Zin in muziek

‘Er is verschil tussen Bach zonder voeten en Bach mét’

Muziek & zingeving, valt dat te combineren? Ondergedompeld in René Gude’s ideeën over ‘zin’ luisteren Peter Henk Steenhuis en Annemieke Huls naar topmusici uit alle windstreken. Vandaag deel 1 van een achtdelige serie: lekkere muziek. Hoe luister je licha­melijk? ‘Er is verschil tussen Bach zonder voeten en Bach mét.’

Mooi spelen, zegt violiste Diamanda Dramm, is het einde van een proces. “Maar hoe begin je? Door met je hele lichaam naar de muziek te luisteren. Dat is niet makkelijk. Wij violisten zitten vaak erg in ons hoofd. We luisteren tot hier, tot aan onze buik. Wat eronder zit, doet niet mee. Dat is jammer, want muziek bestaat uit trillingen. Als je er open voor staat, voel je die door heel je lichaam.”

Voor Dramm is muziek altijd lijfelijk geweest. Er is geen biografie over haar te vinden die niet vermeldt dat zij eerder mét haar instrument speelde dan eróp. Neemt niet weg dat zij werd opgeleid als klassiek violiste, met het dagelijks opwarmen door middel van toonladders, drieklanken, dubbelgrepen.

Dramm: “Zo beginnen wij strijkers de dag. Vaak uit gewoonte. Maar gewoontes werken alleen als ze geen routine worden.”

Hoe voorkomt u dat ze routine worden?

“Door zangles te nemen. M’n lerares, een sopraan, leerde me haar vocale warming-up.”

Wat heeft een violist aan de warming-up van een sopraan?

“Wij, instrumentalisten, kunnen veel van zangers leren, omdat ze zich bewuster zijn van de connectie tussen hoofd en lichaam. Alleen al de adem van de zanger gaat naar de buik, en de klank van een zanger resoneert in het lichaam; lijf en geluid staan met elkaar in contact.”

En hoe vertaalt u dat in uw vioolspel?

“Doordat ik me er bewuster van ben geworden, ben ik nu ook kickdrums gaan spelen, en orgelpedalen. Ik ontdekte dat ik de ritmes van Bach met mijn lijf wilde voelen. Dat lukte beter toen ik er tegelijkertijd kickdrum bij ging spelen. Een puls voelen is een ander soort weten dan een ritme kennen. Er bestaat verschil tussen Bach zonder voeten en Bach met voeten. Dat voel ik. Dat wil ik uitdrukken.”

Ook voor dudukspeler Raphaëla Danksagmüller is de fysieke kant van de muziek steeds belangrijker geworden, mede door haar opleiding tot haptotherapeut. “Bij die therapie draait het constant om de vraag of je in verbinding staat met anderen. In de muziek, maar ook in het dagelijks leven. We verbinden ons de hele dag. Of niet, dan isoleren we ons.

“René Gude schrijft ergens dat lust, zin, de basis is van waaruit je leeft. Voel je je ergens toe aangetrokken, dan beweegt je lijf er automatisch naartoe. Voel je aversie, dan keer je je af. We hebben dat niet door, maar als we meer naar deze innerlijke stem zouden luisteren, dan bewogen we ons makkelijker door het leven.”

Zoekt u die lijfelijke verbinding ook in uw instrument?

“Ik speel nogal uiteenlopende instrumenten. Oorspronkelijk ben ik blokfluitiste. Vijftien jaar geleden stuitte ik op een instrument waarin het fysieke sterker op de voorgrond treedt: de duduk, een Armeens rietinstrument. Ik liep met een headset door het instrumentenmuseum in Brussel, toen ik een duduk hoorde. Er gebeurde iets in mij: dit was de klank waarnaar ik al mijn hele leven op zoek was. Ik had hem nog nooit gehoord, maar hij raakte me diep van binnen. Het geluid benaderde de menselijke stem. In de vitrine lag een simpele houten buis met gaten en een groot riet erbij. Het zag er helemaal niet spectaculair uit.”

Denker des Vaderlands René Gude (1957-2015) onderscheidde vier aspecten van zin:

Zinnelijk – het lijfelijke

Zintuiglijk – het esthetische

Zinrijk – het begripsmatige, rationele

Zinvol – het doelmatige  

Voelde het spelen net zo simpel als het eruit­zag?

“De eerste keer dat ik de duduk bespeelde, was ik kapot; het kost ontzettend veel energie. Het instrument biedt veel meer weerstand dan de blokfluit doordat je op een groot dubbelriet blaast. Duduk spelen ziet er ook weinig elegant uit. Je gebruikt je wangen als resonantieruimte, om de klank te verlengen. Het is topsport. Maar wat ik terugkrijg van de duduk is zo expressief.

“Zo kan ik veel natuurlijker dynamische verschillen spelen. Speel je hard op een blokfluit, dan moet je allerlei trucjes gebruiken om de toonhoogte onder controle te houden. Bij de duduk blaas ik alleen wat harder of zachter en kan ik ook bijna vanuit het niets een toon beginnen zonder dat ik hiervoor de greep hoef aan te passen.”

Hoe werkt dat op een viool?

Dramm: “De strijkstok is onze adem. Zoals adem in en uit gaat, zo hebben wij op en af. Als we een afstreek maken, gaat de strijkstok naar beneden. Dan ervaren we ontspanning, in de afstreek zit ook het gewicht. De opstreek is de inademing, die is lichter.

“Dankzij m’n zanglessen ben ik zoveel parallellen gaan zien tussen vioolspelen en zingen. De keuze om een noot in een afstreek of in een opstreek te spelen heeft te maken met hoe je ‘ademt’ in een stuk, iets wat niet vastligt.”

Wat merkt het publiek van het lijfelijke? Kunt u ook meer of minder lijfelijk luisteren?

Danksagmüller: “Ik ga zitten. Voel mijn stoel, voel mijn voeten. En dan open ik me van binnen naar het publiek toe. Als ik gestrest ben, voelt het publiek dat. Wij resoneren op elkaar, op elkaars stemming, op elkaars spanning of ontspanning.

“Verbinding tussen speler en luisteraar ontstaat als de luisteraar met de speler en zijn muziek mee resoneert, en dat gebeurt via het lijf. Dankzij de haptonomie sta ik nu anders op het podium, vrijer, ik vind het ook leuker omdat er een dieper contact ontstaat met de muziek die ik speel en met het luisterende publiek.”

Volgens Dramm gaat dat beter als ze uit haar hoofd speelt. “Om de partituur uit mijn hoofd te leren, vertaal ik de noten naar mijn lichaam. Ik verzin dan een soort choreografie. Het begin van een melodie hang ik in de eetkamer op, dan zet ik een paar stappen. De rest hang ik in de keuken. Dat zijn geheugentechnieken die redenaars ook toepassen.

“Ik stop ook muziek in mijn teen, vooral ritmes. Als ik een beat hoor, wil ik het dáár voelen. Ik herhaal dat net zo lang totdat mijn teen meer weet dan ik. Zit ik op het podium, dan ga ik met mijn aandacht naar mijn teen, en voel het ritme dat ik moet spelen. Dat is ook een methode om uit je hoofd te komen. De meeste musici krijgen de muziek in hun vingers; ik wil het ook in mijn tenen krijgen.”

Raphaëla Danksagmüller

De in Oostenrijk geboren multi-instrumentalist Raphaëla Danksagmüller (1971) ontdekte het bijzondere geluid van de duduk jaren geleden in een Brussels museum. Ze werd er zo door geraakt, dat ze lessen nam in Armenië. Inmiddels bespeelt ze de duduk al meer dan 15 jaar, naast haar werkzaamheden als blokfluitiste en haptonoom.

Diamanda Dramm

Violiste Diamanda Dramm (1991) was winnares van de Dutch Classical Talent Award 2018. Ze vindt zichzelf een heel ‘fysieke’ speler. Als vierjarige was haar viool haar liefste speelgoed, eindeloos testte zij het instrument uit. In haar muziek onderzoekt ze de mogelijkheden van haar viool. Alle facetten van het instrument zijn erin te horen, behalve het klassiek strijken.

René ten Bos, voormalig Denker des Vaderlands Beeld Corbino

Filosoof René ten Bos: “muziek hoeft niet mooi te zijn”

De eerste negen maanden van ons leven brengen we door in een technotent waarin een bonkende hartslag voor een constante beat zorgt. Dit akoestische universum zorgt voor onze eerste muzikale ervaringen. Die zijn volledig fysiek.”

Voor voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos hoeft muziek niet mooi te zijn. “Ik heb niets met melodieuze popliedjes vol leuke refreintjes.”

“Muziek komt binnen via je oren, dat is al lijfelijk. Het gaat niet alleen om het horen, maar net zo goed om het voelen, de ervaring. Voor mij is muziek juist bedoeld voor de buik. Ik houd erg van de Amerikaanse band The Swans. Zij spelen keihard, het volume maakt deel uit van hun luisterfilosofie. Door de luchtverplaatsing van de bas word je tijdens een concert een meter terug gedrukt. Om je oren te beschermen, doe je maar dopjes in.”

U houdt van muziek die zich fysiek aan je opdringt.

“Niet alleen. Muziek die juist aansluit bij de ruis van de wereld, zoals de wind, vind ik ook fijn. Ik luister graag muziek waarvan anderen denken dat er ergens een storing is opgetreden.

Ik woon aan een doorgaande weg met vrij veel auto’s die ruis brengen. Als ik zit te lezen, vind ik het prettig muziek op te zetten die daarbij aansluit, denk aan elektronische computerbliebjes. Zo ontstaat er een continuïteitsverhouding tussen de ruis van buiten en van binnen.

Maar inderdaad, het meest houd ik van muziek die een sterke fysieke ervaring met zich meebrengt, meestal techno uit Duitsland. Het effect van die ervaring is dat ik mee ga doen. Vroeger speelde ik luchtgitaar. Nu beweegt het hele lichaam. Vrienden van mij zeggen: ‘Jij reageert zo lichamelijk op muziek dat wij onmiddellijk denken dat die muziek wel heel mooi moet zijn. Maar als wij die muziek luisteren zonder dat we jou zien, vinden we er niets meer aan.’”

Die muziek brengt u in een roes.

“Het idee dat muziek een Dionysische roes veroorzaakt, is onder meer door Friedrich Nietzsche verkondigd. Toen ik onlangs zestig werd, is er veel gedanst. De roes ken ik wel, maar de fysieke ervaring van muziek omvat meer dan extase.

Als ik luister naar noise die aansluit bij de geluiden van de straat, veroorzaakt dat zeker geen extase, ik ervaar eerder dat ik rustig opgenomen word in de wereld. Daardoor besef ik dat ik niet altijd tegenover die wereld sta, maar soms deel uitmaak van een continuïteit van tonen, trillingen en geluiden.

Er is een prachtig verhaal over de moderne, experimentele componist Edgard Varèse. Hij schijnt eens urenlang, zo’n 20 uur, dezelfde toon op de piano te hebben aangeslagen. Mensen dachten dat hij gek geworden was. Na afloop vroeg men waarom hij dit deed. ‘Ik wil de essentie van deze toon doorgronden.’

Ik heb daar altijd veel begrip voor gehad. Of Varèse de essentie van de toon gevonden heeft, weet ik niet. Zeker is wel dat zijn experiment niets met een begrip als ‘mooi’ te maken heeft, maar alles met de lijfelijke, fysieke ervaring van muziek.

Serie: Zin in muziek

Luisteren met andere oren

Het gedachtegoed van René Gude, voormalig Denker des Vaderlands, vormt de inspiratiebron voor deze achtdelige programmaserie over de zin van muziek. Elke aflevering begint in Letter&Geest en mondt uit in een avond in muziekcentrum Tivoli­Vredenburg in Utrecht. Daar luisteren we naar topmusici en interviews over (de zin van) hun werk.

Verwacht een avond met goede gesprekken en livemuziek van bijzondere musici, onder wie violiste Dia­manda Dramm, pianist Hannes Minnaar en ud-speler Haytham Safia.

Wanneer? 8 oktober 20-21.30u. (zaal open 19.30u)

Waar? TivoliVredenburg, Vredenbrugkade 11, Utrecht

Entree? € 17,50 (bestellen via www.tivoli­vredenburg.nl)

Surf naar trouw.nl/zininmuziek en maak kans op een set kaarten voor 4 Zin in muziek-avonden naar keuze 

‘Zin in muziek’ wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Dialoog

Annemieke Huls is altvioliste en muzikaal dramaturg; Peter Henk Steenhuis is redacteur filosofie bij Trouw. Beluister de muziek van deze musici op www.trouw.nl/zininmuziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden