Boekrecensie

Ewout Meyster is nog steeds labiel en hooggestemd

Wessel te Gussinklo Beeld TR BEELD

Wessel te Gussinklo schrijft vervolg op zijn puberteits-dystopie ‘De opdracht’.

In 1995 kwam Wessel te Gussinklo met een roman die ik als een van de beste uit de naoorlogse Nederlandse literatuur beschouw: ‘De opdracht’, een jongensboek voor volwassenen. Hoofdpersoon is gymnasiast Ewout Meyster die in de jaren vijftig naar een zomerkamp op de Veluwe wordt gestuurd, waar hij zich uit alle macht probeert waar te maken en zijn leeftijdsgenoten te imponeren met overwicht, sociaal prestige, slimheid en macht, waarvan hij vermoedt dat je die nodig hebt om populair te worden. Maar het wordt een grandioze mislukking. In plaats van naar hem op te kijken kwellen de jongens en de kampleiding hem meer dan 500 pagina’s lang.

Met ‘De hoogstapelaar’ schrijft Te Gussinklo nu het regelrechte vervolg op zijn puberteits-dystopie, Ewout is inmiddels zeventien jaar, het zomerkampfiasco ligt ruim achter hem maar hij is niet echt veranderd: nog altijd probeert hij met zijn woorden en ideeën zijn vrienden te imponeren.

Het is zeker niet het onderwerp, slimme, overbewuste jongeman probeert zijn plaats in de wereld te vinden, waarmee Te Gussinklo zich onderscheidt; talloze grote schrijvers als Salinger, Sartre en Vestdijk, gingen hem voor. Maar met zijn slepende, monotone stijl weet hij het malende brein van zijn hoofdpersoon in de kern te raken.

Toppen van zenuwen

Nog altijd is Ewout gefascineerd door figuren als Churchill, Roosevelt, Hitler, die ondanks hun defecten, blotebillengezicht, invalide, slechtheid, macht wisten uit te oefenen over mensen. Ook hij ambieert macht, meer dan vriendschap. Mensen moeten tegen hem opkijken. Om dat te bereiken oefent hij zijn gezicht maar vooral zijn woorden, gebaren en handelingen. In zijn eindeloze poging om boven anderen verheven te zijn vergt hij het uiterste van zichzelf. Onophoudelijk, wil hij gezien worden, volgens de uitspraak van Sartre die ergens schrijft dat de blik van mensen je maakt tot wie je bent. 

Geen wonder dat hij op de toppen van zijn zenuwen leeft: “ze kwamen naar je toe, ze vormden zich naar je wil. Maar ze keken, ze eisten en steeds opnieuw moest je aan die eisen voldoen, je tonen zoals je moest zijn, want zij keken toe - en niet verslappen en vervagen. Steeds opnieuw, nooit zou er een einde komen aan al die moeiten, de angsten, de eisen. Later als hijzelf eenmaal beroemd was, zou hij zich terugtrekken ver weg van alle mensen om, nu het eenmaal bereikt was, na te denken en te begrijpen, ergens eenzaam hoog in de bergen. Eindelijk zou hij dan in vrede zijn.”

Het is meer dan begrijpelijk dat zijn vrienden, die hij voortdurend de les leest en hun ouders soms ook, hem verlaten. (‘Ze vinden jou een griezel!’) maar ook hijzelf stort regelmatig in. Geen wonder, voortdurend moet hij het evenwicht bewaren tussen een natuurlijke uitstraling en vooropgezet gedrag, want deze narcist is nergens spontaan en hij realiseert zich bij al zijn superioriteitswaan dat hij stiekem is, ‘geniepig, geen echte vriend, geen echte kameraad, maar vals en oneerlijk.’ Vandaar de titel ‘De hoogstapelaar’ want Ewout doet misschien wel een hoge gooi maar hij is in feite een mentale oplichter.

Glanzende horizon

Met zijn zuigende, repetitieve stijl schildert Te Gussinklo de innerlijke gesteldheid van zijn hoofdpersoon op weergaloze wijze, waarbij ik moet aantekenen dat je er wel tegen moet kunnen om enkele honderden pagina’s in het dreunende en drammende brein van zo’n jongen te vertoeven. Maar voor liefhebbers van ‘De opdracht’ is dit een prachtige opvolger, die je overigens leert dat Ewout niet veel is opgeschoten, hij heeft inmiddels wel volgelingen verzameld maar zijn quasi-volwassen maar in feite kinderachtige machtsdromen zijn er niet minder door geworden.

Omslag ‘De hoogstapelaar’ Beeld TR BEELD

In het laatste deel stort hij in, wordt zelfs letterlijk in elkaar geslagen maar hij redt zich er weer uit. De laatste zin van ‘De hoogstapelaar’ luidt: “En aan het einde, zeer ver weg als beschenen door een heimelijk licht, een glanzende horizon waar alles vervuld zou zijn. Hij zou worden. Hij zou zijn.” Dat klinkt hoopgevend én verschrikkelijk want je voelt dat zo iemand nooit echt gelukkig, natuurlijk en vanzelfsprekend zal worden.

Oordeel: Dreunend en drammend jongensbrein weergaloos getekend.

Wessel te Gussinklo
De hoogstapelaar
Koppernik; 376 blz. € 21,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden