Review

Eva-Maria Westbroek op slag diva in groots operaweekend van Holland Festival.

In vliegende vaart is het 59ste Holland Festival dit pinksterweekend in Amsterdam uit de startblokken gekomen. Met de muziektheatervoorstelling ’Sentimenti’ (zie volgende pagina), met Greenaways tegendraadse ’Nachtwacht’-installatie, met interessante concerten, en – vooral – met maar liefst drie opera’s. Otto Tausk dirigeerde de wereldpremière van Michel van der Aa’s ’After Life’ (vrijdag in het Muziekgebouw aan ’t IJ), Mariss Jansons leidde Dmitri Sjostakovitsj’ ’Lady Macbeth van Mtsensk’ (zaterdag in het Muziektheater) en onder leiding van Christophe Rousset ging Jean-Philippe Rameau’s ’Zoroastre’ (zondag in de Stadsschouwburg).

Drie totaal verschillende werken, die alle drie grote indruk maakten en die in drie uitverkochte zalen met groot enthousiasme werden ontvangen. Dit drieluik vormt het onomstotelijke bewijs dat het Holland Festival sinds vorig jaar – toen voor het eerst onder leiding van Pierre Audi – weer een festival is om rekening mee te houden.

De jaartallen 1756, 1936 en 2006, alle eindigend op een 6, geven de reikwijdte van deze opera’s aan. In 1756 ging Rameau’s herziene ’Zoroastre’ in première, 1936 was het jaar dat dictator Stalin de succesvolle ’Lady Macbeth’ en daarmee de componist in de ban sloeg en 2006 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van Michel van der Aa’s eerste echte opera – een meesterlijke multimediale opera voor een nieuw tijdperk, waarvan er hopelijk nog vele zullen volgen.

Zonder afbreuk te willen doen aan de grote kwaliteiten van de andere twee ensceneringen, moeten we het hier toch eerst hebben over de fenomenale ’Lady Macbeth van Mtsensk’ die De Nederlandse Opera in het kader van het Holland Festival maakte. Zonder enige aarzeling kan hier gesteld worden dat deze première-avond een historische was – een avond die de historie zal ingaan. Niet alleen waren alle elementen die opera tot opera maken hier tot in het geniale op elkaar afgestemd, maar bovendien hadden we hier te maken met twee superprestaties die nog boven dat volmaakte geheel uitstegen: de muzikale leiding van Mariss Jansons en de interpretatie van de titelrol door de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek.

Mariss Jansons stond aan het hoofd van een superieur spelend Koninklijk Concertgebouworkest. Toen het na twee uur pauze was en het orkest het zesde tafereel met een razend gespeeld tussenspel afsloot, ontplofte de zaal in hysterische bijval. Nooit eerder barstte er in de pauze al zoveel tumult los in het Muziektheater als nu.

Dat tumult werd in decibellen overtroffen toen Westbroek aan het eind helemaal alleen applaus mocht halen. Triomfen zijn meestal ondubbelzinnig en dit was er zo een. Met totale overgave van lijf en stem had Westbroek zich in de rol van de moordende Katerina gestort. Onvoorstelbaar hoe iemand zo gaaf en welluidend kan blijven zingen bij zo veel fysiek veeleisend gooi- en smijtwerk. Westbroek zat nergens mee, liep blootsvoets door water en vieze, vochtige turfmolm, rolde over de grond, liet zich hardhandig betasten en gooide een teil water over haar flinterdunne negligé. Dit is niet alleen qua stem een droomzangeres, maar ook qua theatrale uitstraling.

Dirigent Jansons volgde de ijzingwekkende gebeurtenissen rond deze ’Lady’ minutieus. In geen enkele scène, hoe gewelddadig of turbulent ook, verloor Jansons de greep over het geheel. Eigenlijk was dit Jansons’ eerste opera-directie. Een eerdere in Oslo eindigde onfortuinlijk in een hartaanval. Sindsdien schuwde Jansons de operabak. Tot nu. Een kans om met het Concertgebouworkest een opera van zijn geliefde Sjostakovitsj te leiden, trok hem over de schreef. Aangedaan en bleek kwam hij na afloop het toneel oplopen en ook voor hem en het orkest was er tumultueus gejuich.

De triomf in het Muziektheater was compleet doordat ook regisseur Martin Kuej – nieuw in Amsterdam – op hartstochtelijke bijval stuitte. Zijn visie op de verveling in ’Lady Macbeth’, verveling die tot weerzinwekkende daden leidt, was schokkend in de koele esthetiek ervan. Katerina woont in een glazen kooi, een doorzonwoning in het kwadraat waarin alleen haar vele luxeschoenen staan. Naar buiten lopen op die schoenen is ondoenlijk vanwege al die natte turfmolm-blubber waarmee de kooi omringd is. Luguber is direct het openingsbeeld waar twee aangelijnde herdershonden de ’kooi’ bewaken. Gevangen is deze Katerina, gevangen in haar verveling en in de greep van haar schoonfamilie.

Kuej wilde de tegenpolen tussen orgasme en doodslag in deze opera duidelijk maken. Dat is hem superieur gelukt in een voorstelling die zo beklemmend echt is dat het soms ongemakkelijk wordt om naar te kijken. Dit is opera op z’n allerbest waarin geen enkele zwakke link te bespeuren viel. Naast Westbroek zijn er prachtige rollen voor Anatoli Kotsjerga (Boris), Christopher Ventris (Sergej) en de moedige Carole Wilson (Aksinja). Met zo’n regisseur, zo’n dirigent, zo’n Rolls-Royce-orkest in de bak en zo’n titelrolvertolkster is historie geschreven. Een NPS-televisie-opname staat niet gepland, maar Opus Arte gaat de voorstelling gelukkig op dvd uitbrengen.

Een dag eerder was de opera van Michel van der Aa ook al zo’n complete ervaring. In aanwezigheid van koningin Beatrix ontrolde zich het ontroerende verhaal van dode mensen die met slechts één herinnering naar het hiernamaals mogen reizen en daartoe in een tussenstation enkele dagen op zoek moeten naar die herinnering. Otto Tausk dirigeerde het Asko Ensemble niet alleen met de partituur voor zich, maar ook met een laptop waarop het tijdsverloop tot op de honderdste seconde werd bijgehouden. Noodzakelijk omdat live-zang, live-muziek, geluidsband en film een perfect amalgaam moeten opleveren. Zangers zingen soms een duet met hun gefilmde evenbeeld en rennen over het podium én over het filmdoek.

Het is een wonder van techniek, maar die staat de muziek geenszins in de weg. Knap hoe Van der Aa het idioom, de kleur van de partituur tot het einde volhoudt. Muziek die klinkt als een film van je leven die versneld in je hoofd afloopt. Even lijkt het alsof de van tevoren opgenomen documentaires de aandacht te veel van de eigenlijke opera wegnemen, maar uiteindelijk passen ook die perfect in het geheel. Van der Aa schiep met ’After Life’ een grootse nieuwe operawereld. Een gevaarlijke wereld ook, want als een van de zangers ziek wordt, is de opera onuitvoerbaar geworden, of je moet per direct nieuwe films opnemen. De uitvoering vrijdagavond was om door een ringetje te halen. Het slot, stil en donker, was zeer aangrijpend. Ook hier een geweldig zangersteam en een regie (van Van der Aa zelf) die de opera op een hoger plan bracht. Echt een geweldige nieuwe opera, die ondanks de ingewikkeldheid ervan, een tocht over de wereldpodia verdient.

Rameau’s ’Zoroastre’ ging in de enscenering die festivaldirecteur Pierre Audi vorig jaar voor Drottningholm maakte. In het decor dat Audi voor Hündels ’Tamerlano’ gebruikte, speelden zich nu de avonturen van Zoroastre en Abramane af, een soort Sarastro en Koningin van de Nacht uit Mozarts ’Die Zauberflöte’. Hoewel door dat decor de verrassing van Audi’s baroktaal er een beetje af was, slaagde hij er toch in om de vormelijke en zeer precieuze muziek van Rameau perfect in beelden te vertalen. In deze omgeving je schoenen uitdoen staat al gelijk aan de expliciete seks in ’Lady Macbeth’. Licht en duister zijn hier gevangen in oogverblindende kostuums en oorverblindende muziek. Rousset en zijn Les Talens Lyriques schitterden drie uur lang. ’Gekke’ balletten geven het geheel een prettige ’twist’ en de concentratie bij de overwegend uitstekende zangers is hoog. Anna Maria Panzarella sprong er hier als ’slecht wijf’ uit. Dat doen slechte wijven al gauw, maar zo goed ’slecht’ als bij Westbroek kom je ze zelden tegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden