Ozcan Akyol.

InterviewÖzcan Akyol

Eus maakt zich kwaad: Wat willen ze nou? Dat mensen helemáál niet meer lezen?

Ozcan Akyol.Beeld Hanne van der Woude

Waarom lezen mensen steeds minder boeken? Schrijver Özcan Akyol legt de schuld bij de literaire wereld zelf, een elitair bolwerk dat er alles aan doet om lezen te ontmoedigen. Zijn Boekenweekessay is een vlammend betoog voor verfrissing. ‘Het veld heeft een kritische zelfanalyse nodig.’

Sander Becker. Foto: Hanne van der Woude

Özcan Akyol, oftewel Eus, gaat er met gestrekt been in. De literaire wereld is ‘een parodie van zichzelf’ geworden, schrijft hij in zijn Boekenweekessay. Het veld lijdt volgens hem aan ‘zelfoverschatting, hardnekkige arrogantie en vooral minachting voor de lezer’. Spelers uit alle lagen van de branche – schrijvers, letterkundigen, literair recensenten, uitgevers en boekhandelaren – jagen met hun elitaire houding potentiële lezers weg. “De hele keten is verrot”, licht Akyol toe in een Deventers café.

Hij heeft zijn essay ‘Generaal zonder leger’ getiteld, want dat is het beeld dat schrijvers bij hem oproepen als ze weer eens op een podium staan te oreren over de vraag hoe ‘echte literatuur’ eruit hoort te zien. Het publiek is ondertussen allang weggelopen. “De manschappen zijn uit verveling wat anders gaan doen.”

Het ontbreekt de Nederlandse literatuur momenteel aan ‘onaangepaste lieden’, aan ‘non-conformisten’, zegt hij, ook met het oog op het thema van de Boekenweek: ‘Rebellen en dwarsdenkers’. “Mensen die tegen de stroom in roeien en boeken schrijven waarvan ze weten dat die weerstand gaan oproepen.” De Nederlandse letteren draaien volgens Eus nu vooral om bevriende schrijvers uit de grachtengordel die elkaars werk recenseren en aanprijzen. Hoe incestueus wil je het hebben? En valt dit tij nog te keren? Zulke vragen stelt Eus in zijn essay en in zijn vijfdelige televisieserie ‘Dwarse denkers’, vanaf maandag te zien op NPO2. “Het literaire landschap heeft een kritische zelfanalyse nodig.”

Wat stoort u het meest aan de literaire wereld?

“Wat ik het kwalijkst vind, is dat sommige groepen lezers steevast worden betiteld als niet-lezers omdat ze ‘inferieure’ boeken zouden lezen. Bijvoorbeeld ‘De zeven zussen’ van Lucinda Riley, of de romans van Griet Op de Beeck. Grote groepen lezers halen daar plezier uit, maar de boekenwereld kijkt erop neer en trekt de gevoelswereld van die mensen in twijfel. Dit is geen literatuur, zeggen academici, literair recensenten en docenten die hebben bedacht wat ‘goede smaak’ is. Dat kán niet, vind ik. Als de literaire wereld zich laat voorstaan op zijn progressiviteit en inclusiviteit, dan kun je mensen niet diskwalificeren en buitensluiten alleen omdat ze de verkeerde boeken waarderen. Dat stoort me enorm.”

Tegenstanders zullen zeggen: de letteren zijn altijd elitair geweest. En literaire critici bewaken nou eenmaal de kwaliteit van de hoge kunst.

“Tuurlijk, ik zeg niet dat er geen verschil bestaat tussen Lucinda Riley en Tommy Wieringa. Het punt is alleen: je kunt anderen niet dehumaniseren om hun smaak. Juist als cultuurbewaker ben je dan verkeerd bezig. Bovendien, met welke boeken wil je anders al die 15-jarigen aan het lezen krijgen? Thrillerschrijvers zorgen er teminste nog voor dat miljoenen mensen boeken lezen. Maar ze krijgen geen beurs van het Letterenfonds, want ze voldoen niet aan de criteria voor literatuur. Wat wíllen ze nou bij dat fonds? Dat mensen helemáál niet meer lezen? Er lopen in Nederland 15-jarigen rond die nauwelijks nog ondertitels begrijpen, laat staan een boek. De tijd van pedant en exclusief doen lijkt me onderhand wel voorbij.”

U bent zelf weleens uitgemaakt voor commerciële schrijver, vooral omdat u veel op tv verschijnt.

“Ik ben succesvol in de boekenwereld én in de tv-wereld. Daar kunnen mensen moeilijk mee omgaan. Ach, laat ze maar schamperen, het interesseert me niet. In het essay noem ik Godfried Bomans. Die werd verketterd omdat hij op televisie kwam. En nu opeens, zoveel jaar na zijn overlijden, verschijnt hij in dundruk en is hij ineens een briljante stilist en een fenomenale schrijver. Eigenlijk vonden ze dat al die tijd al, maar spraken ze het niet uit omdat hij op tv verscheen. Dat is zo kinderachtig.

“Het oubollige idee is nog steeds dat het vies en commercieel zou zijn om als schrijver op tv te komen. Onzin! Ten eerste zijn we allemáál commercieel. De uitgever, de schrijver, de boekhandelaar: iedereen moet geld verdienen. Ten tweede is het flauwekul om de tv als lage cultuur te zien en literatuur als hoge. Ik ken Netflix-series die beter zijn geschreven dan menige Nederlandse roman. Of neem ‘DWDD’. Daar doet de literaire wereld heel pedant over. Maar DWDD is ontzettend goed voor de boekverkoop. Recensies in de krant zijn voor de verkoop allang geen machtsfactor meer, zeker niet bij jongeren.”

In uw essay geeft u jonge schrijvers ook een veeg uit de pan. Wat doen zij verkeerd?

“De jongens en meisjes van mijn generatie zijn ontzettend navelstaarderig bezig. Hun hoofdpersoon is vaak een schrijver uit de grachtengordel die worstelt met zijn emotiehuishouding. Dat zegt toch genoeg? Het is gesubsidieerd hobbyisme. Ik begrijp dat een 15-jarige dan denkt: Ik hoef dat pretentieuze geouwehoer niet, ik ga instagrammen en blowen. Vroeger hadden schrijvers een oorlogstrauma, nu hebben ze allemaal lactose-intolerantie.

“Ik snap dat het door de welvaart moeilijker is geworden om een verhaal te maken, maar er gebeurt genoeg in de wereld: polarisatie, extremisme, cultuurstrijd ... Het engagement moet terug. Als literatuur weer ergens over gaat, zul je zien dat lezers best honger hebben.”

Hoe moet het nu verder?

“Je moet de hele literaire wereld strippen van de pretentie. Als het zo doorgaat, is het een tak van sport die uitsterft. Ik ben nu 35, maar voor wie schrijf ik over dertig jaar nog? Die lezers worden nu niet gekweekt, dat is duidelijk. Daarom trek ik aan de alarmbel. Ik wil dat de boekenwereld volwassen wordt en met zijn tijd meegaat. Mijn essay zal best een paar mensen boos maken. Maar mijn intentie is zuiver.”

Lees ook:

Lévi Weemoedt en Özcan Akyol zijn beiden somber van aard en allergisch voor literaire pretenties

Met een enorme bestseller was dichter Lévi Weemoedt (70) dit jaar opeens terug. Zijn dichtbundel ‘Pessimisme kun je leren!’ werd samengesteld door net zo’n succesauteur: Özcan Akyol (34). Al is de een twee keer zo oud als de ander, ze voelen zich verwant.

BN’ers in de kappersstoel van Eus: een vreemd, maar wel een leuk format

Özcan Akyol heeft een nieuw programma: ‘De geknipte gast’. De schrijver en televisiemaker Eus heeft zijn eigen kapperszaak, waar hij BN’ers uitnodigt. De aanrakingen worden bijna te intiem. Het is een vreemd, kwetsbaar maar wel leuk format.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden