Review

Ethisch reveil verliest van elektronica

Computerarchitectuur is hip en ethiek niet. Daarom staat op de centrale tentoonstelling van de Biënnale voor de Architectuur in Venetië niet de maatschappelijke context maar de elektronica centraal. Met ruimtestations, 'blobs' en sensoren waardoor de aanwezigheid van de bezoeker de wanden verandert. De ethiek is op de tentoonstelling slechts schaars aanwezig, meestal alleen in de begeleidende tekstborden.

De Biënnale voor de Architectuur in Venetië draait om een nieuw ethisch reveil, geëntameerd door artistiek leider Massimiliano Fuksas. De centrale tentoonstelling van de Biënnale, die is ingericht in het Italiaanse paviljoen op het biënnale-terrein en in het Arsenale in de stad, is bij uitstek de plek waar dit thema gestalte moet krijgen. Inderdaad komt het thema van de ethiek als essentieel programma-onderdeel van de architectuur er aan de orde, maar het is toch vooral een etalage voor wat hip is in de architectuur.

De tentoonstelling in het Italiaanse paviljoen is een futuristische aangelegenheid. Het openings-statement wordt gemaakt door de Italiaanse ruimtevaartorganisatie Alenia Spazio. In de centrale zaal hangt een schaalmodel van het internationale ruimtestation waar op dit moment hard aan wordt gewerkt. Vergeet al dat geklooi op de aardbodem, het heelal is het nieuwe jachtterrein van de architectuur!

Jammer alleen dat er wel een soort sculptuur van aan elkaar gekoppelde cilindervormige volumes hangt. Zo'n ruimtestation blinkt louter uit in puur technische oplossingen voor het herbergen van de mensen die het moeten bevolken en de elektronische apparatuur voor de laboratoria. Van een architectonisch concept is geen sprake.

Het zou bijvoorbeeld aardig zijn geweest als in de zaal het plan van de Nederlander Kas Oosterhuis voor de inrichting van de woonmodule te zien was, die hij een paar jaar geleden bedacht in opdracht van Trouw. Of het project waar de Griekse Amerikaan Markus Novak een aantal jaren geleden aan werkte om met virtuele middelen een 'architectonische' omgeving te scheppen in de raket voor een bemande vlucht naar Mars. De ruimte bevolken is aardig, maar Nasa heeft niet echt een visie op het leefbaar vormgeven van die ruimtes. Oosterhuis en Novak doen daar in ieder geval voorzetten voor.

Novak is zelfs helemaal niet te bekennen in de centrale tentoonstelling (hij figureert alleen in een groepstentoonstelling in het Griekse paviljoen). Oosterhuis is er wel en nog prominent ook. Hij toont op de entresol van de grote zaal -dus in ieder geval nog in het zicht van het ruimtestation- een interactieve projectie op drie schermen die een binnenruimte omsluiten. Op de schermen zijn drie virtuele werelden te zien, die je als kijker lichtjes kunt beïnvloeden door in de binnenruimte rond te lopen. Sensoren registreren de bewegingen en zetten die om in interventies op het scherm. Het grote ideaal van Oosterhuis is dat hij dit soort interactiviteit ook in een fysiek bouwwerk kan realiseren. Bijvoorbeeld dat het gedrag van de gebruiker flexibele led-schermen in de binnenwand van een gebouw door middel van zuigers laat bewegen. Dat principe lag bijvoorbeeld ten grondslag aan het ontwerp van de woonmodule in het ruimtestation. In een paviljoen op de komende Floriade in de Haarlemmermeer moet voor het eerst een proefopstelling van het principe komen.

Oosterhuis staat met zijn futuristisch utopische architectuurmodel niet alleen in het Italiaanse paviljoen. Een paar maanden geleden verscheen bij de Engelse uitgever Thames & Hudson het boek Hybrid Space, waarin de frontmannen en -vrouwen van de 'vloeibare architectuur' gepresenteerd worden. Het lijkt alsof de inhoud van dit boek in het paviljoen is leeggeschud. UN Studio/Ben van Berkel (met een presentatie van het project voor het stationsgebied van Arnhem), NOX Architecten (met een maquette en foto's van een expositiepaviljoen in het kunstmuseum van Nantes en studiemodellen voor woningbouw in Eindhoven), Reiser + Umamoto, Decoi en natuurlijk Greg Lynn, ze zijn er allemaal bij. Samen met nog veel meer van hun compu-hightech-vriendjes.

Lynn is zelfs erg prominent aanwezig op de biënnale. Samen met Hani Rashid mocht hij het Amerikaanse paviljoen omtoveren in een laboratorium voor onderzoek door studenten van de UCLA, de Universiteit van Californië in Los Angeles, naar nieuwe architectuurvormen, inventief materiaalgebruik en sciencefiction-achtige details. Het bubbelt er van de 'blobs', schier ongedefinieerde vormen, waarin iedere logica van de zwaartekracht zoek lijkt. Een enorme uitvoering van zo'n blob hangt ook in Lynns presentatie in het Italiaanse paviljoen. De blob wint als type terrein, omdat het veel flexibeler digitaal te kneden is naar de wensen van een individuele klant.

Het grote probleem dat al deze computer-architecten moeten oplossen, is hoe hun futuristische vormen te bouwen. Lars Spuybroek van Nox heeft het geprobeerd met een flexibele mal die kunststoffen bouwdelen in unieke vormen kan bakken (voor het woningbouwproject in Eindhoven), maar uiteindelijk moest ook hij terug naar een verfijnde vorm van houtskeletbouw met door de computer berekende constructiedelen die ogen als de ribben van een walvis (waarmee hij het expopaviljoen voor Nantes bouwde).

Het duizelt in het Italiaanse paviljoen van de geavanceerde computerarchitectuur. Zozeer dat de vormen op elkaar gaan lijken. Deze architectuurstijl waart al een klein decennium rond en de conservatievelingen zullen zeggen dat het nog bitter weinig heeft opgeleverd. Het is echter goed dat Fuksas de experimenten ruim plek geeft in zijn tentoonstelling. Het gaat om een fundamenteel andere vorm van ruimtegebruik en het onderzoek daarnaar vereist gestage arbeid van mensen als Lynn, Nox, Van Berkel en Oosterhuis. De opmars van de elektronica zal ook in de architectuur van de 21ste eeuw ontstuitbaar blijken. Fuksas biedt terecht een groot publiek een glimp op die ontwikkelingen.

Zelf zit Fuksas op zijn ethische trip. Op het biënnale-terrein staat een verkleinde versie van een gebouw dat hij heeft ontworpen in Jaffa, ten zuiden van Tel Aviv. Het staat op de scheidslijn van de Arabische en Joodse samenleving in Israël. Het is een 'peace center' waar de leiders van de beide gemeenschappen elkaar in een zinsbegoochelende omgeving van licht en schaduw kunnen ontmoeten. In een toelichting zegt Fuksas: 'De architectuur van vandaag moet 'hulp' bieden en 'assistentie' verlenen aan het probleem om elkander te begrijpen.' Of dat lukt met zijn paviljoen, dat is opgebouwd uit lagen cement afgewisseld met onregelmatige brokken ondoorzichtig perspex, is natuurlijk de vraag, maar de intentie is er.

Fuksas zal ook de hand hebben gehad in de honderden meterslange videowand in de voormalige touwslagerij van het Arsenale. Filmteams hebben gedraaid in steden als Bogota, Boedapest, New Delhi, Parijs, Cairo en Montreal. We zien straatbeelden, luchtopnames, satellietbeelden, kortom alle mogelijke standpunten om het intense leven van een metropool in beeld te brengen. Daar tussendoor zijn beelden gemonteerd van de woestijn, de woeste zee en het oerwoud. Dit is voor Fuksas de werkelijkheid die het decor en de context is voor alle architectuur die wordt gemaakt. En dus heeft hij er ook letterlijk een decor van gemaakt in het Arsenale.

Voor dit scherm, waarop tientallen projectoren naast elkaar hun beelden achterlaten, staat een deel van de architectuurpresentaties van de uitverkoren bureaus. De touwslagerij is de plek waar de meest maatschappelijke uitspraken zijn terug te vinden zijn. Een enkele over ecologie (het is vreemd dat op een 'ethische' biënnale het onderwerp duurzaamheid met een zaklamp moet worden gezocht), maar de meesten met verhandelingen over de omstandigheden waaronder architectuur ontstaat.

Om al die ideeën over te brengen is veel uitleg nodig, bijvoorbeeld op tekstborden. Sommige exposanten hebben er complete, doorwrochte mini-tentoonstellingen van gemaakt. Het probleem is alleen dat je op een biënnale zoveel concepten ziet, dat een presentatie bij de eerste oogopslag interessant moet zijn om er langer dan een minuut in rond te dwalen.

Het sterkst zijn uiteindelijk de installaties die één helder beeld neerzetten. Richard Rogers die met een joekel van een maquette komt of Hans Hollein die een replica van de beroemde zentuin van Kyoto in een dok van het schilderachtige oude werfterrein van het Arsenale laat drijven ('Massa en leegte/Dichtheid in leegheid/Een eenzame rots in een metaforische zee, drijvend op het water', aldus de architect).

Waar je mee blijft zitten, is de vraag wat nu ethiek is in de architectuur. Architecten doen hun ding, vaak vanuit de vorm, met ten hoogste een uitspraak over de context waarbinnen wordt gewerkt (vaak stedenbouwkundig, heel soms sociaal). Esthetiek blijft in de hedendaagse architectuur heel belangrijk. Is het niet het uiterlijk, dan toch de schoonheid en helderheid van het concept (denk bijvoorbeeld aan het Nederlandse bureau MVRDV, maar ook Wiel Arets).

Hemelbestormers zijn op de biënnale niet te vinden. Geen ecologische manifesten of extreem sociale standpunten. Wanneer een architect zich niet louter beperkt tot het object waar hij aan werkt, maar de omgeving mee laat wegen, is hij al ethisch bezig. Dan houdt hij rekening met mensen en hun gedrag. Veel verder gaat het niet. Voor sommige architecten was het waarschijnlijk wel even in hun archief zoeken naar een project dat 'ethisch' is. Verrassend veel plannen dateren van midden jaren negentig. De organisatie moest komen met bouwsels van Jean Prouvé (1901-1984) uit de jaren veertig (hutten die in snel tempo konden worden gebouwd om de daklozen van de oorlog te huisvesten) om het thema enige diepte te geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden