RecensieKlassieke muziek

Er is niks lammerigs aan de zwaaiende armen en boetserende handen van Klaus Mäkelä

Klaus Mäkelä dirigeert het Concertgebouworkest tijdens de Kerstmatinee, afgelopen december. Beeld Milagro Elstak
Klaus Mäkelä dirigeert het Concertgebouworkest tijdens de Kerstmatinee, afgelopen december.Beeld Milagro Elstak

Klassiek
Concertgebouworkest/Klaus Mäkelä
Messiaen, Sjostakovitsj
*****

Die slagtechniek! Zo perfect en precies, en tegelijk zo vrij en stijlvol. Zo zie je dat maar zelden bij een dirigent. En met de camera erbovenop in een gestreamd concert vanuit een lege zaal, kun je je nog beter vergapen aan die zwaaiende armen en boetserende handen van Klaus Mäkelä. De 25-jarige Fin stond vrijdag voor de derde keer binnen een jaar voor het Koninklijk Concertgebouworkest. En wederom was het raak.

Zijn achternaam heeft hij misschien niet helemaal mee, met twee keer de klank van een blèrend lammetje erin. Maar behalve zijn leeftijd, is er verder niks lammerigs aan Mäkelä. In september vorig jaar maakte hij een spectaculair en volwassen debuut bij het KCO met onder andere de Eerste symfonie van Jean Sibelius. Inmiddels heeft Mäkelä een exclusief contract bij Decca op zak, waar hij binnenkort zal debuteren met een complete Sibelius-cyclus. De laatste keer dat het gerenommeerde klassieke label zo’n contract met een dirigent tekende, veertig jaar geleden, heette de maestro Riccardo Chailly.

Het is niet verwonderlijk dat het KCO meteen aan Mäkelä dacht toen Fabio Luisi afgelopen december moest afzeggen voor de traditionele Kerstmatinee. De Fin, die goede herinneringen had aan zijn nog verse debuut in Amsterdam, zegde meteen toe en dirigeerde toen op stel en sprong met overwicht een programma met Beethoven en Debussy. Nu kwam hij met een afgewogen combinatie composities van Olivier Messiaen en Dmitri Sjostakovitsj.

Als Gods genade zelf

Aan de fantastisch zachte klanken van de strijkers in Messiaens Les offrandes oubliées (De vergeten offers) af te leiden, steekt het orkest ondanks de pandemie in een uitstekende vorm. Wat mooi hoe Mäkelä de klank daar liet opbloeien met een soort onderhandse beweging vanuit de onderarm. Boven het laatste deeltje van deze symfonische meditatie uit 1930 schrijft Messiaen: ‘Extreem langzaam (met een groot medelijden en een grote liefde)’. Hier ontstond een klank als Gods genade zelf, wat dat ook moge betekenen. Dirigent en musici vonden elkaar hier op sublieme wijze.

De Tiende symfonie van Sjostakovitsj, met in het begin ook alleen maar zachte strijkers, sloot naadloos op het slot van Messiaen aan. Mäkelä’s opbouw vanuit deze desolate stilte naar zwarte euforie van de latere delen getuigde van inzicht in deze problematische symfonie, waarin die duidelijke handtekening van de componist zo alomtegenwoordig is. Werkelijk verbluffend hoe eerste hoornist Katy Woolley de initialen van de componist (D.SCH - de tonen d-es-c-b) er galmend uit knalde. Hier was de getergde componist die tegen zijn net overleden plaaggeest Stalin schreeuwde: En Ik Ben Er Nog.

En meteen na de echo van die kreet weer dat magnifieke strijkerscorps, dat er als in een orthodox gebed zijn zegen over uitsprak. Onnodig te zeggen dat het finaal dolgedraaide tweede deel stond als een huis. Na afloop van het concert kon je Mäkelä bewonderend horen zeggen: ‘Bravi!’ De musici dachten waarschijnlijk op hun beurt: ‘Bravo!’ Wat een dirigent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden