Interview

Ernst van de Wetering: ‘Ik ben niet van de Rembrandtpolitie’

Ernst van de Wetering, zelf opgeleid als schilder, met een zelfportret in de Rembrandt-stijl, dat hij maakte in de jaren zeventig. Beeld Patrick Post

Ernst van de Wetering (80) geldt ook in dit Rembrandtjaar als dé autoriteit als het gaat om de schilderijen van Rembrandt. Over een eventuele opvolger denkt hij niet na. ‘Ik acht de kans zeer gering dat mijn conclusies aangepast moeten worden.’

Ernst van de Wetering (80) zit er helemaal klaar voor. Verspreid over de keukentafel liggen dikke boeken over Rembrandt, waar hij tijdens het interview geregeld doorheen bladert om reproducties te laten zien van schilderijen. Soms is hij even de pagina kwijt of weet hij niet meer in welk boek een bepaald werk wordt besproken. Dat ergert hem zichtbaar. Sinds hij twee jaar geleden een hersenbloeding kreeg, ‘blokkeert’ hij af en toe in zijn hoofd. Hij verontschuldigt zich dat het zoeken daardoor soms wat langer duurt. Maar de feiten en wetenswaardigheden rollen hem meestal moeiteloos uit de mond.   

Ruim vier jaar geleden zette Van de Wetering een punt achter zijn levenswerk: het Rembrandt Research Project dat in 1968 werd opgezet om de schilderijen van de grote meester grondig te onderzoeken. Van het begin af aan maakte hij deel uit van het onderzoeksteam van zes kunsthistorici. Toen eind 2014 deel zes verscheen als slotakkoord van ‘A Corpus of Rembrandt Paintings’, was hij als enige overgebleven.

Het leven is sindsdien rustiger geworden, maar Rembrandt maakt er nog steeds volop deel van uit. Nog altijd geldt Van de Wetering als de grootste kenner ter wereld van diens schilderijen. Zijn oordeel weegt zwaar als er ergens een onbekende Rembrandt opduikt, zoals afgelopen jaar nog toen de Amsterdamse kunsthandelaar Jan Six er zelfs met twee op de proppen kwam. Ook dit Rembrandtjaar, waarin musea uitpakken met tentoonstellingen vanwege zijn 350ste sterfdag, zal de naam van Van de Wetering weer veelvuldig klinken.

Nog altijd geldt u als dé autoriteit op het gebied van de schilderijen van Rembrandt. Uw oordeel is van doorslaggevend belang. Streelt u dat? 

“Mijn oordeel is mijn oordeel. Maar ik ben niet van de Rembrandtpolitie en ik heb ook geen zin in die rol.”

Die is u opgedrongen? 

“Ja. Als je zoveel jaren onderzoek hebt gedaan en zoveel Rembrandts hebt gezien, weet je er natuurlijk ook wel iets van. Maar mijn kennis heb ik mede te danken aan de specialisten die we hebben ingeschakeld voor het Rembrandt Research Project. Dankzij de samenwerking met dendrochronologen konden we achterhalen of eikenhouten panelen van Rembrandt afkomstig waren uit dezelfde boom. Met röntgenfoto’s en verfmonsters zijn we heel veel te weten gekomen over de materialen en technieken van Rembrandt. Zo hebben we bijvoorbeeld ontdekt welke soort gronderingen hij gebruikte en dat hij altijd eerst de achtergrond schilderde en van daaruit steeds verder naar voren werkte.”

Vroeger was het oog van de Rembrandt-expert doorslaggevend. Uw voorganger Abraham Bredius (1855-1946) zei in één oogopslag te kunnen zien of iets een echte Rembrandt is. Is die kennersblik – ook die van u – nog wel nodig nu de onderzoekstechnieken steeds geavanceerder worden? 

“Bredius zat er ook wel vaak naast, hoor. Hij wilde te graag dat iets een Rembrandt was. Als reactie daarop heeft zijn opvolger Horst Gerson de 611 schilderijen die Bredius in 1935 had aangemerkt als een Rembrandt, in 1969 gereduceerd tot 420. Gerson behoorde tot de ‘Nein-Sager’, nee-zeggers, en heeft er behoorlijk de beuk ingegooid. “Ikzelf heb in ons laatste volledige overzicht 70 schilderijen opnieuw aan Rembrandt toegeschreven, die eerder waren afgewezen.” Ook is door het Rembrandt Project een flink aantal werken afgewezen. “Dat heb ik niet alleen op grond van laboratoriumonderzoek gedaan. Ook mijn kennersblik heeft meegewogen, die heeft nog steeds een meerwaarde. Maar anders dan mijn voorgangers, die er prat op gingen dat ze met één blik een Rembrandt herkenden, neem ik altijd heel veel tijd. Je moet jaren gekeken hebben om de juiste vragen te kunnen stellen. En daarnaast ook een behoorlijk begrip hebben hoe een schilderij ontstaat. Ik ben zelf als schilder opgeleid, dat scheelt enorm. Op de kunstacademie leer je ook om goed te kijken.”

Na de kunstacademie studeerde u kunstgeschiedenis. Hoe kwam u binnen bij het Rembrandt Research Project? 

“Eén van de teamleden was mijn hoogleraar Josua Bruyn. Hij heeft me binnengehaald. Omdat de studie me tegenviel was ik gaan reizen in Amerika. Daar bezocht ik onder meer alle musea die werk hadden van Aert de Gelder, een leerling van Rembrandt, over wie ik ­tijdens mijn eerste studiejaren twee werkstukken had geschreven. Na terugkeer vertelde ik Bruyn dat in het Metropolitan ­Museum in New York een schilderij hing dat naar het leek voor de helft van Rembrandt was en voor de andere helft van Aert de Gelder. Dat klonk heel pedant maar het trok wel de aandacht van Bruyn. Hij vroeg me als assistent voor het toen beginnend Rembrandt Research Project. Voor één jaar, maar ik mocht blijven en ben er nooit meer weggegaan.”

Wie ziet u als uw opvolger? 

Van de Wetering kijkt verbaasd en tikt op het slotdeel van A Corpus of Rembrandt Paintings met zijn finale oordeel dat er 340 schilderijen van de hand van Rembrandt zijn. Op één na – die was net verkocht – heeft hij ze met eigen ogen gezien. “Het staat hier allemaal in.”

Bedoelt u dat het hierbij zal blijven? 

“Voorlopig kunnen we hiermee vooruit. Het klinkt een beetje arrogant, maar ik acht de kans zeer gering dat mijn conclusies aangepast moeten worden.”

Hebt u nooit missers gemaakt? 

“Nee. Dat kan nog gebeuren natuurlijk, maar nu sta ik voor mijn selectie in.”

Als er nieuwe Rembrandts opduiken, wie is dan de autoriteit als u er niet meer bent?

“Dat weet ik niet. Daar zullen de specialisten die er dan zijn, samen moeten uitkomen.”

Jan Six voor het kunstwerk een portret van een jonge man in museum Hermitage Amsterdam, 2018. Beeld ANP

De Amsterdamse kunsthandelaar Jan Six, met wie Van de Wetering bevriend was, geldt als zo’n specialist. Vorig jaar ontdekte hij maar liefst twee onbekende Rembrandts: in mei het fragment van ‘een portret van een jonge man’. In september volgde een eerder gedane vondst: de grotendeels overgeschilderde bijbelse voorstelling ‘Laat de kinderen tot mij komen’. Beide werken werden door Van de Wetering als echt geaccepteerd, maar over het fragmentarische portret van de jonge man ontstond tumult. Een andere kunsthandelaar, Sander Bijl, beschuldigde Six van bedrog. Ze zouden samen op een veiling in Londen op dit schilderij bieden, maar Six was volgens Bijl achter zijn rug om met een andere investeerder in zee gegaan. Six kwam met een heel andere versie. Over en weer werd met modder gegooid, waarbij Six ook zijn pijlen richtte op Van de Wetering. Die zou volgens Six zijn mond voorbij gepraat hebben, waardoor Sander Bijl ook op het spoor zou zijn gekomen van dat in een veilingcatalogus aangeboden portret van de jonge man. 

De Amsterdamse kunsthistoricu en kunsthandelaar Jan Six maakt een selfie voor het kunstwerk ‘een portret van een jonge man’ in museum Hermitage Amsterdam. Six ontdekte dat het schilderij van de hand van Rembrandt is. Beeld ANP

U bent geen vrienden meer met Six.

“Laat ik vertellen hoe het eigenlijk zit. De vader van Sander Bijl, met wie ik al tientallen jaren bevriend ben, stuurde mij een mailtje met de reproductie van het schilderij met de vraag: ‘Hebben jullie deze foto al gezien? Is dit een onvoltooid gezicht? Er zijn geen schaduwen’, waarop ik antwoordde: ‘Beste Martin, Jan (Six, red.) liet mij dit plaatje ook zien afgelopen zondag... en ik sluit niet uit dat het Rembrandt is, juist mede door de schaduwen in het gezicht. Maar om tot een goed oordeel te komen moet je het toch in schoongemaakte toestand kunnen onderzoeken’. Dit is het soort correspondentie dat je met vrienden in de Rembrandt-wereld voert. Er was toen geen sprake van een ontdekking door Jan Six. Beide heren, vrienden van me, Martin en Jan, hadden me in feite hetzelfde gevraagd en ik gaf ze min of meer hetzelfde antwoord. Tot mijn spijt heb ik de vriendschap met Six moeten verbreken.”

Zag u in Six uw opvolger? 

“Na deze pijnlijke affaire mijd ik hem liever. Hij heeft mijn vertrouwen geknakt. Deze kwestie zal hem en mij helaas blijven achtervolgen.”

Hoe?

“Ik wil er verder niets over zeggen. Het is dat u erover begint, maar ik heb het afgesloten. Maar deze affaire zegt ook iets over de kunstmarkt waar het allemaal om dollartekens draait en alles wat met de naam Rembrandt te maken heeft, te gelde moet worden gemaakt.”

Van de Wetering zwijgt even en begint dan te bladeren door zijn recent verschenen boek ‘Rembrandt. The Painter Thinking’. Hij is op zoek naar iets om zijn woorden te illustreren. “Ja, hier heb ik hem. Kijk, in deze tekening verbeeldt Rembrandt alle ondeugden op de kunstmarkt, waar ik het net over had.” 

Het is een ‘Satire op de Kunst-Kritiek’, uit 1644, waarin Rembrandt de spot drijft met degenen die over kunst schrijven en mensen die alleen maar bekende namen willen kopen en bedrogen worden met een slecht schilderij. 

Rembrandt Harmensz van Rijn (1606-1669), ‘Laat de kinderen tot mij komen.’ Volgens Jan Six is dit ook een echte Rembrandt. Beeld René Gerritsen

De mooiste Rembrandt van Ernst van de Wetering

Ernst van de Wetering vindt het lastig om op verzoek van Trouw een top drie samen te stellen van zijn mooiste Rembrandts. Er zijn zoveel prachtige werken. Alleen over zijn nummer 1 hoeft hij niet lang na te denken. Dat is het schilderij ‘Jakob zegent de zonen van Jozef’. “Het is meesterlijk. Het ontroert me elke keer weer als ik het zie. Dit is Rembrandt op zijn best. Alles waar hij in uitblonk, zit erin. Mijn liefde ervoor is ook gegroeid doordat ik zoveel met dit schilderij heb meegemaakt.”

Rembrandt, ‘Jakob zegent de zonen van Jozef’, 1656. Beeld Museumslandschaft Hessen Kassel, Gemäldegalerie Alte Meister, Kassel

In 1977 werd het door een vandaal met zuur bespoten. Van de Wetering was nauw betrokken bij de restauratie. “Op de röntgenfoto’s die toen werden gemaakt zag ik hoe hard Rembrandt aan dit schilderij heeft gewerkt. Elke keer heeft hij er weer dingen aan veranderd, tot het helemaal naar zijn zin was.” Een afbeelding van dit schilderij prijkt ook op de cover van de paperback-versie van deel 6, het laatste deel van ‘A Corpus of Rembrandt Paintings’, waarmee Van de Wetering in 2014 na 46 jaar het Rembrandt Research Project afsloot.

Rembrandt, ‘Satire op de Kunst-Kritiek’, 1644. Beeld Robert Lehman Collection, Metropolitan Museum, New York.

De nummer twee en drie vergen zoveel hoofdbrekens, dat hij er niet uitkomt. “Ik kan niet kiezen.” Dus geen top drie. Als alternatief stelt hij de tekening voor met het ironische commentaar van Rembrandt op ‘alle ondeugden op de kunstmarkt’. Er valt heel veel op te zien. Op de voorgrond links, gezeten op een ton, oreert een domme kunstkenner met ezelsoren. Zijn bril is op het stoepje gevallen, illustratief voor zijn blindheid, zegt Van de Wetering. Helemaal rechts staan twee deftige heren met hoed, mogelijk potentiële kopers, die aandachtig een ‘vod’ bekijken. Van de Wetering: “Zo noemde men in de zeventiende eeuw een slecht schilderij.” Achter het schilderij hurkt een figuur die de kijker grijnzend aankijkt en zijn blote kont afveegt met een papiertje, mogelijk een verwijzing naar degenen die over kunst schrijven. Al kan die figuur ook zinspelen op de antieke anekdote over de Griekse schilder Apelles die zich achter zijn schilderijen verborg om de reacties van voorbijgangers te horen.

Rembrandt heeft zelf ook inscripties verwerkt in de tekening, maar die zijn tot nu toe niet ontcijferd. Wel heeft Samuel van Hoogstraten, een leerling van hem, in zijn boek over schilderkunst een interpretatie van deze tekening gegeven. Zeker is dat Rembrandt de spot drijft met zogenaamde kunstkenners en snobs die alleen bekende namen kopen of slechte schilderijen.

Lees ook:

Dit portret is een Rembrandt, zeggen zestien kunstexperts

De Nederlandse kunsthandelaar Jan Six claimt een nieuw werk van Rembrandt te hebben ontdekt. Hij krijgt bijval.

Het Fries Museum eert Rembrandts ‘Saske’, de beroemdste bruid van Friesland

Het Fries Museum haalt een topstuk van Rembrandt voor het eerst na 250 jaar even naar huis: het portret van zijn grote liefde, Saskia Uylenburgh.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden