recensie

Experimenteren met verf op de scheidslijn van water, lucht en land

Beeld Stephan Vanfleteren

De zee met zijn veranderlijke karakter is voor schilders een eindeloos studieobject. Op de scheidslijn van water, lucht en land worden kunstenaars verleid tot experimenten met verf, zo tonen twee tentoonstellingen in het Haags Gemeentemuseum.

Een duin in oranje en roze, een duin in paars en groen, een duin in blauw, groen en oranje, een duin in gestippelde pasteltinten. De ondergaande zon zet de duinen in vuur en vlam, maar je moet een kunstenaar zijn om de verschillende kleuren, waarin het zand zich dan tooit, bewust waar te nemen. Piet Mondriaan schilderde duin na duin tijdens zijn bezoekjes aan Zeeland rond 1910. De ene keer met kubistische trekjes, de andere keer met stipjes of grotere vlakken, maar altijd met een explosie van kleur.

In Zeeland ligt de kiem van Mondriaans abstractie. In de horizon, de zee en het strand ontdekte hij de horizontale lijnen, in de kerktorens en vuurtorens de verticale. Landschappelijke motieven als het duin nodigden hem uit om diepgravend naar het wezen der dingen te zoeken, dat onder het oppervlak verborgen moest zijn.

"Als men zich niet op enkele dingen concentreert, zou men niets tevoorschijn kunnen brengen, van al het mooie dat er is", schreef hij in een brief. Dat deed hij ook met een Zeeuwse appelboom, die hem na veel schetsen leidde naar het sublieme 'Avond; de rode boom' en uiteindelijk naar de in vlakjes en lijnen gestileerde 'Bloeiende appelboom'.

Obsessie

Op de tentoonstelling 'Aan zee' in het Haagse Gemeentemuseum kun je die obsessie van Mondriaan met bepaalde motieven goed zien. Aan de hand van schetsen en schilderijen uit de rijke collectie van het museum en enkele bruiklenen is te zien hoe Mondriaan zoekt en speelt met de boom en de duinen. Heel bijzonder dat het werk 'Zomer, duin in Zeeland' dat het Guggenheim Museum in New York in langdurig bruikleen heeft gekregen nu weer even terug is in Den Haag. De dreigende, donkerpaarse lucht wordt subtiel weerspiegeld in de gedurfde kleuren van het duin.

Maar Mondriaan was niet de enige die aan de Zeeuwse kust tot nieuwe inzichten kwam, zo laat de tentoonstelling zien. De vier kunstenaars Mondriaan, Jan Toorop, Ferdinand Hart Nibbrig en Jacoba van Heemskerck, die hier centraal staan, verbleven tussen 1908 en 1915 lange tijd in Zeeland. Daar ontmoetten ze elkaar en logeerden ze soms bij elkaar.

Beeld -

Beïnvloeding kon niet uitblijven. Al zie je dat ze verschillende stijlen kiezen, ze gebruikten wel dezelfde motieven: de duinenrij bij Zoutelande, de vuurtoren van Westkapelle, de schattige dorpjes en de bonkige inwoners van Zeeland. De zee, het bijzondere licht en de pittoreske omgeving nodigden uit om een nieuwe beeldtaal te zoeken.

Jan Toorop, zo'n vijftien jaar ouder dan Mondriaan, schetste in 1896 voor het eerst het meertje in het bos De Manteling. Op deze tekening hangt een mysterieuze sfeer tussen de bomen, kenmerkend voor het symbolisme dat hij toen aanhing. Twaalf jaar later schilderde hij het meer in felle kleuren en met een losse toets, een feest voor het oog.

Hij was inmiddels katholiek geworden en vond in deze oerprotestantse provincie allerlei tekenen van het katholicisme. De vuurtoren, die bij Mondriaan een roze-blauw baken is, beeldde hij af als katholieke kerk. De Zeeuwse boer Pieter Jellis die op de voorgrond staat, verbeeldt met zijn doorleefde kop en zelfverzekerde blik omhoog de titel van het werk 'Godsvertrouwen'. Heel opmerkelijk is zijn met krijt, potlood en waterverf gemaakte ''t Eiland Walcheren (zittend meisje)', een portret van een meisje in een landschap. Het meisje met haar Zeeuwse witte kapje en fijn getekende gezicht doet denken aan een Maria.

De charismatische Toorop had veel bewonderaars, onder wie Hart Nibbrig. Die schilderde net als Toorop een duinenrij met mensjes erop. Zijn werk is conservatiever, maar vooral veel vlakker en braver dan dat van zijn voorbeeld. Dan is Jacoba van Heemskerck een interessanter alternatief. In haar uitbundige, expressionistische schilderijen doemt een donker Zeeland op, met paars, donkergroen en zwart.

Grijze tinten

Wie na deze tentoonstelling de trap opgaat en de tentoonstelling 'De Haagse School op Scheveningen' bezoekt, moet zijn ogen even helemaal resetten. Want de schilderijen die hier hangen en die zo'n dertig, veertig jaar voor Toorop en Mondriaan werden geschilderd, zijn compleet anders. Het is dezelfde zee, het zijn dezelfde duinen, maar in plaats van kleurig zijn de landschappen grauw. Pas na een tijdje merk je de nuances in het grijs, bruin, en zacht blauw op. En ja, ook dan blijkt dat de lucht en de zee deze schilders heeft verleid tot experimenten.

De luchten van Willem Maris, Willem Roelofs en vooral Jan Hendrik Weissenbruch trekken de aandacht door het licht dat door de wolken schijnt en het landschap doet oplichten. Hendrik Willem Mesdag kleurde lucht en water zachtroze in zijn negentiende-eeuwse zeegezicht bij ondergaande zon. Maar ingebed in grijs- en bruintinten maakt die kleur een totaal andere indruk dan het roze van Mondriaans experimenten.

Stephan vanfleteren

'Aan zee' is tot en met 18 november te zien in het Gemeentemuseum, Den Haag. Vanwege deze tentoonstelling vroeg het museum fotograaf Stephan Vanfleteren om zich net als de schilders door de Zeeuwse kust te laten inspireren. Zijn fotoserie 'Terre/Mer', verstild en mysterieus door de lange sluitertijd, hangt in een aparte ruimte. Een selectie is te zien in het magazine 'Aan zee' dat het museum eenmalig heeft uitgebracht.

'De Haagse School op Scheveningen' is tot en met 16 september te zien (www.gemeentemuseum.nl).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden