Review

Erger dan Dutroux

'Kinderen houden niet van krokodillen'. Uitgeverij EPO, Berchem-Antwerpen. Prijs 41 gulden.

THEO KOELE

De psychotherapeute, die in Brussel en Hasselt onder meer kindermoordenaars behandelt, wil niet over de 'nieuwe' schandalen uitweiden. Ze is bang het lopende onderzoek naar een tweede netwerk van ontvoerders, verkrachters en moordenaars in gevaar te brengen.

Vorige week lekte uit, dat justitie en politie zo'n netwerk, dat los staat van de bende rond Marc Dutroux, op het spoor zijn. Loslippigheid van een veroordeelde kinderverkrachter zou hen op dat spoor gebracht hebben. Daarop volgden weken graven bij een oude mijn in het Waalse Jumet, nog zonder resultaat.

In de pers gonst het al weken, zo niet maanden van geruchten over méér dan één 'pedofiel netwerk'. Bewijzen zijn er nog niet. Dat geldt ook voor verhalen over 'hooggeplaatsten' die bij seksueel misbruik van kinderen betrokken zouden zijn. Is dat alles geen reden om de dramatische woorden van Hutsebaut met enige scepsis te begroeten? Ze laat zich niet van haar stuk brengen: “Een paar jaar geleden werd ik in België weggehoond, toen ik sprak over het bestaan van wat nu 'pedofiele netwerken' worden genoemd. Ik was paranoïde, zei men bij politie en justitie. Nu hebben we met de zaak-Dutroux het bewijs. Voilá.”

Toen Hutsebaut zich zo'n tien jaar geleden begon te verdiepen in misbruik van en moord op kinderen, kon ze in eigen land niet uit de voeten. Ze volgde daarom opleidingen bij gerenommeerde instituten in de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië. Als victimologe heeft ze bijzondere aandacht voor slachtoffers, maar ze kent ook daders van dichtbij.

Zo correspondeerde en sprak ze met een man, die enkele jaren geleden in Frankrijk werd veroordeeld wegens de moord op twee meisjes. Diens verhaal loopt als een rode draad door het boek 'Kinderen houden niet van krokodillen'. De titel is ontleend aan het prostitutie-milieu in Thailand, waar zakenmensen op zoek naar kinderen krokodillen worden genoemd.

De centrale figuur in het boek, 'Jan', is in werkelijkheid de Nederlander Van G. Hutsebaut beschrijft eerst zijn kindertijd in een gezin, waarin incest voorkomt. Jan wordt door meerdere volwassenen, onder wie een leraar, seksueel misbruikt. Hutsebaut schetst dan het beeld van een vertwijfeld opgroeiende jongeman, die zich gaandeweg zelf ook aan seksueel misbruik van minderjarigen bezondigt. Uiteindelijk belandt Jan in een Franse cel, na de moord op twee meisjes die hij heeft ontvoerd en misbruikt. Hutsebaut zoekt hem meer dan eens op. “Het lijkt wel of ik door de duivel bezeten ben”, zegt hij tijdens een ontmoeting. Uit het boek: “Machteloos blijf ik hem aankijken. Ik voel geen medeleven en toch besef ik dat het erg moet zijn zo te moeten leven. Ik kan hem niet helpen. Nergens ter wereld kunnen mensen als Jan nog worden geholpen. Het is als een dode terughalen naar de wereld van de levenden.”

Als Hutsebaut de gevangenis verlaat, kan ze haar walging soms amper onderdrukken. “Ik probeer dan positieve dingen te doen. Genieten van het weer, lekker eten, een oud kerkje bezoeken.” Anders is haar werk niet vol te houden. “Het is zeer intensief. Je moet bij iemand als Jan op alles letten: de lichaamstaal, de intonatie van zijn woorden.”

Zou ze Dutroux willen ontmoeten? “Nee, nu niet. Hij is niet 'rijp', nog te sterk. Hij geniet ervan te manipuleren, voelt zich nog het middelpunt van de wereld die hij zelf heeft geschapen.” Hoe ze dat zo zeker weet? Op basis van studies, contacten met kindermoordenaars- en verkrachters én een 'daderprofiel' dat ze maakte op verzoek van de ouders van twee vermiste en later dood gevonden meisjes. Het was een accuraat profiel, maar de rijkswacht en de gerechtelijke diensten in België legden het naast zich neer.

Hutsebaut: “Kort na de verdwijning van Julie en Melissa, in 1995, werd ik benaderd door hun ouders. Ik ging naar de plaats van de verdwijning, of, beter: ontvoering. Ik probeerde me te verplaatsen in de dader. Ik wist: het gaat om een recidivist, want het is heel moeilijk op klaarlichte dag twee kinderen te ontvoeren. Er moest dus een gerechtelijk dossier over hem zijn. Ik schatte hem op 35 tot 45 jaar, iemand die de streek kent. Het moest iemand zijn met een perverse fantasie en er zou daarom wel een psychiatrisch dossier over hem bestaan. Verder dacht ik dat hij gehuwd was, maar in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Het bleek later allemaal te kloppen.”

Later was echter té laat. “De reactie van een rijkswachter die bij de families op bezoek was, kwam erop neer: Loop naar de pomp met je daderprofiel. We zijn niet in Amerika.” Hutsebaut gaf het profiel toen aan een Vlaamse krant, die het afdrukte onder de oproep: 'Deze dader moet worden opgejaagd als een wild beest'.

Pas een jaar later werd Dutroux opgepakt, nadat twee meisjes levend waren gevonden in de kelder van zijn hoofdverblijf bij Charleroi. Nog later werden Julie en Melissa dood aangetroffen bij een ander huis van Dutroux. “Politie en justitie hebben ongelooflijk gefaald,” zegt Hutsebaut en toont een door een officier van de rijkswacht getekend formulier. Daaruit blijkt dat men al kort na de verdwijning van de meisjes Dutroux als mogelijke ontvoerder in het vizier had. Toen Hutsebauts daderprofiel door de politie terzijde werd geschoven, leefden de meisjes waarschijnlijk nog. “Ik voel me deels schuldig aan hun dood. Had ik maar doorgedramd...”.

Maar ze werd geintimideerd door de rijkswacht. “Ik moest naar een rijkswachtkazerne komen, wist niet waarom, maar voelde nattigheid. Wat bleek? Ik werd verdacht van kindersmokkel en handel in organen. 'U staat geseind'; ik zou worden gezocht. Aan het eind van de ondervraging, zei men: 'Het is een vergissing'. Maar volgens mij was dat een smoes om me weg te houden van het onderzoek.”

Hutsebaut heeft óók erkenning gevonden. Ze treedt soms op als getuige-deskundige voor de rechtbank ('dezer dagen in een incestzaak in Antwerpen'), en wordt ingeschakeld door advocaten. Als psychotherapeute behandelt ze zowel daders als slachtoffers van kindermisbruik- en moord. Haar boek ziet ze als onderdeel van een 'kruistocht', terwille van 'alle kinderen in nood'.

Hutsebaut, zelf moeder, is 'uit verbazing' aan haar studie naar kindermisbruik- en moord begonnen. “Ik vroeg me af: 'Hoe kunnen kinderen verdwijnen, midden in de stad, op klaarlichte dag? Hoe kan het, dat men nooit meer een spoor van hen terugvindt? Hoe gaan daders te werk? Ze moeten er wel bepaalde methodes op na houden'. In haar boek onderscheidt Hutsebaut twee types kindermoordenaars, de impulsieve en de methodische. Dutroux en de 'Jan' in het boek kunnen tot de tweede categorie gerekend worden.

Over haar motieven om door te gaan met het aangrijpende en slopende werk ('Het maken van een daderprofiel kan weken duren. Ik heb geen glazen bol') zegt Hutsebaut: “Als ik niks doe, voel ik me medeplichtig aan misdaden. Ik weiger mee te doen struisvogelpolitiek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden