzicht gesteld. De reunie, of meer algemeen: de hereniging, de plotselinge ontmoeting van oude bekenden, is een Springermotief bij uitstek. 'Bougainville' eindigt ermee en 'Bandoeng-Bandung', zoals de titel al laat zien, is er in z'n geheel op gebouwd. De hoofdfiguur van de novelle, Chris Regensberg, was politicus, met een indrukwekkende staat van dienst, en de persoonlijk adviseur van de Minister-President. Het verhaal begint juist op het ogenblik dat hij onder druk zijn zetel in de Tweede Kamer opgeeft (zogenaamd om plaats te maken voor de jonge generatie) en dus voor de vraag staat wat nu verder te doen. De MP belooft hem een burgemeesterspost: het zou allemaal al "in de pijplijn" zitten. Hij overweegt, maar aanvankelijk niet in ernst, om zijn memoires te gaan schrijven. Dan krijgt hij het verzoek deel te nemen aan een handelsmissie naar Indonesie, het land waar hij geboren is, op de lagere school heeft gezeten, en in het Jappenkamp.

Veel herinnering heeft hij er niet aan:

"Met zijn persoonlijke herinneringen zou hij geen vijf minuten kunnen vullen. En van nostalgie kon ook niemand hem betichten. Hij was zo langzamerhand de laatste Nederlander met een Indisch hoofdstuk in zijn leven die nog niet was terug geweest naar dat paradijs van herkomst."

Het kan niet anders of Regensberg heeft als keihard politicus, zich bewegend in de actualiteit, zijn verleden volkomen verdrongen en dat zal hem nu gaan opbreken. Eenmaal in Bandung komt Bandoeng terug, want, zo staat ergens, "alles komt terug" .

In dat opzicht werkt de novelle als een fuik. Springer heeft op een heel natuurlijke manier, gedoseerd, de terugkeer van de verleden tijd verwerkt in het verhaal. In de tafelcauserie die Regensberg verwacht wordt in Indonesie te houden, licht hij een tipje op van de sluier die over zijn verleden hangt. Hij neemt brieven mee die zijn moeder van 1938 tot 1940 vanuit Bandoeng heeft geschreven aan haar vader en de lectuur daarvan roept veel terug. Een interview dat hem voor een Indonesische krant wordt afgenomen, activeert zijn herinneringen ook, want de ondervrager weet hem tot zijn eigen verbazing allerlei particularia te ontlokken.

Steeds meer verleden dringt zich op, de ijskoude Regensberg ontdooit als het ware, en in Bandung culmineert deze ongewenste, maar niet te stuiten zoektocht naar de verloren tijd. ( "Ik ben geen Proust" zegt hij een keer.) Springer houdt van onverwachte, maar voor de loop van het verhaal noodzakelijke gebeurtenissen, hij roept het toeval te hulp, dat dan bij nader inzien zo toevallig niet blijkt te zijn. Ook dit keer, want Regensberg ontmoet iemand die destijds in het centrum van zijn bestaan stond, met wie hij innig bevriend is geweest, een Indische schoolkameraad, die hij in de steek heeft gelaten en aan wie hij nooit en te nimmer meer heeft gedacht.

Verraad, vriendschap - het zijn alweer de van Springer bekende motieven. Hier heeft het eind van de novelle een zo dramatische kracht en zijn de contrasten tussen verleden en heden zo geindividualiseerd, dat ze grote indruk maken. De man zonder verleden wordt dan door zijn verleden overstelpt. Voor hij naar Bandung ging was het verblijf in het kamp, ach, "een beetje honger, een beetje heimwee, meer niet" ; als hij in Bandoeng is geweest, staan de gebeurtenissen van 'toenmaals', zoals zijn jeugdvriend het uitdrukt, hem glashelder voor de geest.

Er wordt gesuggereerd dat Regensbergs nietsontziende ambitie, zijn geslotenheid waar het zijn innerlijk leven betreft, zijn afkeer van omzien in verwondering of wrok, iets te maken hebben met zijn verblijf in het kamp, waar hij in zijn eentje moest proberen te overleven. Springer werkt dat gelukkig nauwelijks uit, het blijft bij enkele suggesties in die richting. Het plezierige van de novelle-vorm is dat het bij aanduidingen kan blijven.

In beknoptheid veel suggereren kan Springer heel goed. Hij kent ook de kracht van het contrast, zonder te vervallen in onsubtiele tegenstellingen. Als ten slotte dit Indonesische avontuur Regensberg doet besluiten definitief een punt achter zijn politieke loopbaan te zetten, is hij bevrijd van zijn pantser, de harde politiek heeft plaatsgemaakt voor zachte krachten.

In het begin, als hij overweegt zijn memoires te schrijven, meent Regensberg dat hij niets heeft toe te voegen "aan de zogenaamde terugkeerliteratuur" . Na lezing van 'Bandoeng-Bandung' kan dat moeilijk van Springer gezegd worden. Hij heeft een personage geschapen, van een karakter en een achtergrond voorzien, en in een reeks gebeurtenissen geplaatst, die zijn novelle tot een bijzonder geval bestempelen. De emotionele werking die de herleving van Bandoeng op Regensberg heeft, is listig en stevig vormgegeven, zowel wat de compositie als wat de stijl betreft. Springer lees je om het verhaal, zo lijkt het, maar tegelijkertijd lees je hem om zijn stijl.

Het is de stijl van de nuchtere nostalgicus, die weet dat hevige gevoelens het best als zodanig doordringen wanneer ze getemperd beschreven worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden